« Warm badje met homomoeder Rita | Hoofdmenu | weblinks kunstenaars uit de Arabische wereld in Nederland (gerelateerd aan mijn scriptie) »

§De antroposofie is racistisch en sektarisch

Deel 1: (deel 2 http://florisschreve.web-log.nl/mijn_hersenspinsels_onder/2008/09/antroposofie-ii.html)

de antroposofie is racistisch en sektarisch

Ahriman_1914

Rudolf Steiner, ‘Ahriman’, sculptuur, Dornach 1914. Piet Mondriaan hierover: ‘Steiner heeft goede ideeën, maar van de kunst moet hij afblijven’. Gelukkig had Mondriaan meer verstand van kunst dan van ideeën. Zijn opvattingen zijn nu tamelijk naïef en zelfs bijna totalitair te noemen, maar zijn kunst is gebleven. Kan van dit beeld niet gezegd worden. Opvallend zijn trouwens de karikaturale mongoloïde trekken. Maar misschien representeert deze verbeelding van de alom aanwezige Ahriman wel de ‘demonische marskrachten’ (zie verderop, bij de bespreking van De Volkszielen).

Geloof in kabouters, Atlantis, Volkszielen en Wortelrassen en pas op voor Dark Lord Ahriman, zwart magische constructies, de Luciferische verleiding en de Finsteren Saturn;

Rudolf Steiner en de antroposofie   

Elders op een forum voor oud vrije schoolgangers, vroeg iemand zich af waarom je op de Vrije School nooit een gedegen inleiding krijgt in het gedachtegoed van de antroposofie zelf en haar grondlegger Rudolf Steiner (1861, Donji Kraljevec, Oostenrijk-Hongarije - 1925, Dornach, Zwitserland), filosoof, medium, ziener, mysticus, Goethe kenner (zijn oorspronkelijke vak), Messias, ‘Ingewijde’, (pseudo) wetenschapper, pedagoog, estheticus, landbouwdeskundige, sekteleider, natuurvriend, allesweter (een kwestie van smaak en definitie). Dat is een hele goede vraag en inderdaad opmerkelijk. Ik heb me daar ook pas sinds de laatste jaren in verdiept. Ik ben er niet positiever over gaan denken, al heb ik dit bizarre gedachtegoed heel lang het voordeel van de twijfel gegeven. Ik ben er voor een gedeelte mee opgegroeid en heb zelf op de Vrije School gezeten (alleen lagere school, waar ik goede herinneringen aan heb ). Thuis deden we aan de BD en we hadden een abonnement op de ‘Jonas’, een niet meer bestaand liberaal en gematigd antroposofisch tijdschrift en opinieblad. Toen er midden jaren negentig verhalen in de Volkskrant en de Groene Amsterdammer verschenen over racisme in het onderwijs op Vrije Scholen (de kwesties van de verontruste Vrije School ouders Angelique Oprinsen en Toos Jeurissen, die van de kant van de Antroposofische Vereniging in Nederland slechts op een muur van onwil en afwijzing stuitten) was ik aan een kant verrast, maar terugdenkend aan mijn eigen ervaringen, had ik toch het bange vermoeden dat het weleens waar zou kunnen zijn. De reactie naar Toos Jeurissen van de orthodoxe antroposofen, ‘als jij Rudolf Steiner echt zou begrijpen, zou je zijn visie op wel onderschrijven’, kwam mij pijnlijk bekend voor (zo wordt er namelijk veelal in die wereld geredeneerd). Verder wist ik mij te herinneren dat mijn broer van een stagiair van de lerarenopleiding ooit gehoord had dat ‘negers dikke lippen hebben en dus geen wijsheid bezitten’, maar goed, dat was een tijdelijke kracht en zei dus niet zoveel over mijn school. Dus toen deze verontrustende berichten kwamen was het voor mij toen nog van ‘ach die gekke sofen, er zitten soms wat vreemde figuren tussen’. Maar ik wilde toch wel weten hoe het echt zat. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik besloot me er meer in te verdiepen.
Aanvankelijk ben ik met welwillendheid en enige relativering in de wondere wereld van Steiner en de antroposofie gestapt, alsmede de aanverwante theosofie van Helena Blavatsky. Ik stoorde me soms aan de bij tijd en wijle rigide dogmatiek der antroposofen, gezien sommige vroegere ervaringen en observaties uit het verleden, maar droeg ze, hoewel ik soms weleens een beetje lacherig van ze werd, geen kwaad hart toe. Geleidelijk aan is het beeld voor mij gekanteld. Na gedurende een paar jaar, soms intensief lezen, dan weer lange tussenpauzes, is voor mij gebleken dat de antroposofie als levensfilosofie een ernstig racisme probleem heeft. Het bleek nog erger dan verwacht. Het racisme bleek in het totale wereldbeeld van de antroposofie een prominentere rol te spelen dan de onderzoekscommissie, onder leiding van de jurist Ted van Baarda doet suggereren. Deze commissie was in opdracht van de AViN in het leven geroepen om het gedachtegoed van Steiner na de almaar toenemende negatieve publiciteit, op racistische uitspraken juridisch tegen het licht te houden en was in 2000 met een lijvig rapport gekomen. Er waren zestien uitspraken gevonden die als ‘ernstig discriminerend naar de huidige maatstaven’ werden bevonden (en nog wat meer als ernstig stigmatiserend). Maar de commissie stelde ook dat er bij Steiner ‘geen sprake is van rassenleer’. Bij beide conclusies heb ik, zacht uitgedrukt, ernstig mijn twijfels. Steiners boekje ‘Die Mission Einzelner Volksseelen’, in Nederland meestal kortweg ‘De Volkszielen’ genoemd, uit 1910, bevat alleen al wel wat meer dan zestien discrimenerende uitspraken (recent in het Nederlands weer uitgegeven onder de titel, ‘De Volkeren van Europa’, Pentagon, 2006. Ondanks deze titel gaat het hier om Steiners meest beruchte verhandeling over mensenrassen). Ik denk dat het zinloos is om ze te gaan tellen, daarvoor zijn het er simpelweg te veel. Bovendien gaat het bij een filologische analyse niet om de kwantitatieve maar om de kwalitatieve weging van een tekst. Dat is mijn belangrijkste bezwaar tegen de methode die de Commissie van Baarda heeft toegepast. Turven hoe vaak er iets strafbaars wordt gezegd is wellicht juridisch zinvol, maar is geen tekst analyse. Sinds wanneer is het huidige Nederlandse wetboek van strafrecht relevant voor Rudolf Steiner? Geldt hooguit voor antroposofen die nu klakkeloos uitspraken zouden overnemen (wat overigens wel veel gebeurt dus dat is dan nog wel de meerwaarde, maar het lijkt me niet relevant voor het antwoord op de vraag of er sprake is voor rassenleer. Bovendien wordt het dan ook niet duidelijk waarom Steiner iets zegt, alleen dat hij het zegt. Op die manier kun je er ook mee weg komen met de bewering het om een aantal ontsporingen van Rudolf Steiner gaat, niet om een integraal onderdeel van zijn totaalvisie. Dat is precies wat de commissie doet. In die zin werkt dit lijvige rapport meer als een rookgordijn dan dat het verklaart en analyseert. Laten we het erop houden dat Steiners betoog in essentie racistisch is, al spreekt hij de belofte uit dat de mens in de toekomst uiteindelijk zal uitstijgen boven de rasverschillen. Maar het feit dat deze rasverschillen worden onderscheiden, is al racistisch, naar ‘de huidige maatstaven’, maar ook naar die van toen (1910). Conclusie, op basis van ‘De Volkszielen’ alleen al kun je stellen dat er wel degelijk sprake is van rassenleer en dan heb ik het nog niet eens over de rest van zijn oeuvre, al spant ‘De Volkszielen’ wel de kroon.
Naast het inventariseren heeft de commissie zeker ook een aardige historische schets gegeven van de tijd waarin Steiner leefde en welke stereotype ideeën er toen gemeensgoed waren. Maar dan nog, hun conclusies op dit gebied kan ik niet delen, geplaatst in zijn tijd kun je wat dit aspect betreft, Steiner als aarts-reactionair aanmerken. Aardig is trouwens dat de commissie de Palestijnse Amerikaanse hoogleraar literatuurwetenschappen en denker Edward Said aanhaalt (’Culture and Imperialism’, op p. 96 en 123) om aan te geven hoe er in die tijd over niet-westerse volkeren en culturen werd gedacht. Ben benieuwd wat Said hier zelf van zou hebben gevonden. Ik denk dat hij lichtelijk verbaasd zou zijn geweest dat zijn ideeën van kolonialisme/post-kolonialisme zouden worden aangevoerd om Rudolf Steiner van alle blaam te zuiveren. Overigens heeft Edward Said, in zowel ‘Cuture and Imperialism’ als ‘Orientalism’, het nooit over Rudolf Steiner en zelfs Helena Blavatsky. Hij noemt in ‘Culture and Imperialism’ een keer Annie Besant, maar dan in het kader van haar feministische werk (’Culture and Imperialism’, 1993, Vintage uitgave 1994, p. 264). Zelfs een bespreking van Jiddu Krishnamurti (zou een prachtige casus voor Edward Said zijn geweest) ontbreekt. Ik denk niet dat Rudolf Steiner voor Edward Said zo belangrijk was. Het is jammer dat Said is overleden (in 2004) maar het zou interessant geweest zijn om hem te vragen zijn licht te laten schijnen op het werk van Steiner en Blavatsky. Ik denk dat het verpletterend zou zijn, zeker over Steiners verhandeling ‘Orient-Occident’ uit 1927. Ik denk alleen dat niet veel antroposofen daar erg enthousiast over zouden zijn. Maar goed, buiten antroposofische/theosofische kring wordt Steiner zelden of nooit gerekend tot de canon van grote denkers, eerder tot de mystisci en pseudowetenschappers (en dan ben ik nog terughoudend). Ook dat is een interessant aspect van het rapport van Baarda; Steiner wordt vergeleken met Friedrich Nietzsche en Albert Schweitzer, iets dat je waarschijnlijk nooit zult aantreffen in een niet-antroposofische studie. Mijns inziens ook een appels met peren vergelijking. Beter hadden ze Steiner kunnen vergelijken met Helena Blavatsky (alleszins te rechtvaardigen) of de grondleggers van de ariosofie Georg Lanz von Liebenfels en Guido von Lizst. Steiner heeft deze radicale racisten zelfs goed gekend en er zijn zeker parallellen met hun werk te vinden, zij het dat hun relatie tamelijk gecompliceerd was (lopen de meningen over uiteen). Of met Houston Stuart Chamberlain. Allen mystici en geen filosofen (net als Steiner, al zijn werk na ‘Filosofie der Vrijheid’ is eerder mystiek of esoterisch te noemen dan filosofisch) en allemaal puttend uit een zelfde soort gedachtegoed over rassen en reïncarnatie (afkomstig van Helena Blavatsky). Tegen de achtergrond van deze figuren zou Steiner nog gunstig afsteken.
Interessant is ook om kennis te nemen van wat Steiner onder wetenschap verstond. Bij Steiner lag de definitie veel ruimer dan bij de ‘normale wetenschap’. Zijn vermogen tot ’schouwen’ in de bovenzinnelijke wereld noemde Steiner geesteswetenschap (dus niet te verwarren met het hedendaagse begrip geesteswetenschappen op universiteiten, waar vooral de vakgebieden filosofie en theologie onder vallen). Het bestuderen van paranormale verschijnselen of het aanschouwen van hogere niet-materiële werelden was voor Steiner net zo goed wetenschap. Ook nu nog leidt dit soms tot de nodige begripsverwarring tussen antroposofen en niet antroposofen. Dit zal ook blijken uit de vele artikelen waar via weblinks naar verwezen wordt. Antroposofen noemen sneller iets wetenschap dan niet-antroposofen. Zelfs uit de beschouwingen over het van Baarda rapport blijkt dat er sprake is van deze begripsverwarring, al pretendeert het van Baarda rapport strikt wetenschappelijk te zijn naar de hedendaagse maatstaven.
Een van de kwalijkste kanten van het rapport van Baarda, los van het feit dat men mijns inziens slechts probeert zoveel mogelijk Steiners reputatie op te schonen, zijn de scherpe verwijten aan het adres van verschillende critici, vooral ook naar degenen die in gesprek met de antroposofie willen blijven, als bijvoorbeeld Toos Jeurissen (haar brochure ‘Uit de Vrije School geklapt’ staat sinds kort online: http://www.antroposofia.be/wordpress/uit-de-vrije-school-geklapt.pdf) . Kritiek op Steiner heet vaak ‘oppervlakkig’ of er is verkeerd geciteerd, of zaken zijn uit hun verband gerukt. Laat ik met het verkeerd citeren beginnen. In het geval van Toos Jeurissen en Bram Moerland ben ik alle citaten nagegaan, voorzover het de literatuur betreft die ik ook bestudeerd heb. Ik heb géén enkele verkeerde bronvermelding of een verdraaiing van een citaat mogen aantreffen. Alles wat Jeurissen en Moerland aanhalen uit ‘De Volkszielen’, ‘De Akasha kroniek’ of (in het geval van Moerland) Blavatsky’s ‘De Geheime Leer’ is correct. Ik heb hier Max Heindels ‘De wereldbeschouwing der rozenkruizers’ buiten beschouwing gelaten, dus ben daar ook niet de verwijzingen van Bram Moerland nagegaan, maar voor het overige klopte alles. Als de van Baarda commissie met dit soort beschuldigingen komt en daarmee de integriteit van de critici in twijfel  trekt moet ze ook met bewijzen komen. Daar is ze niet in geslaagd. Dit maakt het rapport er niet geloofwaardiger door, al lijkt het door de omvang en de vele geraadpleegde bronnen nog zo degelijk. Niet geloofwaardig en ook niet erg sympathiek. Dit geldt ook voor de behandeling van Jeurissen, die voor een korte brochure goed en degelijk werk heeft geleverd, binnen de Nederlandse context zelfs baanbrekend. Bovendien is Jeurissen al te zeer bereid de dialoog aan te gaan (doet ze ook met haar contact met de Flensburger Hefte). Qua bronnen leunt haar verhaal dan ook sterk op de publicaties van de Flensburger Hefte. Daarover meldt het van Baarda rapport niets. Het blijft dus onduidelijk of de onderzoekscommissie ook vraagtekens heeft bij het werk van deze kritische antroposofen in Duitsland. Het zou wel interessant zijn geweest om daar iets meer te van vernemen. Indirect wordt er zo wel gesuggereerd dat het werk van Thomas Höfer en Bernd Hansen ook gebaseerd is op selctief citeren en het uit hun verband halen van uitspraken van Rudolf Steiner, tenzij Jeurissen deze inmiddels vooraanstaande antroposfische nieuwlichters ook verkeerd citeert (daarover trouwens ook geen woord, het lijkt erop alsof dit onderwerp gemeden wordt). Maar Jeurissen krijgt dus de volle laag en over de Flensburger Hefte geen woord, terwijl meer dan de helft van haar betoog op hun bevindingen is gebaseerd. Maar dan nog, los van de Flensburger Hefte heeft ook Jeurissen een andere behandeling verdiend. Haar zorgen als direct betrokkene (ouder van kinderen op een vrije school) waren absoluut gerechtvaardigd en zij heeft voor haar bijdrage meer dan goed werk gedaan. Een enkel door haar gegeven citaat dat ik persoonlijk niet ben nagegaan heb ik weer gevonden in de beschouwing van Jana Hussman-Kastein van de Humboldt Universiteit (over dat ‘de neger van binnen zou koken’, zoals Steiner dit de arbeiders van de bouw van het Goetheanum heeft voorgehouden) en Jeurissen heeft dit citaat ook correct uit het Duits vertaald. Of wil de commissie soms beweren dat Jeurissen onder een hoedje speelt met deze medewerker van de hier genoemde beroemde universiteit, die dit citaat overigens tien jaar later weergeeft in haar artikel, met een bronvermelding naar de desbetreffende voordracht van Steiner. Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk. Maar de commissie doet Jeurissen bijna af als niet relevant (opmerkelijk, want naar aanleiding van haar brochure kwam de discussie pas echt goed op gang en werd deze commissie samengesteld met de opdracht het werk van Steiner op racisme door te lichten) en blijft ontkennen dat de antroposofie en de denkbeelden van Rudolf Steiner een ernstig racisme probleem hebben.
Terug naar Rudolf Steiner zelf. Multatuli en Conrad hadden al ruimschoots voor Steiners ’Die Mission einzelner Volksseelen’ hun meesterwerken geschreven en de eerste kritiek op het kolonialisme had al het levenslicht gezien. In dit verband interessant om alvast te wijzen op het artikel van Jan Willem de Groot, die aantoont dat Steiners rassenleer voor een groot deel leunt op de schedelmeters-theorieën van Carl Gustav Carus (1789-1869), opgetekend in zijn ‘Denkschrift’ (1849), midden negentiende eeuw al een achterhaald fossiel, laat staan in 1910, toen Steiner zijn beruchte Volkszielen cyclus voordroeg in Zweden. Steiners ‘wetenschappelijke onderbouwing’ liep toen al een beetje achter. Dit geldt trouwens ook voor zijn visie op de evolutie theorie, die sterk leunde op de toen ook al gedateerde recaputilatieleer van Ernst Haeckel, in plaats van Darwin, ook een belangrijke bron voor zijn rassenleer (Hulspas en Nienhuys, p. 157).
De Duitse rechter heeft vrij onlangs (2007) restricties en voorwaarden gesteld aan publicatie en verspreiding van ‘De Volkszielen’ (moet vanaf nu geannoteerd en met een inlegblad). Ook in Zwitserland is er op dit moment een zaak onder de rechter wat betreft antisemitisme in het werk van Steiner. Geeft toch een beetje een ander beeld dan wat de AViN en de Commissie Baarda ons voorschotelt. Het internationale debat vind ik overigens ook een gemiste kans van de Commissie van Baarda; dit is natuurlijk niet een kwestie die zich tot Nederland beperkt. Vooral in Duitsland wordt het debat veel intensiever gevoerd. Maar ook in Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten speelt deze kwestie, zowel de discussie als verschillende rechtzaken, die niet allemaal in het voordeel van de locale antroposofen en het werk van Rudolf Steiner hebben uitgepakt. Nu zijn de meeste van deze zaken van recenter datum dan het van Baarda rapport, maar toch, ook toen speelden deze kwesties ook in het buitenland, met name in Duitsland rond de kring van Thomas Höfer en de Flensburger Hefte waar vanuit overigens moedige en lovenswaardige pogingen zijn ondernomen om de antroposofie daadwerkelijk te zuiveren van racisme (in plaats van simpelweg te ontkennen dat er sprake is van rassenleer). Zoals verwoord in hun publicatie ‘Antroposophie und Rassismus’: ‘Onder de uitspraken van Steiner bevinden zich enkele die door niets meer te rechtvaardigen zijn en waar men zich consequent van zou moeten distantiëren. Wij zijn ons ervan bewust dat dit pijnlijk kan zijn, maar we menen dat het noodzakelijk is en dat het ook in de bedoeling lag van Steiner, die er immers telkens weer toe opgeroepen heeft zijn uitspraken te onderzoeken. Wij hebben niets anders gedaan dan aan deze oproep gehoor te geven.’ (geciteerd uit Jeurissen in de Groene Amsterdammer van 5-2-1997). Er is dus echt wel iets aan de hand met het antroposofische gedachtegoed.
Het gaat mij hier niet om alle juristerij, waar ik geen verstand van heb en voor mij ook niet zo belangrijk is. Persoonlijk ben ik op dat vlak een tamelijk radicale en hartstochtelijke libertinist dat ik vind dat zelfs ‘Mein Kampf’ niet verboden zou mogen worden, al zullen mijn juristen vrienden mij nu kunnen zeggen dat ik hier wellicht hele domme dingen uitkraam. Maar een wereld met boeken waar je je helemaal kapot aan kan ergeren, of zelfs gevaarlijke boeken, is interessanter dan zonder. Alles beter dan indexen, inquisities of censuur.
Ik zal later terugkomen op de Volkszielen maar ik ben in het algemeen tot de conclusie gekomen dat de antroposofie structureel racistisch is en als levensbeschouwing regelrecht bizar en sektarisch, hoe mooi en bijna ‘kloppend’ het theoretische bouwwerk ook door Steiner aan elkaar gepraat is. Dit gaat nadrukkelijk niet over mijn oude school, noch mijn leraren, aanhangers of enthousiastelingen die ik persoonlijk ken, veelal mee bevriend ben en waar bovendien geen onintelligente mensen tussen zitten, geen enkel misverstand, maar de leer zelf. Ik ben tot deze conclusie gekomen na enige studie naar het werk van Steiner, Blavatsky, sympathisanten, aanbidders, opportunisten, meelopers en goedpraters, regelrechte racisten en Holocaustontkenners (uit naam van Rudolf Steiner), krankzinnige fanatici en dolgedraaide extremisten die Ahriman op een foto menen te herkennen bij de aanslagen van 11 september, maar ook critici, waarvan de laatsten vaak beter op de hoogte bleken te zijn van de herkomst van bepaalde opvattingen of de historische wortels van de antroposofie dan de sofen zelf. Die staren zich in regel blind op hun grote roerganger. Hieronder mijn uitgebreide en uit de hand gelopen antwoord (voor mij de aanleiding en het excuus om alles een keer op te schrijven) op een hele simpele vraag, oorspronkelijk in een iets andere en veel kortere vorm elders geplaatst:

De extremisten

Steiner heeft meer dan twintig boeken geschreven, dus het is niet makkelijk te zeggen waar je zou moeten beginnen. Het beste kun je eerst wat over hem lezen. Een uitgesproken pro-Steiner werkje is Jacob Slavenburg, ‘Rudolf Steiner, vernieuwer van het oude weten’, Ankh Hermes, 1990. Hoewel de schrijver een naar mijn smaak te grote bewondering voor Steiner heeft, is het wel een aardige inleiding op zijn gedachtegoed. Als je wat kritischer stukken wil lezen kijk dan op de website van Simpos (http://www.stelling.nl/simpos/steiner.htm ). De heldere en goed onderbouwde beschouwing van Jam Willem de Groot over Steiners rassenleer verdient een aanbeveling: http://www.stelling.nl/simpos/antro1.htm . Een bijna nog betere, maar zeer compacte analyse van Jana Husmann-Kastein, van de Berlijnse Humboldt Universiteit vind je hier: http://www.religio.de/dialog/106/29_22-29.htm . Overigens is er ook nog een lezenswaardige Belgische website, van het tijdschrift ‘De Brug’ (http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/inhaztot.html) die zo hysterisch pro-Steiner is dat het bijna lachwekkend wordt. Zo wordt de rassenleer met vuur verdedigd en staan er de meest absurde hatelijke teksten over zaken waar de antroposofie allemaal tegen zou zijn, zoals inentingscampagnes, atheïsme (’een ziekte!’), politieke correctheid en homoseksualiteit (’een luciferische verleiding van niet volledig geïncarneerde mannen met een zwak astraal lichaam’ en ’ze lijden pijn om hun anders zijn’, http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b50defhtm.htm. In dit zelfde artikel wordt trouwens ook gesproken van ‘het zich verlustigen aan de oersterke etherlichamen van de ploeterende boeren op het platteland’).
De auteurs van de vele artikelen van de Brug (het gaat zeker om een paar honderd) schieten zich in hun blinde fanatisme wel erg in de eigen voet. Zij zien overal samenzweringen tegen die prachtige antroposofie en zijn volgens mij doodsbang. Ook zoeken ze de meest vreemde bondgenoten, zoals de Britse Holocaust ontkenner David Irving, die meermalen instemmend wordt aangehaald, bijvoorbeeld in de beschouwing ‘De Ahrimanische maatschappijvorm; Ahriman heeft zijn eigen religie in Staat, Multi-cultuur en Holocaust’, waarin de auteur verder ‘woordgrapjes’ uithaalt met de begrippen ‘Holy-Ghost’ en ‘Holocaust’ (te vinden onder ‘A’ van ‘Ahriman’, directe link http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b46met/b46.htm). Hier wordt ook verwezen naar de website van David Irving, die de waarheid zou onthullen over de Holocaust. Dit alles uit naam van de antroposofie. Qua woordspelingen blijken deze auteurs nog meer dijenkletsers in petto te hebben; zo wordt er gesproken van Baäl/Baälgië (Baäl is een Fenicische God waar de sofen, net als met de Perzische Ahriman, grote problemen mee hebben en tot grote bovennatuurlijke boef is gebombardeerd, dus bruikbaar als een leuk etiket voor het verfoeilijke ‘multiculturele België’). Elders wordt België als staat een ‘Zwart Magische constructie’ genoemd. Heeft weinig meer met Steiner zelf te maken. Eerder met het Vlaams Belang van Filip Dewinter. Maar misschien zoeken deze verwarde antroposofen krampachtig naar allerlei bondgenoten, om die rassenleer maar te kunnen blijven handhaven. Wellicht zijn ze zo wanhopig dat ze uitkomen bij een obscurantist als David Irving. Staat wel in schril contrast met de uitspraak van de Steinergezinde theosofe Alice Ann Bailey, die in 1949 de Holocaust weer een ‘vuur van gerechtigheid’ noemde (uit Jeurissen, p. 19). Met dit soort vrienden heeft de antroposofie geen vijanden meer nodig. Ze zijn zelfs zo tactisch dat ze eerst met veel misbaar ontkennen dat er bij Steiner sprake is van rassenleer om deze daarna zo effectief samen te vatten en uit te leggen dat er geen misverstand meer mogelijk is. Ik zal later op de rassenleer en deze uitleg terugkomen bij de bespreking van ‘de Volkszielen’.
Geheel ongevaarlijk is deze website niet. Op een herdenkingssite van Kamp Westerbork schrijft een zekere Philippine in het forum: ‘In de Westerse wereld staat het iedereen vrij om over een bepaald geschiedkundig fenomeen te denken hoe hij wil…maar er is een onderwerp dat niet meer onderzocht mag worden en dat is de “holocaust”, het dogma van de systematische uitmoording van 6 miljoen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is in de meeste Westerse landen verboden om aan dit “feit te twijfelen….Waar het mysterie van Golgotha als centraal geestelijk gegeven in de ontwikkeling van de mensheid voor allen een lichtend voorbeeld zou kunnen zijn…krijgen we nu een verhaal en geestelijk afstotingspunt, het zwarte gat in de mensheidsgeschiedenis waar iedereen in een grote boog om heen zou moeten lopen en dat de mensheid verenigt in een voortdurende haat tegen Duitsland. Zelfs voor de oorlog begon die haatpropaganda al. De Antichrist, die zo handig de zaken in hun tegendeel kan verkeren, probeert ook de Heilige Geest te vervangen door een zeer aards, zeer leeg gegeven, dat de naam holocaust heeft gekregen, weerom niet toevallig in het Engels klinkend als Holy Ghost”. Citaat uit artikel van de Brug, antroposofisch tijdschrift’ (http://www.peterbreedveld.com/archives/00001347.html) . Hier staat je verstand letterlijk bij stil. Zo ver kan het dus gaan.
Er wordt verschillend gedacht over of Steiner een antisemiet was (daar zijn ook teveel tegenstrijdige berichten en uitspraken over). Bij de Brug wordt nadrukkelijk beweerd dat hij dat niet was, artikel ‘Was Steiner een antisemiet? Natuurlijk niet’ (http://users.pandora.be/antroposofie/dornach/antisem.htm). Goed Steiner dan misschien niet, maar de schrijvers van de Brug waarschijnlijk wel, als ze vol enthousiasme een citaat aanhalen van de Vlaamse schrijver en jezuïet Ernest Claes, om alvast ‘in de stemming te komen voor de Kerstspelen’, dat is althans de motivatie van ‘de Brug’. Ik zou zeggen, geniet van deze opbeurende kerstwens: ‘Daar zaten de Joden van het Sanhedrin, met losse zwarte mantels aan en gekke mutsen op de kop. En die gezichten ! … Bijna zwart, lange baarden en grote kromme neuzen. Eén van hen leek op Victalis. Ze deden gebaren die een gewoon mens zo niet doet. Van wat die loeders tegen elkaar zaten te fezelen kon ik niets verstaan, maar ik kon het wel raden (…) Eén van die lelijke Joden telde het geld uit een grote beurs. Ik hoorde het rammelen stuk voor stuk’, http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b48met/b48.htm#geloof. Een duidelijk gevalletje van antisemitisme lijkt me, ook met die intentie op deze site geplaatst. Ik denk dat je dat rustig kan stellen, zeker in de context van deze site, waar meer dan eens David Irving instemmend wordt aangehaald. Ook een andere Holocaustontkenner, een zekere Dr. Johannes Lerle, wordt geïnterviewd en er wordt medegedeeld dat de Holocaust ‘nog onderzocht’ moet worden (http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b57net.htm). Er staat overigens ook een apparte link naar de site van David Irving met de triomfantelijke tekst: ‘link naar David Irvings politiek niet correcte webstek over de oorlogsgeschiedenis’ (te vinden onder de W bij Wereldoorlog II).
En wat te denken van het volgende citaat? ‘In deze milieus moeten we de occulte broederschappen gaan zoeken. Dat daar misschien overwegend Joden bij zijn is in deze tijd niet meer relevant. Als dat voor hun doeleinden uitkomt verloochenen ze evengoed hun rasgenoten (Er bestaan verschillende interessante studies over welke kringen Hitler financierden). Zoals men uit bovenstaand artikel kan afleiden zijn zelfs de eigen familieleden niet veilig wanneer ze zich niet willen openstellen voor de ahrimanische inspiraties’. Joden die hun ‘rasgenoten’ verloochenen als het ze uitkomt. Dat er al gesproken wordt van een ‘Joods ras’ is al antisemitisch. Dit alles uit naam van de antroposofie. Terug te lezen op http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b45.htm, waar wij ook kunnen lezen dat ‘Lucifer en Ahriman werken aan de opbouw van een termietenstaat’. Dit laatste met behulp van een militair-industriëel en een ‘academisch’ complex. Het eerste klinkt vertrouwd maar dat ‘academisch’ is nieuw. Maar antroposofen zijn niet altijd de grootste vrienden van de wetenschap, dat blijkt weer eens.
Het meest verbijsterende is nog wel dat deze krankzinnige website gewoon wordt aangeprezen door de Belgische Antroposofische Vereniging. Ook wordt er naar deze ‘digitale Augiasstal’ verwezen op de site van een Nederlandse beginnerscursus antroposofie in Zeist. Het zou maar je eerste introductie in de antroposofie zijn. Na toch wel wat ervaring in die wereld kan ik echt wel het marginaal sektarische van de mainstream onderscheiden (al ben ik in het algemeen niet zo’n aanhanger, geheel ten overvloede), maar in het geval van ‘de Brug’ lijk ik de enige die het ziet. Ik geloof niet dat er ooit een verstandig mens uit antroposofische kring een keer goed deze site heeft geïnspecteerd, anders zou die niet zo vaak worden aangeprezen als een goede bron voor achtergrondinformatie (ook op grote antroposofische webgidsen als ‘Antrovista’ wordt de Brug aangeprezen). Over deze site alleen al zou je tien ‘onderzoekscommissie rapporten’ kunnen schrijven. Goed voor een aardig relletje wanneer dit duistere hoekje op het internet ontdekt wordt en in de schijnwerpers wordt gezet. Een blik op de inhoudsopgave is genoeg. Zelfs de Paus wordt niet ontzien. Wat te denken van de volgende titel: ‘Ratzinger; Lieven Debrouwere verdedigt hem, de Brug sabelt hem neer’. Wel erg agressief, ook als je geen vriend van de huidige Paus bent. Deze sofen zijn echt razend. Dit is wel iets anders dan de vroegere beschaafde ‘Jonas’.
De ‘leukste’ artikelen gaan over het Michaelsmysterie en de Ahrimanische krachten, die overal op de loer zouden liggen. ‘Michael heeft trouwens een ernstig gelaat’, maar dat lijkt me niet zo verwonderlijk. Ik denk dat hij net zo veel gevoel voor humor heeft als de auteurs van de artikelen van de Brug, al zijn die vaak onbedoeld nogal hilarisch. Alhoewel, wij kunnen ook lezen dat ‘humor het beste wapen is tegen Lucifer’ in het artikel met de veelbelovende titel ‘Sekten en Seks; Lucifer en Ahriman’, http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b08sex.htm.
Ook de islam krijgt een veeg. Deze religie zou ‘luciferisch’ zijn. De Goddelijke Openbaring van de Profeet zou vergelijkbaar zijn met de wereld van Mephistoteles uit Goethe’s ‘Faust’. Het oosten zou sowieso Lucifers domein zijn, terwijl het westen dat van Ahriman is.  Vervolgens blijkt de Holocaust toch plaats te hebben gevonden, maar is deze ‘verheven tot een religie’, die weer ‘Ahrimanisch’ zou zijn, http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b57net.htm#13. Helderheid is niet de sterkste kant van de schrijvers van de Brug.
Hoogtepunt is de beschouwing ‘Naar een afschuwelijke toekomst’, waarin de antroposofie een welhaast apocalyptische dimensie krijgt. De huidige positie van de gemeenschap der antroposofen wordt vergeleken met die van de eerste Christenen in Rome in de catacomben, ten tijde van Nero (’Maar uiteindelijk stortte het Rijk ineen door zijn eigen logheid. Dat kan ons wat moed geven’, http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b48met/b48.htm#ahr, onderaan artikel) . Elders wordt er beweerd dat de leden van de Antroposofische Vereniging geïncarneerde engelen zijn, met de missie om als een soort ‘Jedi Knights’ het lot van de aarde en de kosmos ten goede te laten keren. Dit zou moeten gebeuren in een soort ‘kosmische jihad’ aan de zijde van Aartsengel Michael (http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b32bewaareng.htm). Het zou gaan om een wraakoefening voor een catastrofale gebeurtenis in het ‘rampjaar 869′, toen op het oecumenische concilie van Constantinopel de leer van de menselijke driegeleding zou zijn verworpen. In de hemel zouden op dat moment de duistere krachten Michael van de troon hebben gestoten, middels een kosmische staatsgreep. Want ‘zo boven zo beneden’ leert de grondwet van de Hermetica ons, die ook door de sofen wordt onderschreven. Met deze welhaast intergalactische ramp zou de werkelijke ‘Christusimpuls’ zijn verloochend. Het is nu aan de tot antroposofen geïncarneerde schare engelen en Michael om de positie op aarde en in de kosmos weer te heroveren op de duistere krachten van Lucifer en Ahriman, om zo de hemelcoup weer ongedaan te maken. Dit zou zijn besloten op een reeks hemelse conferenties van engelen en zielen, die nu zijn geïncarneerd tot de leden van de antroposofische vereniging, onder voorzittersschap van Michael. Kan iemand dit nog volgen? De ‘Jedi-Council’ tegen de ‘Sith’. For peace and prosperety in the Galaxy. Net Starwars, met the force tegen de Darkside van Ahriman, het Beest.
Ahriman, of Angra Mainyu, is overigens oorspronkelijk de god van de Duisternis in de Zoroaster cultus van het pre-islamitische Perzië (de tegenhanger van de lichtgod Hormuzd, Varuna of Ahura Mazda in het Perzische Avestische dualisme), maar door Steiner en verder een aantal pan-Germaanse 19e eeuwse denkers afgestoft en opgewaardeerd tot een universele en eeuwige ‘Darth Vader’, (of ‘Sauron’ voor de Tolkien liefhebbers). Laten we niet vergeten dat er wel meer Perzische symbolen werden ingezet in allerlei pan-Germanistische bewegingen, zoals ook de Swastika, waarmee ik geen verband suggereer met de antroposofie, behalve dat het voor die tijd niet ongebruikelijk was om met Perziche begrippen en symbolen te schermen, zie ook Nietzsches ‘Also sprach Zarathustra’, hoewel Nietzsche zeker geen pan-Germanist was. Maar het was wel een modegril van die tijd. Het Perzisch is immers een Indo-Germaanse taal (itt het Arabisch, dat Semitisch is) en vanwege de ouderdom en de lange culturele traditie ideaal voor de pan-Germaanse mythevorming. Voor de antroposofie is Ahriman dus de ultieme boeman en Rudolf Steiner heeft dan ook veel woorden aan deze booswicht besteed.
Volgens de auteurs van Brug is er altijd wat aan de hand met die Ahriman. Hij zit nooit stil, ligt altijd op loer, beïnvloedt de Amerikaanse politiek (jammer voor Bush met zijn Jezus) of inentingscampagnes (daar zijn rechtzinnige sofen namelijk tegen). ‘Ahriman handelt met voorkennis in de ‘Anglo-Amerikaanse wereld’ en geeft Duitsland van alles de schuld’, Ahriman zit achter de Europese grondwet, Ahriman zit achter ‘de wereldwijde anti-discriminatie lobby’, ‘Ahriman heeft zich genesteld in de materialistische wetenschap’ (vanzelfsprekend), ’Ahriman heeft niet stilgezeten en met zijn handlangers weer iets nieuws bedacht’. ‘Ahriman de leugengeest’, Ahriman hier, Ahriman daar, Ahriman, Ahriman, echt overal Ahriman. Hij zat ook achter de aanslagen van 11 september (’bewezen, want hij stond op de foto’, het staat er echt). Het lijkt soms meer op de Satanskerk dan op de antroposofie. Dat deze snoodaard achter alle complotten zit wordt als volgt uitgelegd: ’Het verschil van al deze theorieën met de antroposofische interpretatie is dat wij aannemen dat er een geestelijk wezen aan de basis ligt van deze gang van zaken, terwijl niet-antroposofen de schuldigen ofwel zoeken binnen de aardesfeer (Vrijmetselaars, Loge, Illuminati, Zionisten, Kapitalisten) ofwel buiten de aardesfeer waar ze activiteiten van min of meer materiële intelligenties veronderstellen (UFO’s e.d.). Volgens ons zijn de organisaties en groeperingen die we zien werken in de richting van een wereld-termietenstaat ook maar uitvoerders van een bovenmenselijke intelligentie, nl. Ahriman’ (http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b48met/b48.htm#ahr). Nog meer complottheoriën en uiteenzettingen over hoe Ahriman ‘voor Chinese lichamen bestemde zielen tracht om te leiden door ze als Europeanen te laten incarneren en zo de opiumoorlog heeft veroorzaakt’ vind je hier http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b44deel1.htm. Het ergste vind ik nog wel dat ‘Ahriman niet wil dat wij wijs worden!’. Maar dat zijn wij wel, want wij zijn antroposofen. Trouwens wel weer schattig dat de lezertjes van de Brug op het hart wordt gedrukt om vooral wel in kabouters te geloven (’warm, nat en zacht’ en horen bij het ‘element’ aarde). Het enige spoortje van zelfkennis of relativering dat ik in deze honderden artikelen heb kunnen aantreffen is (wanneer het fenomeen UFO’s ter sprake komt): ‘Een vervelende vraag voor antroposofen vermits Rudolf Steiner nooit over vliegende schotels gesproken heeft. We kunnen dus niet terugvallen op een of ander citaat en zijn daardoor verplicht om zelf eens na te denken. Wat ook voor antroposofen niet altijd evident is’, http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b55a-htm.htm#005 . Ook wordt er in deze beschouwing gesteld dat de verhalen ontvoeringen door aliens in UFO’s, die mensen op de operatietafel zouden leggen, symbolisch zouden moeten worden opgevat (à la Jung) en dat het een teken is dat we ons zelf moeten ontleden en ‘bij ons zelf te rade moeten gaan’. Interessant om dat uit de mond van een dweper met holocaustontkenners te mogen vernemen.
Bekijk deze site zeker, ik kan hem van harte aanbevelen, vooral alle beschouwingen over Ahriman (vijftien waarin hij de hoofdrol vervult en een bijrol in minstens veertig). Je weet niet wat je leest, de gekte spat er van af: http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/inhaztot.html . Het is een bron van vermaak mits je het niet al te serieus neemt. Als het zou bestaan is deze samengebalde sektarische krankzinnigheid een duidelijk gevalletje van sofen-extremisme. De missionaire intenties van deze site worden trouwens niet onder stoelen of banken gestoken: ‘Dat zal het karma van de antroposoof worden: dat hij niet alleen zal begaan zijn met zijn eigen lot, maar dat hij zich ook zal bekommeren om het lot van zijn medemensen die er nog niet in geslaagd zijn dezelfde spirituele hoogte te bereiken’. Dat het menens is blijkt wel hieruit: ‘De antroposofen moeten er zich eindelijk rekenschap van geven dat het luttele deel van de mensheid dat zich voor de antroposofie interesseert, daardoor pas de oerfenomenen van de beschavingscrisis kan begrijpen en aldus de enige hoop voor de geestelijke wereld vormt’. Een van de artikelen heeft overigens de pathetische titel ‘Antroposofen; waarom hebben zij het dikwijls zo moeilijk?’ Ik denk dat de aard van deze website de vraag meteen beantwoordt.

De Volkszielen

Steiners belangrijkste titels zijn: ‘Filosofie der Vrijheid’, ‘Theosofie’, ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’ en de door zijn weduwe Marie von Sievertz posthuum uitgegeven ‘Akasha kroniek’, waarin de geschiedenis en de ontwikkeling van de mens en de kosmos volgens de leerstellingen van de antroposofie wordt beschreven. Als je kennis wil nemen van een heel curieus aspect van zijn denken (de beruchte rassenleer) kan ik je ‘De Volkszielen’ (Die Mission Einzelner Volksseelen im Zusammenhange mit der Germanisch-Nordischen Mythologie), de gebundelde Christiania voordrachten in Oslo, 1910, aanbevelen. Was tot voor kort niet makkelijk aan te komen en werd ook niet verkocht bij de Nederlandse Antroposofische Vereniging. Recent (2006) is het weer in de Nederlandse vertaling uitgegeven door Pentagon, onder de titel ‘De Volkeren van Europa; de opdracht van de afzonderlijke volkszielen en de samenhang met de Germaans-Noordse mythologie’. Voor dit verhaal heb ik echter de voorkeur gegeven aan de originele Duitse tekst, een uitgave uit 1950. Dat heb ik om twee redenen gedaan. In de eerste plaats omdat dit boek zo omstreden is dat ik het nuttig vond om het in de originele taal te raadplegen, zodat er geen misverstand over tekst kan bestaan. Verder zijn veel Pentagon uitgaves (zoals ook recent de Akasha kroniek) gematigder getoonzet dan de originele teksten. Daar valt aan een kant veel voor te zeggen, maar niet in dit verband, waar ik liever Steiner op zijn eigen woordkeus beoordeel, juist wat betreft zijn meest controversiële boek. Vandaar dat ik van het origineel gebruik heb gemaakt. De Nederlandse uitgever neemt overigens wel een standpunt in. Hij vermeldt dat het boek vaak het middelpunt is geweest van hevige controverses, maar verwijst naar het rapport van de Commissie van Baarda om ieder misverstand uit de wereld te helpen. Maar al verwijst de uitgever dan nog zo graag naar het van Baarda rapport, op p. 155 kunnen wij lezen: ‘Merkurius grijpt zo in in dat hij met anderen samenwerkt in het klierstelsel. Hij kookt binnen dit klierstelsel en daar leven die krachten zich uit die door dat overwicht van de Merkuriuskrachten in het klierstelsel van de betreffende mens koken en borrelen. Dat komt daar vandaan dat zij uitkoken wat de algemene, gelijke mensengestalte van het Ethiopische ras doet met de zwarte huidskleur, het wollige haar, enzovoort’. Kroeshaar als bubbeltjes, je moet er maar op komen, maar het is wel saillant dat het Baarda rapport in een band zo geprezen wordt en later door de feiten zo compleet onderuit gehaald wordt. Het is toch even met je ogen knipperen, wetende dat deze tekst in 2006 is afgedrukt, met de bedoeling om de Blijde Boodschap te verspreiden. Maar goed, ‘geen rassenleer’ dus, volgens het voorwoord. Je vraagt je wel af wat er in het hoofd van zo’n redacteur moet omgaan, als je eerst de van Baarda bezwering (’géén sprake van…enz’.) en vervolgens deze zinssnede publiceert. Lijkt me nogal een schizofrene activiteit. Daar moet je volgens mij antroposoof voor zijn, om zoiets te kunnen. Vanaf hier zal ik overigens verder gaan met de Duitse tekst; ook alle bronvermeldingen en paginanummers zullen daarnaar verwijzen.
Overigens heeft Steiner later het verhaal van de ‘kokende neger’ nog een keer verteld, deze keer in een lezing voor de arbeiders van de bouw van het Goettheanum in Dornach, in 1923. Steiner: ‘Und weil er eigentlich das Sonnige, Licht und Wärme, da an der Körperoberfläche in seiner Haut hat, geht sein ganzer Stoffwechsel so vor sich, wie wenn in seinem Innern von der Sonne selber gekocht würde. Daher kommt sein Triebleben. Im Neger wird da drinnen fortwährend richtig gekocht, und dasjenige, was dieses Feuer schürt, das ist das Hinterhirn’, Rudolf Steiner, ‘Vom Leben des Menschen und der Erde, Über das Wesen des Christentums. 13 Vorträge gehalten vor den Arbeitern am Goetheanumbau in Dornach vom 17. Februar bis 9. Mai 1923′. Rudolf Steiner Verlag, Dornach 1993 (GA 349 / TB 723), geciteerd uit Jana Hussman-Kastein, ‘Schwarz-Weiß-Konstruktionen im Rassebild Rudolf Steiners’. Jeurissen haalt dit citaat ook aan, p.9, geciteerd uit een artikel van Thomas Höfer, geheel correct vertaald (dit omdat de commissie van Baarda vaak beweert dat er slecht vertaald is). Laten we dus vaststellen dat deze bewering van Steiner geen ontsporing is maar dat hij dit echt vond en dat het een onderdeel is van zijn visie op het ‘zwarte ras’ en daarmee zijn rassenleer. Anders zou hij hier zeker niet twee keer mee zijn gekomen in een tijdsbestek van dertien jaar.
En dan de Commissie van Baarda. Op p. 120-121 wordt er gesproken over Steiners opvattingen over het zwarte ras, maar dan geen woord over de kokende kliersystemen, terwijl hij het hier toch twee keer in verschillende periodes van zijn leven en carrièrre heeft gesproken. Op p. 122 stelt de commissie (als het over algemene uitspraken over rassen gaat): ‘De uitspraken die Steiner heeft gedaan over rassen kunnen misschien het beste vergeleken worden met een lichamelijke diagnose; ze hebben geen betrekking op het wezenlijke van de mens’. Je mag toch hopen dat de commissie hier niet de door Mercurius aangestuurde kokende kliersystemen mee bedoelt.
Geheel ten overvloede wordt niet door iedereen gedacht dat er geen sprake is van rassenleer, binnen en buiten Nederland, zelfs in antroposofische kring. In Duitsland is  zeer onlangs (in 2007) door de rechter bepaald dat ’Die Mission einzelner Volksseelen’ uitsluitend geannoteerd, met een inlegblad, mag worden uitgegeven middels de wet ‘Index Jugendgefärdeten Schriften’, een niet onbelangrijk detail (zie link http://www.sueddeutsche.de/,ra4m2/kultur/artikel/91/123914/). Men is overigens in Duitsland veel verder met de discussie over antroposofie en racisme dan in Nederland. Van de mainstream antroposofen heeft zich een groepje ‘kritische nieuwlichters’ afgesplitst, ‘Die Junge Antroposophen’, met een eigen uitgeverij en tijdschrift ‘Die Flensburger Hefte’, waar het inmiddels geen taboe meer is om Steiners rassenleer ter discussie te stellen (http://www.flensburgerhefte.de/titel/fh91100.html). Is overigens een hele typische antroposofische website. De kenmerkende kleuren met bijbehorend lettertype alsmede de ‘Heilende Kräfte’ lachen je van het beeldscherm toe. Gaf weer een gevoel van ‘thuiskomen’. Voor mij een feest van herkenning. Maar goed, ze durven het, dus niet iets om cynisch over te doen. Ze zijn niet zo soft als ze eruit zien. Wat zij doen was binnen de antroposofische beweging tot voor kort onmogelijk en zou in Nederland onbespreekbaar zijn. Hoe dan ook een moedig en lovenswaardig streven (orthodoxe antroposofen houden er niet van dat er aan de inzichten van hun voorman wordt geknabbeld), al is het naar mijn mening moeilijk om het racisme van de rest te scheiden. Dan zou je ook over de wortelrassen, Atlantis en Lemurië moeten beginnen en dan is het einde zoek (zie later, bij de bespreking van Helena Blavatsky).
Al is het maar een relatief, zeker naar Steiners maatstaven, klein boekje (slechts 216 pagina’s), ‘De Volkszielen’ is voor het veelbesproken deelaspect van Steiners gedachtegoed van cruciaal belang. Hij begint met een uiteenzetting dat er zelfs binnen Europa duidelijk sprake is van een collectieve ziel of astrale sfeer per volk. Zo zegt hij dat als je de grens over gaat naar een ander land, je zou kunnen voelen, mits je daarvoor aanleg hebt natuurlijk, dat je in een andere ’sfeer’, ‘veld’ of ‘energie’ terecht komt (dus los van de douane of andere verkeersborden, ed.). Het komt er op neer dat wat er voor een individueel mens geldt, ook opgaat voor een ‘volk’ of ‘ras’. Een volk zou, naast een fysieke verschijning, ook een ziel en een geest hebben, parallel aan de driegeleding van de mens, zoals Steiner die uiteen heeft gezet in zijn veel bekendere werk ‘Theosofie’, uit 1904. Ook zou er sprake zijn van een soort collectief astraal lichaam en etherlichaam, die een volk als geheel aansturen. Migratiegolven vergelijkt hij dan ook met dezelfde mysterieuze kracht waarmee trekvogels zouden worden gedreven.
Steiner stelt overigens dat niet bij ieder individu er sprake is van een sterke werking van de Volksziel. Binnen de antroposofie wordt er, ontleend aan de oude Grieken, onderscheid gemaakt tussen vier menstypes, gekoppeld aan de vier elementen: sanguinici (lucht), flegmatici (water), cholerici (vuur) en melancholici (aarde). De eerste drie categoriëen zouden veel gevoeliger zijn voor de collectieve volksziel en marcheren dus veel makkelijker achter de meute aan dan de laatste, maar staan aan de andere kant minder open voor ‘menstype-genoten’ uit een andere volks of rassensfeer. Dus melancholici aller volkeren verenigt u! (wel aardig, ben zelf in mijn Vrije Schooltijd gecategoriseerd tot melancholicus, dus zou in theorie makkelijker kunnen ‘levelen’ met melancholici van een ander volk of ras dan bijvoorbeeld een cholericus of een flegmaticus, die het meer bij hun eigen ‘volksziel’ houden).
Als er al binnen Europese volkeren sprake zou zijn van een collectieve volksziel, dan geldt dat al helemaal voor de verschillende mensenrassen. Deze mensenrassen hebben allemaal een collectieve lotsbestemming of Kharma. De een bulkt van de energie en verspreidt zich als een olievlek (de zwarten), de ander trekt zich terug in een hoekje om collectief rustig te gaan zitten uitsterven (de indianen). Ook gaan er bij rassen veel grotere krachten een rol spelen, zoals de werking der planeten. Steiner: 'Da gewinnen wir sozusagen den Untergrund, den Boden für das, woraus sich erst die einzelnen Völkerindividualitäten erheben. Wir gewinnen dadurch die Umschau über den ganzen Erdenplaneten, finden den Erdenplaneten dazu bestimmt, eine Menschheit zu tragen durch die normalen Geister der Form, finden, daß sich die zurückgebliebenen Geister der Bewegung in dieses Terrain der Geister der Form hineinbegeben und als abnorme Geister der Form das Menschentum auf dem ganzen Erdenrund in die einzelnen Rassen gliedern' (p. 68). Uiteindelijk komt Steiner uit op een op astrologie geschraagde rassenleer. De verschillende rassen kunnen gekoppeld worden aan de specifieke krachten van de best bijpassende planeet. Dit leidt ongeveer tot het volgende overzicht:

Mercurius = negers (lekker hard rennen en vlakbij de zon, ‘Merkurkräfte in dem Drüssensystem des betreffende Menschen kochen und brodeln’, 'wolligen Haar' enz.)
Venus = ‘Maleisiërs’, een kwalificatie voor de inwoners van het Indo-Chinese schiereiland, door Steiner gedefinieerd als een appart ‘ras’ (Thaise massage, hoeren en natuurlijk al die pedo-toestanden, waarbij ‘de zinnelijke Venuskrachten doorwerken in de ademhaling’)
Maan = Semieten (reflectief, dus parasitair, zie de beschouwing van Jan Willem de Groot, worden overigens ook geassocieerd met Mars, omdat de Oud-Testamentische Jaweh, ‘werkzaam was in de bloedbanden’)
Mars = Mongolen (de oorlogsgod, dus de Hunnen, de rode hordes en ander rennend en plunderend onguur steppevolk, dat maar onze kant uitkomt om herrie te schoppen)
Jupiter = ‘Ariërs’ en ‘Kaukakasiërs’ (de ‘grootste’, ‘de brenger de Zeuskrachten, die de Grieken aanzette tot hun grote prestaties’, de oppergod, de meest rijpe en de ‘meest volwassene’, waarbij de Jupiterkrachten de 'wakkerheid in het hoofd' veroorzaken, kortom dat zijn wij)
Saturnus = Indianen (’verbeende klieren’, staan op uitsterven en Kronos, de Griekse equivalent van de Romeinse Saturnus die zijn kinderen opvreet, zou je kunnen associeren met de mensenoffers van de Maya’s en de Azteken).
(Steiner, ‘Die Mission…’, pp. 112-121).

De tussenhaakjes zijn natuurlijk mijn eigen, overigens voor de hand liggende aanwijzingen tot interpretatie middels een paar platte stereotyperingen (behalve de beschrijvingen die tussen  aanhalingstekens staan, die zijn van Steiner zelf), maar opzienbarend is dit alles wel. De Commissie van Baarda beweert dat er bij Steiner geen sprake is van rassenleer. Als dit geen rassenleer is weet ik het ook niet meer. Bovendien worden er nu plotseling allerlei in eerste instantie duister lijkende uitspraken, van Steiner en andere prominente antroposofen, glashelder. Een duidelijk voorbeeld is de Nederlandse psychiater en prominent antroposoof, Bernard Lievegoed, normaal gesproken niet de onredelijkste, die meende dat onder invloed van Mars er binnenkort weer een invasie van de Mongolen komt, vergelijkbaar met die van de Hunnen onder Atilla en later onder Dzenghiz Khan: ‘Dat is een heel bijzonder gebied op aarde, waar heel sterke Marskrachten inwerken. Deze worden volgens een oude Chinese traditie elke achthonderd jaar actief. De demonische Marskrachten in dat gebied nemen dan bezit van mensen en drijven ze tot gewelddadige overheersing. Er zijn een aantal momenten in de geschiedenis aan te wijzen waarop eerst China en later ook Europa vanuit het Oosten dreigden te worden overheerst’ (in een interview in het Nederlandse antroposofische tijdschrift ‘Jonas’ met Jelle van der Meulen in 1980, opnieuw geplaatst en van wat rellerig commentaar voorzien op de website van de Brug, http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b29bl.htm). Om het nog een keer samen te vatten in Steiners eigen woorden: 'Wenn wir den Punkt, den wir vor einigen Tagen in unseren Darlegungen in Afrika gefunden haben, und jetzt näher dadurch charakterisieren, daß, weil die normalen Geister der Form zusammenwirken mit denjenigen abnormen Geistern der Form, die im Merkur zentriert sind, die Rasse der Neger entsteht, so bezeichnen wir okkult ganz richtig das, was in der schwarzen Rasse herauskommt, als die Merkur-Rasse. Jetzt verfolgen wir diese Linie weiter, die wir dazumal durch die Mittelpunkte der einzelnen Rassenausstrahlungen gezogen haben. Da kommen wir nach Asien und finden die Venus-Rasse oder die malayische Rasse. Wir kommen dann durch das breite Gebiet Asiens hindurch und finden in der mongolischen Rasse die Mars-Rasse. Wir gehen dann herüber auf europäisches Gebiet und finden in den europäischen Menschen, in ihrem Urcharakter, in ihrem Rassencharakter die Jupiter-Menschen. Gehen wir über das Meer hinüber nach Amerika, wo der Punkt, der Ort ist, an dem die Rassen oder Kulturen sterben, so finden wir die Rasse des finsteren Saturn, die ursprünglich indianische Rasse, die amerikanische Rasse. Die indianische Rasse ist also die Saturn-Rasse' (p. 113).
Maar Steiner gaat verder. Niet alleen kunnen de rassen gekoppeld worden aan de specifieke krachten der planeten, ook kunnen de eigenschappen van een bepaald ras gekoppeld worden aan een specifieke leeftijdsfase van de mens. Hierin beperkt Steiner zich tot vier hoofdrassen. In het zwarte ras, ten eerste, zijn vooral de krachten van het kind werkzaam. In het Aziatische ras (zowel het Maleise als het Mongoolse ras) staat de geestelijke ontwikkeling gelijk aan die van de puberale leeftijdsfase. Het blanke Europese ras staat synoniem voor volwassenheid en inderdaad, de indianen staan voor ouderdom. ‘Diese Linie ( zie fig. 1) besteht auch für unsere Zeit. Der Afrikanische Punkt entspricht denjenigen Kräften der Erde, welche dem Menschen die ersten Kindheitsmerkmale aufdrücken, der asiatische Punkt denjenigen, welche dem Menschen die Jugendmerkmale geben, und die reifsten Merkmale drückt dem Menschen der entsprechende Punkt im europäischen Gebiete auf. Das ist einfach ein Gesetzmäßigkeit. Da alle Menschen in verschiedenen Reinkarnationen durch die verschiedenen Rassen durchgehen, so besteht, obgleich man uns entgegenhalten kann, daß der Europäer gegen die schwarze und die gelbe Rasse einen Vorsprung hat, doch keine eigentliche Benachteilung. Hier ist die Wahrheit zwar manchmal verschleiert; aber Sie sehen, man kommt mit Hilfe der Geheimwissenschaft doch auf merkwürdige Erkentnisse”. Merkwaardig is het inderdaad, maar duidelijker kun je het niet krijgen. ‘Het is gewoon een wetmatigheid’. Maar hij gaat door: “Dann sehen wir später eine Herüberbewegung des Menschen nach der westlichen Richtung, und in der Verfolgung der rassebestimmende Kräfte nach Westen können wir dann das Absterben in den Indianen beobachten. Nach Westen mußte die Menschheit gehen, um als Rasse zu sterben.” (p. 81-82). Zie hier de kern van Steiners racisme. Het lijkt allemaal kraakhelder en ook zo diepziepzinnig, maar is, als je er even over nadenkt, allemaal gebaseerd op vrijblijvend associatief geklets, geschraagd met irrelevante vergelijkingen en astrologie. Je zou er je schouders over kunnen ophalen als het om onschuldige geneeskrachtige kruiden zou gaan, of leuke horoscoopjes trekken, maar hier wordt toch echt met ‘kosmische argumenten’ de genocide op de oorspronkelijke bevolking van twee continenten als een wetmatigheid en zelfs een noodzakelijkheid gepresenteerd.
Het opmerkelijke is dat de Commissie van Baarda beweert (p. 245) dat de indeling naar leeftijdscategorieën meer met de geografische locatie’s te maken zouden hebben, dan met de raciale oorsprong van de mensen die daar wonen. Opmerkelijk, nergens zegt Steiner dat alle inwoners van Noord Amerika (ook in zijn tijd in de meerderheid nazaten van de blanke Europeanen, de indianen waren toen ook al gedecimeerd) geassocieerd kunnen worden met de ouderdomsfase van de mensheid. Maar goed, als wij de commissie van Baarda zouden moeten geloven is Amerika per definitie de ‘Oude wereld’, ten opzichte van Europa en al helemaal ten opzichte van Azië en Afrika. Dus dan zou alles wat uit Afrika komt ‘infantiel’ zijn, uit Zuid Oost Azië komt ‘puberaal’, uit Europa ‘volwassen’ en uit Amerika ‘bejaard’ of noodzakelijk dood moeten. Leuk geprobeerd, het zou ook de eurocentrische begrippen ‘Oude’ en ‘Nieuwe Wereld’ op zijn kop zetten, maar dit is niet wat Steiner bedoelt. Als Steiner de inwoners van Amerika associeert met ouderdom, zijn dat steevast de indianen, die last hebben van hun verbeende kliersystemen en daarom moeten uitsterven en niet alle inwoners van dat continent, die daar nu wonen. Lijkt me meer raciaal dan geografisch. En dan nog, zijn Amerikanen er om dood te gaan? Er zullen ongetwijfeld talloze groeperingen in de wereld zijn die dat zullen beamen, maar om Steiner nou op een hoop met Bin Laden te gooien, dat vind ik nu weer te ver gaan. En Steiner spreekt toch ook van ’gelbe’ en ’schwartze Rassen’? Steiner heeft het weliswaar over ‘…der Punkt, der Ort ist, an dem die Rassen oder Kulturen sterben’,  Maar doet dat slechts in een adem met ’so finden wir die Rasse des  Finsteren Saturn, die usprüngliche indianische Rasse, die amerikanische Rasse. Die indianische Rasse ist also die Saturn-Rasse’ (p. 113). Dat ‘absterben’ geldt dus niet voor alle Amerikanen, maar echt alleen voor die duistere, met Saturnus verbonden Indianen. Conclusie, het draait allemaal om rassen. Pure rassenleer en onversneden racisme dus, al is het verpakt in allerlei diepzinnig lijkende metafysische concepten en metaforen.
Nu vallen ook de omstreden uitspraken van Christoph Wiechert, voor de radio uitzending van de Humanistische Omroep op hun plaats, in ‘Het voordeel van de twijfel’ op 19 februari 1997 (nav. deze uitzending en de publiciteit die daarop volgde, werd dhr Wiechert op non-actief gesteld en werd er door de ledenvergadering van de AViN de Commissie van Baarda aangesteld). Wiechert: ‘Zonder discriminerend te zijn; je ziet het bijvoorbeeld op het gebied van de vitaliteit, dat is in het zwarte ras een geweldige meerwaarde. Kijk maar naar Ajax, om maar wat te zeggen. Ik heb niks tegen Ajax hoor, maar je ziet dat daar vitaliteitsoverschotten zijn die jij en ik niet bij de hand hebben’ en ‘Toen de Europeanen zich met de negers gingen bemoeien, is dat volk niet te gronde gegaan. Integendeel. Dat volk werd almaar groter en assimileerde zich met de westerse beschaving. En als je dan daartegenover ziet wat er bij Wounded Knee is gebeurd met de Indianen, dat is toch een onvoorstelbare tragedie. Daar zie je dat er echt iets uitgeblust werd. Onvoorstelbaar… Dus uit die waarneming is de gedachte aannemelijk’ (geciteerd uit Jan Willem de Groot). Zoals Steiner het formuleert: 'Nicht etwa deshalb, weil es den Europäern gefallen hat, ist die indianische Bevölkerung ausgestorben, sondern weil die indianische Bevölkerung die Kräfte erwerben mußte, die sie zum Aussterben führten' (Die Mission, p. 81).
Overigens is het wel tamelijk stuitend dat de commissie van Baarda alle critici van Steiner (en Blavatsky) beschuldigt van selectief citeren van Rudolf Steiner, maar wat betreft de cruciale passages uit de Volkszielen overduidelijk zelf selectief citeert (of niet citeert) wanneer het ze uitkomt. Door net deze doorslag gevende passages samen te vatten en niet letterlijk te citeren probeert ze ermee weg te komen dat het niet ‘letterlijk’ om rassen gaat. Deze passages vormen namelijk de kern van Steiners rassenleer. Bovenstaande citaten worden wel een keer weergegeven (p. 366), maar zonder context, waardoor de impact van het vertoog niet zichtbaar wordt. Sympathiek dat zij vooral anderen beschuldigen Steiners uitspraken uit zijn context te halen. Maar misschien valt de commissie van Baarda nog wel het meest door de mand dat geen van de zestien citaten, die zij uiteindelijk heeft geklassificeerd als ernstig discriminerend afkomstig is uit de Volkszielen. De recent weer in druk gelanceerde ‘Kokende Ethiopiër’, onder het triomfantelijke motto ‘geen sprake van..enz.’, had hier echt tussen moeten staan, net als de dertien jaar later gelanceerde ‘kokende neger’. Praktisch alle citaten zijn afkomstig uit verschillende lezingen. Daarmee wordt wel erg de suggestie gewekt dat het om losse incidenten gaat en niet om iets structureels. Een paar citaten van uit de Volkszielen vallen in de zg tweede categorie, dwz dat het eventueel discriminerend zou kunnen worden uitgelegd, als het niet in de context van de antroposofie als geheel wordt geplaatst, of zoals de commissie het formuleert ‘Een grondige kennis van de antroposofie is nodig om het betreffende citaat te kunnen duiden’. Nu ben ik het daar voor een gedeelte mee eens, al deze uitspraken hangen inderdaad samen met de antroposofie als geheel maar geef ze dan wel weer in de juiste context. Maar dat zou dan ook meteen tonen dat de antroposofie een structureel racisme probleem heeft. Dat is precies wat de bovenstaande citaten allen laten laten zien wanneer je ze in het juiste verband bekijkt; het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog. Dat had de conclusie moeten zijn, als er sprake was geweest van een werkelijk gedegen en vooral onpartijdig onderzoek. Het had wat mij betreft van meer moed getuigd als deze commissie zich had opgesteld als Thomas Höfer van van de  kritische Junge Antroposophen van de Flensburger Hefte (langzamerhand ook binnen antroposofische kring gezaghebbend, behalve in Nederland en wellicht Baälgië, met die gekke ‘Brug’),  die wel durft te stellen: “Indianen stierven aan hun eigen natuur, vrouwen baarden door het lezen van negerrromans mulattenkinderen, de Franse taal is een leugentaal: Met het oog op deze en andere uitspraken kan men moeilijk ontkennen dat Steiners kennis van zwarten, Indianen en anderen, zelfs voor de toenmalige tijd, mild uitgedrukt niet bijzonder vooruitstrevend was” (Jeurissen, p. 12). Er zijn dus zelfs antroposofen die het wel kunnen, maar nee, volgens de commissie is er ‘géén sprake van Rassenleer’.
De belangrijkste conclusie die je uit lezing van de Volkszielen kunt trekken is dat de rassenleer naadloos wordt geïntegreerd in een groter verband. Daarmee is het een volkomen consistent en met de rest samenhangend onderdeel van Steiners totaalvisie. Dit is wat anders dan wat veel antroposofen van nu ons willen doen geloven. Het gaat hier niet om een paar uitglijders. Alles wat er in de Volkszielen wordt beweerd past consequent in het grote verhaal, zoals uiteengezet in bijvoorbeeld ‘De Akasha Kroniek’, of ‘Theosofie’. De rassenleer is ingepast in de notie van de menselijke driegeleding (lichaam, ziel en geest), de vier menstypes en het ‘zo boven, zo beneden principe’ van de Hermetica (de macrokosmos, in dit geval de planeten, beïnvloeden verschijnselen in de microkosmos, de aarde, zie hier de oorspronkelijke tekst van de Smaragden Tafel van Hermes Trismegistus, die ook voor Steiner erg belangrijk was), de levensloop van de mens en de wet van Kharma en reïncarnatie en de daarmee samenhangende ‘Aarde-Evolutie’ en de ‘wortelrassen’ (zie verderop bij Helena Blavatsky). Daarmee is het een volstrekt logisch en consistent onderdeel van de antroposofische holistische levensfilosofie van alles hangt samen met alles. Geen uitglijder dus, maar een wezenlijk aspect van de antroposofie. ‘De Volkszielen’ is geen rariteit of een exces binnen het oeuvre Steiner. Je zou het bijna op een bepaalde manier briljant vinden hoe volmaakt het in de rest past. Ik zal hier niet ontkennen dat ik er enige bewondering voor heb, hoe groot mijn inhoudelijke bezwaren en zeker ook weerzin zijn. Je moet het maar kunnen; zo’n oeuvre en ideeënstelsel opbouwen dat zo consequent in elkaar zit, dat alles klopt met alles. Ik zie zeker de schoonheid van de theorie, los van het feit dat het over ‘mensenrassen’ gaat en dat zo’n gesloten allesomvattend wereldbeeld mij ook te benauwend is. Denk dat daar ook de verleiding en het gevaar in zit. ‘Het is een zienswijze, waarin de ethiek geheel achter de occulte horizon verdwijnt; niet de mens telt, maar het principe’, besluit Jan Willem de Groot zijn artikel ‘Kosmisch racisme’ en ik denk dat hij gelijk heeft. Daarom zijn er ook zoveel dogmatici en zelfs fanatici. Denk ook dat zo’n metafysisch ‘verklaring voor alles model’ uiteindelijk alleen maar tot blikvernauwing en oogkleppen leidt. Bij sommige, niet al te intelligente bewonderaars zelfs tot zulke oogkleppen dat je in de Holocaust een vuur van gerechtigheid kunt zien. Of dat je zo vast in je gesloten wereld zit dat je met krankzinnige beweringen kunt komen als ‘Ahriman handelt met voorkennis in de ‘Anglo-Amerikaanse wereld’, zoals onze vrienden bij ‘De Brug’. Het kan dus echt leiden tot kokende Ethiopiërs en natte kabouters.
Overigens was Rudolf Steiner zelf heel expliciet over de duiding van zijn leerstellingen; hij vond dat de antroposofie niet gezien kon worden als een grabbelton, waaruit je vrijblijvend een paar elementen kon consumeren. Het was het hele pakket of niets (zie Jacob Slavenburg p. 101). Geen gezwam, tenzij je het allemaal gezwam vindt dus. Je kan Steiner veel verwijten, maar niet dat hij inconsistent was. Hoe ironisch dat nu zijn grootste supporters (de AViN, Commissie Baarda) wanhopig proberen aan te tonen dat hij dat wel was.
De enige twee in opspraak geraakte Steinercitaten dat ik als uitglijders kan zien, dat wil zeggen, niet kan inpassen in zijn totaalvisie zijn: ‘Ik ben er persoonlijk van overtuigd, dat als we nog een paar negerromans te verwerken krijgen, en we geven die negerromans in de eerste tijd van de zwangerschap aan zwangere vrouwen te lezen, dan hoeven er helemaal geen zwarten meer naar Europa te komen om voor mulatten te zorgen – dan ontstaat puur door het geestelijk lezen van die negerromans een groot aantal kinderen in Europa die helemaal grijs zijn, mulattenhaar hebben, die er als mulatten uit zullen zien!’ (uit een lezing in Dornach uit 1922) en ‘Het jodendom heeft zichzelf al lang overleefd, heeft geen rechtvaardiging binnen het moderne leven der volkeren, en dat is een fout van de wereldgeschiedenis, waarvan de gevolgen niet kunnen uitblijven. We bedoelden hier niet alleen de vormen van de joodse religie, maar vooral ook de geest van het jodendom, de joodse manier van denken’ (beide Commissie van Baarda, uit de Groene). Nogmaals, wat betreft antisemitisme bij Steiner lopen de meningen uiteen (zie hierover dit Zwitserse artikel http://www.cjp.ch/artikel/anthroposophie.htm. Zie ook dit artikel over de kwestie in het Zwitserse Solothurn http://www.welt.de/welt_print/article1411569/Wie_antisemitisch_war_Rudolf_Steiner.html).
Vooruit, nog een over die door de duistere Saturnus bezeten indianen: ’Ten tijde van de Atlantische ontwikkeling moest het beendergestel voor een bepaalde tijd buigzaam blijven, zodat het omgevormd kon worden. Er bleven bevolkingsgroepen van wie het beendergestel te vroeg verhardde en bleven als gedegenereerd mensenras achter. Ze konden zich niet aanpassen in de verhoudingen in de na-Atlantische tijd, en de laatste overblijvenden zijn de Amerikaanse Indianen. Zij waren gedegenereerd’ (uit Jeurissen, pp. 9 en 16.). Pijnlijk als je bedenkt hoeveel volstrekt naïeve ‘Indianen-enthousiastelingen’ er tussen de ‘Naturfreund-angehauchte sofen’ rondlopen. Heb een paar keer dit citaat aan dat soort mensen voorgelegd, verbijstering en verslagenheid alom. Kan me van heel vroeger trouwens herinneren dat er in de Jonas een jubelverhaal stond dat er een Vrije School was gesticht in een Indianenreservaat in de South Dakota in de VS, bij de Lakota, de roemruchte Sioux. Gaat zo goed samen, natuurvriendelijke indianen en natuurvriendelijke sofen. Allebei ook zo diep spiritueel. Denk niet dat die zendelingen of die indianen de Volkszielen hebben gelezen, want (over de 'wetmatigheden' die het lot der mensenrassen bepaalt) ‘Wo die große Bewegung der Menschheit in Betracht kommt, da darf keine persönliche Sympathie und kein persönlicher Enthusiasmus mitspielen. Denn nicht darauf kommt es an, sondern darauf, was in den großen Gesetzen des Menschentums bedingt ist.’ (Die Mission, p. 86). Je zou bijna wensen dat Tatanka Yotanka (Sitting Bull) uit zijn graf op zou staan om, in navolging van zijn grote en roemruchte overwinning bij de Little Bighorn in 1876 op Generaal Custer en het Zevende Cavelerie Regiment van het Amerikaanse leger dat tot de laatste man werd afgeslacht, de boel weer schoon te komen vegen en deze drammerige zwevers en spirituele kolonisten, met hun ‘Finsteren Saturn’, zijn domein uit te trappen.
De twee laatste citaten zijn liggen overigens geheel in de lijn van de bovenstaand uiteen gezette astrologische rassenleer en de analogie van de leeftijdsfases van de mens en zijn vanuit dat model goed te verklaren. Zie verder ook een beschouwing op de website de Brug, waarin ontkend wordt dat er bij Steiner sprake is van racisme, maar waar vervolgens de rassenleer welhaast enthousiast wordt samengevat en triomfantelijk wordt aangeprezen: http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b14rac.htm. Overigens zou ik deze fundamentalisten op een punt op hun eigen leer moeten corrigeren. Zij beweren dat deze rasverschillen slechts tot het eind van de Atlantische tijd golden. Dit is niet juist. Als Steiner het over het uitsterven van de indianen heeft, spreekt hij over zijn eigen tijd, of hooguit eind negentiende eeuw. Steiner ‘citeert’ zelfs een Indiaans stamhoofd om aan te tonen dat eind negentiende eeuw de indianen zouden zijn blijven hangen in de Saturnussfeer en niet zouden zijn bezield door de invloed van Venus, Mars, of Jupiter en daarom gedoemd waren te verdwijnen. Steiner: 'Dadurch hat er nicht mit aufgenommen das, was die Venus-, Merkur-, Mars- und Jupiter-Geister bewirkt haben im Osten. Durch dieses haben sich gebildet alle die Kulturen, die in Europa in der Mitte des neunzehnten Jahrhunderts zur Blüte gebracht wurden. Das alles hat er, der Sohn der braunen Rasse, nicht mitgemacht. Er hat festgehalten an dem Großen Geist der urfernen Vergangenheit. Das, was die anderen gemacht haben, die in urferner Vergangenheit auch den Großen Geist aufgenommen haben, das trat ihm vor Augen, als ihm ein Blatt Papier mit vielen kleinen Zeichen, den Buchstaben, von welchen er nichts verstand, vorgelegt wurde. Alles das war ihm fremd, aber er hatte noch in seiner Seele den Großen Geist. Seine Rede ist uns aufbewahrt; sie ist bezeichnend, weil sie auf das Angedeutete hinweist, und sie lautet etwa so: "Da in dem Erdboden, wo die Eroberer unseres Landes schreiten, sind die Gebeine meiner Brüder begraben. Warum dürfen die Füße unserer Überwinder über die Gräber meiner Brüder schreiten? Weil sie im Besitze sind dessen, was groß macht den weißen Mann. Den braunen Mann macht etwas anderes groß. Ihn macht groß der Große Geist, der zu ihm spricht in dem Wehen des Windes, in dem Rauschen des Waldes, dem Wogen des Wassers, in dem Rieseln der Quelle, in Blitz und Donner. Das ist der Geist, der für uns Wahrheit spricht. Oh, der Große Geist spricht Wahrheit! Eure Geister, die ihr auf dem Papiere hier habt, und die dasjenige ausdrücken, was für euch groß ist, die sprechen nicht die Wahrheit". So sagte der Indianerhäuptling von seinem Standpunkte aus. Dem Großen Geiste gehört der braune Mann, der blasse Mann gehört den Geistern, die in schwarzer Gestalt als kleine zwerghafte Wesen -er meinte die Buchstaben - auf dem Papier herumhüpfen; die sprechen nicht wahr. - Das ist ein welthistorischer Dialog, der gepflogen worden ist zwischen den Eroberern und dem letzten der großen Häuptlinge der braunen Männer. Da sehen wir, was dem Saturn mit seinem Wirken angehört und was aus dem Zusammenwirken mit anderen Geistern in einem solchen Momente, wo zwei Richtungen sich begegnen, auf der Erde entsteht'. (‘Die Mission’, pp. 123-124).
Het betreft hier naar alle waarschijnlijkheid geen werkelijk citaat van een indiaans stamhoofd en is wellicht verzonnen. Er circuleerden in die tijd meer van dat soort teksten in Amerika, zoals het beruchte ‘Manifest Desteny’, geschreven om de kolonisatie van de Indiaanse gebieden een morele en zelfs religieuze rechtvaardiging te geven, zie http://en.wikipedia.org/wiki/Manifest_Destiny#Native_Americans Ook de in New Age kringen populaire ‘toespraak’ van Chief Seattle is hier een voorbeeld van; in werkelijkheid vroeg Seattle van de Dwamish Indianen het Amerikaanse leger om ondersteuning om zijn vijanden een kopje kleiner te maken). Bram Moerland haalt dit citaat overigens ook aan (de Nederlandse vertaling uit 1980 van Vrij Geestesleven). Moerland zegt: 'En om zijn gelijk te bevestigen citeert Steiner tot slot uit de toespraak die het Indiaanse opperhoofd kennelijk bij die gelegenheid hield. Ik lees daar iets heel anders in. Maar oordeelt u zelf.' Vervolgens komt precies hetzelfde citaat in de Nederlandse vertaling, waarvan hier het slot: 'Dat is de Grote Geest die voor ons de waarheid spreekt. O, de Grote Geest spreekt de waarheid. De geesten die gij hier op papier hebt en die uitdrukken wat goed voor u is, die spreken niet de waarheid'. Moerland concludeert, na volgens mij deze passage correct te hebben geciteerd, want het is de exacte vertaling van de Duitse tekst, zoals iedereen hier kan constateren: 'En daar wil ik mij graag bij aansluiten. Nee, niet de geesten die Steiner in zijn boeken oproept spreken niet de waarheid. Wat dat soort geesten kunnen aanrichten weten we ondertussen. Maar wat kennelijk velen niet weten is dat deze ideeeën nog steeds worden onderwezen op de Vrije School. En Maarten Ploeger zegt in 'Antroposofie ter discussie' (Maarten Ploeger is een leraar aardrijkskunde op een vrije school en leverde in 1980 een bijdrage aan het boek 'Antroposofie ter discussie', eerder verschenen in 'Jonas', waarin hij onverkort Steiners racisme verdedigde, veel aangehaald door Moerland en Jeurissen, FS) 'Zo betekende de confrontatie met de blanke expansiedrift voor de Indianen meer dan een reeks ongelijke oorlogen. De Indiaanse cultuur had à priori de bevattelijkheid om hieran te gronde te gaan'. Er zijn mensen die het nooit leren' (Moerland, p. 21-22).
Ik ben kan me goed in de interpretatie van Moerland vinden, alleen denk ik dat zelfs die toespraak een vervalsing is. In die tijd circuleerden er simpelweg niet zoveel uitgeschreven toespraken van Indianen in Europa. Bovendien ken ik deze woorden niet uit een van de weinige beroemde redevoeringen, die wellicht wel Europa hebben bereikt, of het zou weer moeten gaan om de zoveelste verminking van de woorden van Chief Seattle. Wel huiveringwekkend dat deze mogelijke woorden van een indiaans stamhoofd op deze manier worden ingezet, dat zou iedereen beamen die een beetje op de hoogte is van de geschiedenis van de prairie oorlogen van eind negentiende eeuw. Precies het tegenovergestelde van wat waarschijnlijk de intentie was (Steiner zelf kon pas goed met verminkte of vermeende citaten manipuleren, NB zonder bronvermelding, Commissie van Baarda). Laten we niet vergeten dat de westerse uitroeingscampagne op de indianen, wellicht de grootste volkerenmoord uit de geschiedenis is (zij het verspreid over vier eeuwen, van 1500 tot 1900, om preciezer te zijn, op het Amerikaanse vaste land van de Spaanse invasie van het Azteekse rijk in 1519 tot Wounded Knee in 1890). Maar nu komt het, Steiners opmerkingen over de indianen en 'andere rassen' gaan dus niet om een ver verleden, zoals er in de Brug en door vele andere antroposofen gesteld wordt; Steiner bespreekt de contemporaine situatie, of die toespraak nu echt is of niet. Dit gaat namelijk over de situatie aan het eind van de negentiende eeuw (periode 1860-1890, dus tot aan de slachting bij Wounded Knee, waar Christof Wiechert het over had).
Het meest beslissende argument tegen de bewering uit de Brug is dat Steiner, wanneer hij de rassen in analogie met de levensloop van de mens bespreekt, hij  expliciet zegt: ‘Diese Linie besteht auch für unsere Zeit’. Hiermee lijkt mij de bewering van dat het om een ver verleden zou gaan volledig van tafel is geveegd. Het gaat dus wel degelijk over de eigen tijd.  Wel nauwkeurig lezen, is mijn advies aan deze fundamentalisten. Het blijft prijsschieten met onze antroposofische zuiderburen.

Rassen_naatlantische_tijd

De prehistorie volgens de antroposofie, na de ondergang van Atlantis (volgens een kaartje uit ‘de Brug’, bij het artikel ‘Waarom geen Chinese cultuurperiode?’). Hoewel het met de grote lijnen al flink mis is, is het aardig om te zien hoe dit zich ook vertaalt tot in de kleinste details. De ‘Akkadiërs’ bijvoorbeeld, zijn Semitisch (het Akkadisch is de oudste bekende Semitische taal uit Mesopotamië). Hoewel ‘de Brug’, met hun Holocaustontkenningen en verhandelingen over UFO’s, wellicht kan worden afgedaan als een extremistische rariteit binnen het hedendaagse spectrum van de antroposofie geeft dit kaartje een getrouwe weergave van wat er wordt beschreven in het eerste hoofdstuk van Steiners ‘Akasha-kroniek’.

De Theosofen

Hoewel de meer orthodoxe antroposofen graag doen geloven alsof het meeste door Steiner zelf bedacht is, heeft hij een groot deel overgenomen van het gedachtegoed van Helena Petrovna Blavatsky (1831-1891), een Russisch medium en de grondlegster van de Theosofie. Dit is trouwens een ernstig taboe in rechtzinnige antroposofische kringen; Steiner is nu eenmaal uniek en alles is aan hem geopenbaard. Hooguit wordt er door gelovige antroposofen gezegd dat zij beiden door hun gaven hetzelfde zagen, maar dat Steiner itt Blavatsky ook daadwerkelijk begreep wat hij middels zijn gaven kon waarnemen. Bram Moerland zegt overigens dat Steiner Blavatsky simpelweg geplagieerd heeft (p. 17). Dat is inderdaad de enige conclusie als je de mogelijkheid van helderziende waarneming uitsluit; nergens doet Steiner aan bronvermelding. Maar niemand kan ontkennen dat de banden er zijn. De breuk met de Theosofie was een pijnlijke, maar de invloed van Blavatsky op het antroposofische denken is onmiskenbaar.
Blavatsky’s twee belangrijkste, overigens kolossale werken zijn de tweedelige ‘De Geheime Leer’ (’Cosmogenesis’ en ‘Antropogenesis’) en ‘Isis ontsluierd’. Na te jong in het huwelijk te zijn getreden, begon HPB (zo wordt ze door haar volgelingen genoemd) op 17 jarige leeftijd te reizen. Ze beweerde dat ze op eigen gelegenheid het gesloten land Tibet was binnengedrongen. Ze zou daar ‘de Meesters’ hebben ontmoet, die haar inwijdden in een geheime en verborgen esoterische kennis, het alomvattende verhaal van het ontstaan van de kosmos en de lotsbestemming van de mens. Deze Meesters zouden haar later telepathisch de ‘Geheime Leer’ dicteren (Schell 224-226).
Volgens de Geheime Leer is de mensheid tot ontwikkeling gekomen in een aantal tijdvakken of aarde toestanden. In het begin zou de aarde nog nauwelijks een materiële verschijningsvorm hebben. Toch was de mens toen al aanwezig, zij het als geestelijke kern. In de loop der verschillende tijdvakken (Polaris, Hyperborea, Lemurië, Atlantis en het huidige na-Atlantische) zou de geest zich steeds meer hebben verdicht tot materie, tot onze huidige verschijningsvorm (aan het eind van de Atlantische periode). Opvallend is het gebruik van de term 'Wortelras' ('root-race' bij Blavatky, ‘Wurzelras’ bij Steiner). Er wordt gesproken van bijvoorbeeld het vierde wortelras (Atlantiërs) of het vijfde wortelras (Ariërs). Ook wordt er gesproken van 'sub-races' of 'onderrrassen', in ons na-Atlantische tijdvak van bijvoorbeeld het ‘oud-Perzische onderras’. Bedoeld wordt hiermee 'cultuurperiode', op dat moment de dominante cultuur in de mensheidsontwikkeling. De term wortelras is trouwens de sleutel tot het rassenbegrip van zowel HPB als Steiner, wat antroposofen en theosofen van nu ook mogen beweren. Het begrip wortelras zou niets te maken hebben met de huidige bestaande mensenrassen. Niets is minder waar. Er is wel degelijk een connectie. HPB legt dit heel duidelijk uit, zelfs geïllustreerd met de ‘Rassenboom’ (zie fig. 2, meer toelichting  onderaan artikel), een soort stamboom (in ‘De Geheime Leer’, Deel II, ‘Antropogenesis’, ‘Eerste Gedeelte’, ‘Aanvullende commentaren op Stanza XII’, ‘De Rassenboom’, in de jubileum uitgave van de Theosofische Verening, afd. Nederland, Den Haag, 2e druk, 1968, p. 381, onderste helft van de pagina, met bovenstaand nog 19 regels tekst. Staat ook nog apart vermeld in de inhoudsopgave, dus je kan er niet omheen). Deze overdreven nauwkeurige bronvermelding omdat de commissie van Baarda beweerde dat bepaalde critici van HPB en Steiner niet in staat waren om de betreffende sleutelpassages precies aan te wijzen in HPB’s duizenden pagina’s tellende werk, waarbij de paginanummering, toegeven niet heel erg praktisch, per subgedeelte weer opnieuw begint. Hiermee probeerde de commissie zelfs de integriteit van deze critici in twijfel te trekken. Bij deze dus. Overigens noemt ze op de tegenover liggende pagina ervoor (p. 380) de ‘Aryo-Atlantiërs’, of het ‘Arische Ras’, het ‘Vijfde Wortelras’ (de filosoof Bram Moerland wijst hier ook al op in zijn brochure ‘Rassenleer met charisma’, uit 1989, p. 10). Ook op p. 688 spreekt zij nadrukkelijk van het ‘blanke, Arische, vijfde wortelras’, dat zij afzet tegen het ‘gele ras en het Afrikaanse negerras, met hunne kruisingen’, waarna zij vervolgt met de mededeling dat ‘Roodhuiden, Eskimo’s, Papoea’s, Australiërs, Polinesiërs, enz. enz. zijn allen aan het uitsterven. Zij die inzien dat elk wortelras een toonladder van zeven onderrassen doorloopt zullen het ‘waarom’ begrijpen. De incarnerende ego’s zijn aan hen voorbij gegaan, om ondervinding te doen in een beter ontwikkelde en minder door ouderdom versleten stammen, en hun vernietiging is derhalve een Kharmische Noodzakelijkheid’. Deze uitspraak liegt er niet om lijkt me, overigens geheel correct geciteerd door Bram Moerland op p. 13. Weliswaar zijn de wortelrassen uit de eerdere werelden nog niet stoffelijk (Steiner en Blavatsky spreken van een geleidelijke evolutie van een geestelijke, immateriële verschijningsvorm naar de stoffelijke vorm die we nu kennen), maar de stoffelijke verschijningsvorm heeft in de Atlantische tijd haar vorm gekregen. Dus als er vanaf dat moment van ‘rassen’ wordt gesproken kunnen we veilig aannemen dat het over het rasbegrip gaat dat we nu kennen. Vandaar Steiners opmerkingen over de Indianen, van wie het beendergestel te vroeg verhardde. De indianen hadden dus al in een te vroeg stadium hun materiële verschijningsvorm gekregen en ‘zijn nu decadent geworden’. Hoe dit precies zit is een van de lastigste aspecten van de antroposofie (en theosofie). Het beste kan ik verwijzen naar een schema, uitgetekend door de bioloog en antroposoof Hermann Poppelbaum in 1928 (zie fig. 3, toelichting onderaan artikel).  Ook de Brug, nooit te beroerd om de zaken duidelijk uit te leggen, vat de geschiedenis van de Atlantiërs en de Ariërs nog eens bondig samen in het artikel met de buitengewoon sympathieke en veelbelovende, alsmede à-historische en onzinnige titel ‘Waarom geen Chinese cultuurperiode?’ ( slechts 5000 jaar beschavingsgeschiedenis, dit terzijde http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b18chincul.htm). Let op de bijna aandoenlijke mededeling ‘De moderne wetenschap vindt de geesteswetenschap al sowieso onzin’. En terecht lijkt me, zeker in dit geval. maar we wisten al dat Ahriman zich ook had genesteld in de moderne wetenschap. Bij dit onthullende artikel is ook een kaartje weergegeven waarop heel duidelijk wordt aangegeven waar de bron van het Arische ras zich zou bevinden (cruciaal voor zowel Steiner, Blavatsky als de ‘Ariosofie’). In het begeleidende artikel vinden we het volgende Steinercitaat: ‘Alles wat bij de Toeraniërs decadent was, werkte eliminerend en omvormend bij het Hebreeuwse volk’, uit ‘Het Mattheus-Evangelie’ (niet te verwarren met het Evangelie uit de Bijbel, maar Steiners lezingencyclus uit 1910). Dit lijkt waarempel nog een antisemitische uitspraak. Steiner vervolgt met: ’dat de oude Atlantische helderziendheid bij de Hebreeuwen zich niet manifesteerde in een lager astraal helderzien, maar naar binnen sloeg en het innerlijk leven organiseerde’. Verder zegt Steiner: ‘De prometheïsche denkkracht, die de Arisch-Kaukasische mensheid in de na-Atlantische periodes moest ontwikkelen, wordt vooreerst met het hoge rotsgebergte van het hoofd verbonden, het Jupiter-denken krijgt een zetel in de hersenen’. Dit soort praat kenden we al uit ‘de Volkszielen’. Wat is die ‘Brug’ toch een bruikbare bron van informatie, hoe alles zo ongeremd en ongeneerd het web op wordt geslingerd.  Verder staat er dat zowel de Chinezen als de Semieten afstammen van de ‘Oer-Toeraniërs’ (daarom zijn ze allebei ‘goed in de handel’) en staan de Chinezen in een ‘Luciferisch licht’. Beide rassen (Chinezen en Semieten) zijn overigens ‘zeer oorlogszuchtig’. Het verhaal van de ‘Oer-Toeraniërs’ staat ook nog uitgebreid beschreven in de ‘Akasha-kroniek’. Zij gebruikten hun krachten slechts voor ‘het bevredigen van hun grillige wensen en begeerten’ (p 31-32). Nee er is echt ‘géén sprake van rassenleer’.
Maar terug naar Helena Blavatsky en de geschiedenis van aarde evolutie en de wortelrassen. De nu verdwenen continenten, ‘aardetoestanden’ of ‘werelden’, waarop deze geschiedenis van duizenden, zo niet miljoenen jaren, van wortelrassen en catastrofes zich allemaal zou hebben afgespeeld zijn achtereenvolgens Polaris (waar de polen in de tropen lagen en de evenaar een ring van ijs was?!), Hyperborea, Lemurië, Atlantis en nu zijn wij er (er zullen overigens na ons nog een paar ‘werelden’ komen, staat ook uitgelegd op die handige website ‘de Brug’, onder de ‘A’ van ‘Aarde-Evolutie’ http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b52a.htm#006 en zie ook de ‘C’ van ‘Cultuurperiode’). Het wortelras van deze tijd wordt natuurlijk gevormd door de Ariërs, een notie die in zijn geheel door Steiner is overgenomen. Het staat zelfs nog vermeld in moderne uitgaves van Steiners ‘Aksaha-kroniek’, hoezeer de term ‘ras’ verder ook is weggezuiverd. Zijn ze kennelijk vergeten, of zijn de Ariërs, de ontwikkelaars van de ‘denkkracht’ (p. 25, Pentagon uitgave 2004) toch te belangrijk om te schrappen, ondanks de eventueel op te lopen PR schade? Steiner: ‘Elk tijdperk heeft fysieke en geestelijke eigenschappen die totaal verschillen van de eigenschappen van het voorafgaande tijdperk. Terwijl bijvoorbeeld de Atlantiërs het geheugen en alles wat daarmee samenhangt tot ontwikkeling brachten, is het thans de taak van de Ariërs de denkkracht en wat daartoe behoort te ontwikkelen’. Weet niet of ik dit naïef of schaamteloos moet vinden in het ‘post-Commissie van Baarda tijdperk’ (ondanks alle ’slordigheden’ en wellicht verkeerde conclusies, was er toch beloofd dat dit soort teksten vanaf nu geannoteerd zouden worden uitgegeven?). Maar goed, er was ook ‘géén sprake van rassenleer’, dus niets aan de hand. Wat dat betreft zijn de Theosofen iets slimmer en wordt er in moderne uitgaven van ‘De Geheime Leer’ gesproken van het ‘Adamische Ras’, waar vroeger ‘Arische Ras’ stond. Steiner heeft dit model overigens ook een keer uitgetekend, vergelijkbaar met de schema’s uit de Volkszielen en Blavatsky’s rassenboom (zie fig 4, toelichting onderaan artikel). Hierin noemt hij de apen en de indianen ‘decadente aftakkingen’ van van de rechte lijn van het Atlantische wortelras naar de hedendaagse Europeanen.
Blavatsky beweert verder dat de mens niet afstamt van de aap, maar dat de apen afstammen van gedegenereerde mensenrassen, die in de Atlantische tijd gingen copuleren met draken. Dat waren dan waarschijnlijk die dinosaurussen, waar wij nu de fossielen van vinden. Moet wel heftig zijn geweest. Hoe dan ook interessant. Dit is nog iets pikanter dan ‘Jurassic Park’ of wat de hedendaagse creationisten ons willen voorschotelen. Die HPB was niet alleen een avontuurlijke reizigster maar had ook een avontuurlijke geest. Zie verder een wat ironische, maar zeker geen onjuiste samenvatting van het Theosofische gedachtegoed ‘Kharmische noodzakelijkheden’ door journalist Rene Zwaap, oorspronkelijk verschenen in de Groene Amsterdammer, te vinden op de site van FOK: http://forum.fok.nl/topic/656258. Bovenstaand vind je overigens eerst een iets ruwer betoog, ‘Bloed is een heel bijzonder sap; Nazisme en antroposofie’, dat ik ook grotendeels onderschrijf, al lijkt de titel wel heel erg grof. De boventitel is overigens een uitspraak van Steiner zelf. Ook in die beschouwing wordt de link uitgelegd met de Theosofie en ook met een andere duistere afsplitsing, de Ariosofie (zie hiervoor ook het artikel van Jan Willem de Groot). Zie voor een aardige biografische schets van Helena Blavatsky de boekbespreking van Sjoerd de Jong uit NRC Handelsblad http://www.nrc.nl/W2/Lab/HAL11/011.html
Overigens kun je het ook wel zonder ingewikkeld zoekwerk wel een saillant detail vinden. Als motto geeft HPB ‘De Geheime Leer’ weliswaar: ‘Dit werk wijdt ik aan alle ware Theosofen van alle landen en alle rassen’, maar in haar ‘Voorbericht’ gaat het van ‘de Groote Adepten van het Arische Ras en den invloed aantoont van de occulte wijsbegeerte op het levensgedrag van…enz.’. Deel I Cosmogenesis, Eerste Gedeelte, p. 1, eerste allinea, negende regel. Echt heel moeilijk terug te vinden, Commissie van Baarda. Dat ‘Arische ras’ is denk ik ook helemaal niet zo belangrijk, als dat het eerste is waarover je begint in een werk van duizenden pagina’s dat pretendeert het ontstaan van de kosmos en de zin van het bestaan te verklaren. Ook bij Steiner stond dit 'Arische ras' wel erg centraal in zijn visie op de menselijke evolutie (zie figuur 5).
Natuurlijk, het begrip Wortelras behelst in eerste instantie 'de mensheid', al dan niet stoffelijk aanwezig in een bepaald tijdperk (pas vanaf Atlantis in fysieke vorm). Als Blavatky en Steiner van 'onderrassen' spreken bedoelen zij een cultuurperiode. Toch is dit concept wel erg vermengd met 'rasdenken'. Wij leven nu in de tijd van het vijfde wortelras, de tijd van het 'Arische ras'. De cultuurperiodes, of onderrassen die aan ons vooraf zijn gegaan zijn de 'Oud Indische', de 'Oud- Perziche', de 'Egyptische-Babylonische' en de 'Grieks Romeinse'. Wel zijn dit allen 'Arische' culturen (volgens de antroposofie en de theosofie althans). Indianen, die hebben geen cultuurperiode. Chinezen ook niet (zie het artikel uit de Brug). Dus al zijn de begrippen wortelrassen en onderrassen vooral te relateren aan tijdvakken, het is en blijft een eurocentrische, zoniet 'aryo-centrische' visie op de geschiedenis en wellicht op de zin van de kosmos en het bestaan. Geschiedenis is in de antroposofie en de theosofie een teleologische aangelegendheid, zaken gebeuren nooit door een toevallige samenloop van omstandigheden maar werken naar een doel toe. Verder hebben 'de Indianen' zeker een functie, ze zijn wijs en diep spiritueel en hebben nog een binding met de ‘oud-Atlantische mysterieën’, maar op een gegeven moment 'is hun tijd om', in de woorden van Blavatsky.
In Steiners woorden:  Sehen Sie sich doch die Bilder den alten Indianer an, und Sie werden gleichsam mit Händen greifen können den geschilderten Vorgang, in dem Niedergang dieser Rasse. In einer solchen Rasse ist alles dasjenige gegenwärtig geworden, auf eine besondere Art gegenwärtig geworden, was in der Saturnentwicklung vorhanden war; dann aber hat es in sich selber zurückgezogen und hat den Menschen mit seinem harten Knochensystem allein gelassen, hat ihn zu Absterben gebracht’( 'Die Mission', p. 122).
Met wat voor occulte en metafysische verklaringen Steiner en Blavatsky ook komen, de Theosofie en de antroposofie zijn beiden op zijn minst zwaar besmet door de modieuze rassentheorieën en de koloniale superioriteitsaanspraken uit die dagen, alleen krijgen deze aanspraken een esoterische onderbouwing. Bram Moerland toont mijn inziens overtuigend aan dat de Theosofie, zoals die door Blavatsky is geformuleerd (volgens haar door ‘Oosterse Meesters’ gedicteerd) niet zozeer Oosters is maar in een westerse mystieke traditie staat, gemengd met de Darwinistische Evolutie-leer, waardoor er in feite een soort ‘neo-religie’ is ontstaan, overigens een typisch negentiende eeuws fenomeen. Zo is de ‘val van de hogere geest in de lagere stof’ een westers gnostisch concept, dat vervolgens weer is vermengd met het net opgekomen Darwinisme (Moerland, p. 9). Voeg daarbij de westerse koloniale opvattingen over rassen bij, vermengd met een exotistisch sausje (’oriëntalistisch’ zou Edward Said het omschrijven, maw elementen die volgens de westerse perceptie typisch oosters zouden zijn) en je hebt de basisingrediënten van het theosofische gedachtegoed. Als je met Edward Said wilt schermen (wat de commissie van Baarda probeert) is dit de uitgelezen plaats en context. Het is dus een mengsel van typisch koloniaal racisme en exotisme vermengd met modieus spiritualisme en neo-gnosticisme. Eigenlijk heel negentiende eeuws, precies passend bij de mode van die tijd. Het is denk ik dan ook niet zo verwonderlijk dat juist toen racistische elementen werden vermengd met een soort gnostisch gedachtegoed.  Steiner heeft zich dit gedachtegoed slechts eigen gemaakt, maar heeft het oosterse element weggezuiverd en het verder aangevuld met typisch Duitse romantische elementen. Een tamelijk prozaïsche, maar naar mijn mening waarschijnlijker verklaring dan dat het allemaal op een bovenzintuigelijke wijze zou zijn geopendbaard.
Hoewel Helena Blavatsky niet besproken wordt, zou zij perfect passen in de wereldberoemd geworden studie ‘The invention of tradition’ van de historici Eric Hobsbawm en Terence Ranger (Cambridge 1983). Zij beschrijven hoe in de diverse westerse koloniale rijken in de negentiende eeuw tradities en rituelen begonnen te ontwikkelen om de status quo te rechtvaardigen. Allerlei tradities werden letterlijk ‘uitgevonden’ om de heersende orde een plaats in de geschiedenis te geven. Overigens gold het zelfde voor de opkomende nationalistische onafhankelijkheidsbewegingen, ook zij ontwikkelden hun eigen ‘tradities’ en ‘geschiedenis’ om hun claims te rechtvaardigen. Blavatsky (en Steiner) putten op een eclectische manier uit verschillende religieuze en spirituele tradities, vermengden deze met toen modieuze ideeën over evolutie en rassen, om zichzelf ook historisch te rechtvaardigen. Zie overigens ook de multi-inzetbare Perzische Ahriman bij Steiner en diverse hedendaagse antroposofen. Zowel de theosofie als de antroposofie hangen aan elkaar van ‘invented traditions’, zowel wat betreft de leer als de ritus en beroepen zich daar ook permanent op om hun universele waarheidspretenties te rechtvaardigen.
Het Tibet avontuur van HPB zou overigens grote indruk maken op occult angehauchte Nazi-kopstukken als Heinrich Himmler en Rudolf Hess. In 1939 werd de Oostenrijkse alpinist Heinrich Harrer, onder het mom van deelname aan een expeditie naar de Nanga Parbat, in het huidige Pakistan, met een opdracht van Himmler Tibet ingestuurd om de geheimzinnige plaats te vinden waar HPB was ingewijd. Dit zou het mysterieuze verborgen koninkrijk ‘Shambala’, ‘Asgartha’, of ‘Shangri La’ zijn, de geheime bron van het Ariërdom (zie het kaartje uit de Brug, bij de uitleg van de Atlantiërs, Toeraniërs, Ariërs en Semieten). Harrer vond dit koninkrijk niet, maar kwam terecht in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa en verbleef een paar jaar aan het hof van de jonge Dalai Lama, met wie hij goed bevriend raakte. In 1949 moest hij Tibet halsoverkop verlaten toen het Rode Leger van Mao het land binnen marcheerde om het te annexeren. Hij schreef over zijn belevenissen een overigens fascinerend boek, ‘Sieben Jahren in Tibet’, later verfilmd als ‘Seven Years in Tibet’, met Brad Pitt in de hoofdrol. Over de werkelijke reden van Harrers reis heeft altijd een waas van geheimzinnigheid gehangen, al is nu op basis van archiefonderzoek, dat door Harrer min of meer is bevestigd, vast komen te staan dat hij is vertrokken met een mystiek getinte opdracht van SS Führer Himmler (Schell 287-294). Dit, maar ook de talloze mystieke Arische genootschappen die er in de loop der tijd hebben bestaan, zoals het Thule Gesellschaft en de Ariosofie, laat zien hoe groot de invloed was van HPB’s openbaringen op de occulte tak van het latere Nazisme. Zie in dit verband ook het verhaal van Karl Haushofer en Hitler, uiteengezet in ‘Bloed is een heel bijzonder sap’.
Steiner was een tijd lang aanhanger van de Theosofie. Zo was hij voorzitter van de Duitse afdeling van de theosofische vereniging, voordat hij zich afsplitste met zijn nieuwe antroposofische vereniging. Steiner en zijn medestanders konden zich er niet in vinden dat prominente theosofen als Annie Besant, door Blavatsky op haar sterfbed aangewezen als haar opvolgster, de Indiase jongen Jiddu Krishnamurti uitriepen tot de nieuwe Messias, de ‘Matreya’ in het theosofische jargon. Charles Leadbeather, een van de leidende figuren van de Theosofical Society en ‘Grootmagiër’, had deze jongen aangetroffen tijdens een wandelingetje in Adyar, in het toenmalige Brits Indië en had ‘iets magisch’ in hem gezien (er zijn geruchten dat het gewoon om een bijslaapje ging van de homoseksuele Leadbeather). ‘Een wonder, een wonder!’ schijnt Annie Besant te hebben geroepen toen ze het nieuws vernam dat de Matreya was gevonden. De ‘vondeling’ werd geïncorporeerd en ingekapseld in de Theosophical Society. De nieuwe Heiland leidde een tijdje een commune in Nederland in de zogeheten ‘Ster kampen’, bij het Overijsselse dorp Ommen, op het landgoed Eerde van Phillip Baron van Pallandt, die zijn beschermheer werd. Uit heel Europa reisden massa’s volgelingen naar de nieuwe ‘Wereld Leraar’, of de ‘Universele Dictator’, zoals hij zonder een greintje ironie ook wel werd genoemd. Op het station van Basel in Zwitserland werd zelfs een apart perron ingericht voor de ‘Ommen-expres’ (net Harry Potter, zou JK Rowling het daar vandaan hebben?). De Theosofie ging meer lijken op de huidige Bhagwanbeweging, de Transcendente Meditatie van de Maharishi Mahesh Yogi, of de Hare Krishna sekte. De oorspronkelijke inhoud van de Theosofie raakte steeds verder op de achtergrond; Krishnamurti ging er zelfs prat op nooit de Geheime Leer in zijn geheel gelezen te hebben. In 1929 maakte hij bekend dat men zich had vergist en dat hij helemaal geen ‘Grote Wereldleraar’ was, althans niet voor dat volk dat jubelend naar de Sterkampen te Ommen was getogen. ‘Jullie hebben deze gebeurtenis, de Wederkomst van de Wereldleraar, achttien jaar afgewacht en kijk eens wat er nu gebeurt. Jullie zijn voor je spiritualiteit afhankelijk van iemand anders. Ik wens niet ieder jaar dezelfde kinderachtige besprekingen. Waarom moet ik onware en huichelachtige mensen hebben die mij volgen, mij, de belichaming van de waarheid?’ Hij vertrok, zijn per zweeftrein gearriveerde schare volgelingen verweesd achterlatend. Als dit allemaal niet zo intens tragisch zou zijn, is het een van de mooiste soaps van de twintigste eeuw geweest. In het geval van Krishnamurti had Steiner dus wel gelijk. Overigens ging Krishnamurti daarna gewoon door; hij vertrok naar Amerika en stichtte een nieuwe commune, in Ojai in Californië. (Rene Zwaap, ‘Jiddu Krishnamurti’, de Groene Amsterdammer, 27-09-1995, en Hulpas en Nienhuys, pp. 226-227).

De volgelingen

De theorie van de theosofie en de antroposofie is grotendeels dezelfde, alleen hecht Steiner een groter belang aan de komst van Christus op aarde (de theosofie is meer oosters geïnspireerd). Verder heeft Steiner, itt Blavatsky, talloze praktische toepassingen voor zijn leer ontwikkeld, zoals onderwijs (Vrije School), de biologisch dynamische landbouw (de BD, een op astrologie en ‘Bauerntum Romantik’ geschraagde ecologische landbouw, met gebruik van ‘koehoornpreparaten’, waarbij zelfs sprake is van een ‘astrologische zaaikalender’), de antroposofische geneeskunde (samen met de Nederlandse arts Ita Wegman) en zelfs een ‘kerk’ (de Christengemeenschap).
Het Christelijke element is voor de antroposofen overigens erg belangrijk, maar ook dat aspect wordt door sommige Steinervolgelingen nog weleens verhaspeld met hele andere opvattingen. Een zekere Rudolf Meyer, schrijver van het boekje ‘Het mysterie van de Graal’, Stuttgart, 1958, in Nederland uitgegeven door Christofoor, Zeist, beweert dat slechts het Germaanse ras ontvankelijk zou zijn om de oorspronkelijke ‘Christusimpuls’ door te geven (een vaag maar heel belangrijk begrip in de antroposofische lectuur). De Kelten hebben deze een paar eeuwen mogen bewaren, beschermd tegen de ‘decadente Roomse-Semitische Kerk’ en ander, al dan niet ingefluisterd door vriend Ahriman, mediterraan volk. Een kosmische kracht heeft echter de Kelten doen verdwijnen (p. 51) en het is nu aan de Germanen om deze ‘Christusimpuls’ uit te dragen. Wanneer ‘de steen uit Lucifers kroon wordt geslagen’ zal de Christusimpuls en het graalbloed indalen ‘ook in het meest verontreinigde bloed van de laagste rassen’, (p. 152). Dit van de realiteit losgezongen gebral komt overigens niet van Steiner zelf. Steiner formuleert het bij mijn weten ook nooit zo lomp, dus dit lijkt me wel echt een exces (hoewel de ‘negerromans’ en het ‘mulattenhaar’ er ook mogen zijn). Lijkt ook meer op ‘Lord of the Rings’. Zie ook de parallel met de ‘Da Vinci Code’, maar dan in een racistische variant. Overigens kent de antroposofie niet een duivel maar twee, Lucifer en Ahriman. De duivel van binnen en de duivel van buiten, maar dat voert wat ver om dat hier toe te lichten. Wel gek trouwens dat er opeens een samenwerkingsverband wordt gezien tussen de Arabieren/Joden enerzijds (dat zijn nl. de semieten) en de Rooms Katholieke Kerk anderzijds. Volgens mij zijn die elkaar de afgelopen 2000 jaar vooral elkaar in de haren gevlogen, en ja, die Germanen mochten meedoen met de Roomsen maar deden er voor het grootse deel van de tijd niet zo veel toe, al mochten Karel de Grote en later de Duitse Keizer soms stevig hun zegje doen. Maar elders konden we ook al lezen dat er geen Chinese cultuurperiode is geweest. Je kunt de aanhangers van de antroposofie veel verwijten, maar niet dat ze last hebben van enig historisch inzicht.
Het is overigens een bewuste keuze van Steiner, de antroposofen en de Vrije School dat je op de lagere en middelbare school geen inleiding krijgt in het gedachtegoed van de antroposofie. Wel krijg je allerlei zaken mee waarbij niet wordt uitgelegd dat het slechts opvattingen van Steiner en zijn geestverwanten zijn. Zo leer je bij het vak geschiedenis dat de ontwikkeling van de beschaving begonnen is in Atlantis en door een zekere Manu (een soort Atlantische Noach die het in de golven verzinkende Atlantis wist te ontkomen) naar het oude India is gebracht. Via Perzië, waar die dekselse Ahriman aan boord stapte (toen nog de duistere tegenhanger van de lichtgod Hormuzd, thans handelaar met voorkennis in de Anglo-Amerikaanse wereld), werd het licht naar Egypte en Griekenland gebracht en vanaf daar kwam het via Rome bij ons, de Germanen (zo is het mij althans voorgeschoteld in de vijfde klas van de lagere school, overigens met de beste intenties door oprechte en bevlogen leerkrachten, maar het is nu eenmaal de leer). Dit is puur Steiner en Blavatsky en heeft weinig te maken met de hedendaagse inzichten over de geschiedenis van de oudheid. Zie hiervoor wederom het Brug artikel ‘Waarom geen Chinese Cultuurperiode?’, http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b18chincul.htm.
Dat je niet meteen de hardcore leerstellingen van de antroposofie op de lagere school op je dak krijgt is nog wel te begrijpen. Dat je het ook niet op de middelbare school krijgt, in de vorm van een vak als ‘antroposofische levensbeschouwing’ is echter een dogmatische richtlijn. Dat heeft alles te maken met het idee dat de antroposofie zichzelf ziet als een inwijdingsleer, zoals het vroege Christendom ook zou zijn geweest (zeggen de sofen althans). Verder moet, volgens Steiners ‘Vrije opvoedkunst’, een kind moet zich eerst zintuigelijk en intuïtief ontwikkelen, voordat de cognitieve capaciteiten worden aangesproken. Slaat trouwens ook weleens door. Kan van mezelf herinneren dat ik op de lagere school reikhalzend naar de periode ’sterrenkunde’ uitkeek. Waanzinnig spannend leek me dat, de stuctuur van het heelal en vooral al die planeten, met verschillende manen, de ringen van Saturnus, etc. Maar we kregen toen astrologie en toen ik daar over begon te zeuren werd mij verteld dat je eerst wijsheid moet vergaren, voordat je allemaal nieuwe kennis tot je kan nemen. Weet trouwens niet waarom het wel zo’n goed idee is om lagere schoolkinderen met astrologie op te zadelen. Heb ook geen idee of dat hele ‘wijze’ kinderen oplevert.
Maar met een beetje cynisme zou je ook kunnen stellen dat iemand die jaar in jaar uit het Michaelsfeest heeft gevierd, op die manier zich spelenderwijs de symboliek heeft kunnen eigenmaken, moeiteloos de wondere wereld der wortelrassen en volkszielen binnentreedt. Als de rituelen gemeengoed zijn geworden vallen de leerstellingen op een gegeven moment minder rauw op je dak. Een inleiding in het antroposofische gedachtegoed an sich krijg je pas op de Vrije Hogeschool. Als je op jonge leeftijd een mooi verhaal hebt gehoord over Manu die van Atlantis naar India reisde, is de overgang naar de uitverkoren en superieure Ariërs in zijn kielzog, het vijfde wortelras, wat beter te verteren.
Kortom, er valt nogal wat aan of op te merken wat betreft die antroposofie en haar voorman. Het gaat wel wat verder dan een school met veel kunstzinnige en creatieve extraatjes, romantische jaarfeesten, vage spirituele wijsheidjes, mysterieuze en daarom diepzinnig lijkende Eurythmie, of een warm hart voor de natuur en onbespoten voedsel. Veel leerlingen, ouders, maar ook docenten zijn zich vaak niet bewust van de werkelijke inhoud en historische achtergrond van de levensbeschouwing die zij zeggen aan te hangen. Tekenend is dat er bij het Sint Jansfeest, het midzomerfeest, rond het grote vreugdevuur in de beste oud-Germaanse traditie der Zonnewende rituelen, het lied ‘Flamme Empor’ (’leuchte Uns, führ uns zum Heil, in Dir!’) werd gezongen,  dat door de Nazi’s werd gezongen bij boekverbrandingen. ’Per ongeluk’ terecht gekomen in het antroposofische liedrepertoire, al vraag ik me af of degene die dit liedrepertoire voor de Vrije School heeft samengesteld, ook zo naïef was. Dit voorbeeld is exemplarisch voor bijna alles wat hiervoor besproken is. Antroposofen vinden zichzelf vaak heel erg wijs, maar weten zelf meestal ook niet waarom. Je moet daarvoor wel een paar hele machtige pillen verslinden, in nogal gezwollen en archaïsch taalgebruik. Kan me voorstellen dat je het dan liever houdt bij nat in nat schilderen, vormtekenen, eurythmieën, poppen maken van onbespoten schapenwol, in de fik vliegende adventskalenders fröbelen met veel te dikke klodderlijm, of met seizoenszaad gelardeerde jaarfeesten vieren, al declamerend dat je een ingewijde bent in de meest diepzinnige kennis. Dat is wat de meeste sympathisanten doen. Een levensbeschouwing die uitgaat van een cosmologie waarin het Arische ras wordt gezien als de voorlopige bekroning op de schepping en de indianen en anderen als decadente aftakkingen ziet die door een kosmische wetmatigheid moeten verdwijnen blijft echter problematisch, hoe leuk, diepzinnig, natuurvriendelijk en aardig de franjes en de extraatjes ook lijken. Voor mijzelf dus uitgesloten, al wens ik degenen die dit gedachtegoed oprecht van racisme willen zuiveren het allerbeste.
Maar ga zeker lezen en dan niet uitsluitend antroposofische of ‘pro-antroposofische’ lectuur, maar ook beschouwingen van kritische buitenstaanders om een afgewogen oordeel te vormen. Ik heb me er ook pas vijftien jaar later echt in verdiept.
Succes en blijf kritisch.

Floris Schreve

Geraadpleegde en aan te bevelen literatuur:

Commissie van Baarda, ‘Antroposofie en het vraagstuk van de rassen; eindrapport van de onderzoekscommissie’ Antroposofische Vereniging in Nederland, Zeist, 2000. De conclusies vind je hier: http://www.antroposofie.nl/antroposofie/themas/ms/thema10/#1095070001. Interessant commentaar vind je hier: http://www.stelling.nl/kleintje/344/Rapport.htm en hier: http://www.stelling.nl/kleintje/345/sofen.htm Ook zou ik willen wijzen op een scherp en goed analytisch verhaal Jana Husmann-Kastein van de Humboldt Universiteit in Berlijn (cultuurwetenschappen en genderstudies) die in een paar a4tjes Steiners rassenleer samenvat en veel van de bekende tegenargumenten van antroposofische zijde, ook gebezigd in het Baarda rapport, bondig van tafel veegt.  De verschillende rasmodellen (het vijfdelige planetaire en het vierdelige levensloop model uit de Volkszielen, het hier buiten beschouwing gebleven driedelige model van dag, nacht en schemeringsrassen van Carus (zie Jan Willem de Groot) alsmede de samenhang met de wortelrassen en de aarde evolutie van Blavatsky) worden hier bondig samengevat. Bewonderenswaardig! Verschenen in ‘Berliner Dialog’, 29 juli 2006, terug te lezen op: http://www.religio.de/dialog/106/29_22-29.htm. Ook vanuit de orthodoxe zijde is er stevige kritiek gekomen, zoals van Robert Jan Kelder van het (blijkbaar) zeer rechtzinnige ‘Willehalm Instituut voor antroposofie als Graalonderzoek en sociale organica’, die het rapport ‘een zelfdodingspil’ noemde: http://www.antrovista.com/artikelen/ingezonden/05-robertjankelder-01.htm

Helena P. Blavatsky, ‘De Geheime Leer; de synthese van wetenschap, godsdienst en wijsbegeerte’, Deel I ‘Cosmogenesis’ en Deel II ‘Antropogenesis’, oorspr. uitgave Londen 1888, Den Haag 1968.

Eric Hobsbawm, Terence Ranger, ‘The invention of tradition’, Cambridge University press, 1983.

Marcel Hulspas, Jan Willem Nienhuys, ‘Tussen waarheid en waanzin; een encyclopedie der pseudo-wetenschappen’, De Geus, Breda, 1998.

Toos Jeurissen, ‘Uit de Vrije School geklapt; over antroposofie en racisme; een stellingname’, Sittard, 1996 (http://www.antroposofia.be/wordpress/uit-de-vrije-school-geklapt.pdf)

Arnold Labrie, Willem Melching (red.), ‘De hang naar zuiverheid; de cultuur van het vroeg moderne Europa’, het Spinhuis, Amsterdam, 1998 (bevat een essay over de Ariosofie).

Rudolf Meyer, ‘Het mysterie van de Graal; een verborgen stroming binnen het Christendom’, Oorspr. uitgave Verlag Urachhaus, Stuttgart, Christofoor, Rotterdam, 1958.

Bram Moerland, ‘Rassenleer met charisma; over het racisme van Steiner en Blavatsky’, Den Haag, 1989

A. De Roode, E. van der Tuin, G. Zondergeld, ‘Als de Blonden uitsterven, zouden de mensen steeds dommer worden; antroposofisch racisme’, Nijmegen, 1986.

Edward W. Said, ‘Culture and Imperialism’, Vintage, Londen, 1994.

Orville Schell, ‘Virtual Tibet; searching for Shangri-La from the Himalayas to Hollywood’, New York, 2000 (over o.m. de vermeende Tibetreis van HPB en het avontuur van Heinrich Harrer).

Jacob Slavenburg, ‘Rudolf Steiner, vernieuwer van het oude weten’, Ankh Hermes, Deventer, 1990.

Rudolf Steiner, ‘De Akashakroniek; de ontwikkeling van mens en aarde’ (verzamelde bijdragen, gebundeld door Marie von Sievertz), oorspr. uitg. Dornach 1939, Pentagon, Amsterdam, 2004.

Rudolf Steiner, ‘The Kingdom of Childhood; seven lectures and answers to questions given in Torquay, 1924′, Rudolf Steiner Press, Londen, 1974 (over de vrije opvoedkunst en de ontwikkeling van het kind).

Rudolf Steiner, ‘Die Mission Einzelner Volksseelen im Zusammenhange mit der Germanisch-Nordischen Mythologie’, de gebundelde Christiania voordrachten in Oslo, 1910, heruitgave ‘Rudolf Steiner-Nachlassverwaltung im Selbstverlag’, Dornach, Zwitserland 1950. Een cruciale titel, onlangs in het Nederlands verschenen als ‘De volkeren van Europa; de opdracht van de afzonderlijke volkszielen en de samenhang met de germaanse-noordse mythologie, 2006, Pentagon, Amsterdam. Grote gedeeltes van Die Mission staan sinds kort op internet, op http://www.anthroposophie.net/steiner/ga/bib_steiner_ga_121.htm

Rudolf Steiner, ‘Theosofie; inleiding tot boven-zintuiglijke kennis van de wereld en van de bestemming van de mens’, oorspr. uitgave, 1904, uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist, 1965.

Rudolf Steiner, ‘De wetenschap van de geheimen der ziel (‘Geheimwissenschaft’, 1920), Rotterdam, 1924.

Peter Washington, ‘Madame Blavatsky’s Baboon: A history of the mystics, mediums, and misfits who brought spiritualism to America’,  New York, 1993 (over Blavatsky, Krishnamurti, Steiner en George Gurdjieff, de bedenker van het enneagram).

F.W. Zeylmans van Emmichoven, ‘Rudolf Steiner’, W. de Haan, Zeist, 1960 (een gedateerde en bijna aandoenlijke, volstrekte ‘over the top hagiografie’, maar daarom wel vermakelijk en leerzaam om te lezen).

Verder alle in deze beschouwing opgenomen links naar diverse artikelen, een enkele Duitse rechterlijke uitspraak van ‘Die Bundesprüfstelle für Jugendgefährdende Medien’ en interessante websites vol wijsheid en/of waanzin, tot en met alles over Ahriman bij ‘de Brug’. Neem vooral een kijkje: http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/inhaztot.html ;-)

Met dank aan Bram Moerland en Paula Vermeulen (weduwe van August de Roode) voor het aanleveren van hun materiaal.

Appendix: Beeldmateriaal met omschrijvingen en commentaar:

Figuur 1:

http://florisschreve.web-log.nl/.shared/image.html?/photos/uncategorized/2008/06/08/fig_1_volkszielen.jpg

Figuur uit de Volkszielen, als illustratie bij citaat: ‘Diese Linie Besteht auch für unsere Zeit. Der Afrikanische Punkt entspricht denjenigen Kräften der Erde, welche dem Menschen die ersten Kindheitsmerkmale aufdrücken, der asiatische Punkt denjenigen, welche dem Menschen die Jugendmerkmale geben, und die reifsten Merkmale drückt dem Menschen der entsprechende Punkt im europäischen Gebiete auf.  Das ist einfach ein Gesetzmäßigkeit. Da alle Menschen in verschiedenen Reinkarnationen durch die verschiedenen Rassen durchgehen, so besteht, obgleich man uns entgegenhalten kann, dasz der Europäer gegen die schwarze und die gelbe Rasse einen Vorsprung hat, doch keine eigentliche Benachteilung. Hier ist die Wahrheit zwar manchmal verschleiert; aber Sie sehen, man kommt mit Hilfe der Geheimwissenschaft doch auf merkwürdige Erkentnisse”. Bron: Rudolf Steiner, Die Mission einzelner Volksseelen im zusammenhange mit der Germanisch-Nordischen Mythologie, Nachlassverwaltung im Selbstverlag, Dornach, 1950, p. 80.

Figuur 2:

http://florisschreve.web-log.nl/.shared/image.html?/photos/uncategorized/2008/06/08/fig_3_rassenboom_blavatsky_7.jpg

Illustratie uit Blavatsky’s De Geheime Leer: ‘De Rassenboom’. Blavatsky legt hier het systeem van de wortelrassen en onderrassen uit, tot het niveau van volkeren en families. Duidelijk zegt zij dat er een direct verband is met bestaande volkeren en stammen. Uit niet blijkt dat de wortelrassen los kunnen worden gezien van de bestaande mensheid. Bron: Helena P. Blavatsky, De Geheime Leer; de synthese van wetenschap, Godsdienst en Wijsbegeerte’, J.J. Couvreur, Den Haag, Jubileumuitgave van de Theosofische Vereniging, afd. Nederland, 1968 (nadruk van de uitgave van 1931),  Deel II ‘Antropogenesis’, p. 381

Figuur 3:

http://florisschreve.web-log.nl/mijn_hersenspinsels_onder/model-poppelbaum.htmlDe

De aarde -evolutie volgens Rudolf Steiner in het model van Poppelbaum (1929), uit Henk van Oort, Antroposofie, een kennismaking, Christofoor, 2006. Overigens kan ik de echte liefhebber aanraden wat verder te lezen. Verderop kunnen wij lezen dat de ‘Oer-Indier’ ten opzichte van de moderne Europeaan de geestelijke ontwikkeling heeft van een kind van zeven.

Figuur 4:

http://florisschreve.web-log.nl/.shared/image.html?/photos/uncategorized/2008/06/10/fig2def_3.jpg

Illustratie bij een lezing van Rudolf Steiner op 22 november 1907 in Basel, voor de leden van de Theosofische Vereniging. Het is niet zeker of deze tekening echt van Steiners hand is, maar volgens de heer Kugler van de Rudolf Steiner Nachlassverwaltung is het in ieder geval een getrouwe kopie van Steiners tekening. zie ook figuur 5, bij dezelfde lezing. De parallel met een soortgelijke tekening uit de Volkszielen (fig. 1) is opmerkelijk. In deze tekening zien wij veel van al het voorgaande bij elkaar komen. Ten eerste de notie van de Wortelrassen, zoals die door Helena Blavatsky is vormgegeven (de Atlantiërs). Wij zien echter dat de lijn ononderbroken en opwaarts voortgaat tot de Europeanen. Kennelijk hebben de wortelrassen dus toch alles te maken met de huidige rassen. Ik denk dat niemand dat nog kan ontkennen. Een ‘decadente aftakking’ van de Atlantiërs is het ‘apengeslacht’ (zoals Blavatsky in de Geheime Leer uiteen heeft gezet). Een latere ‘decadente aftakking’ zijn de Indianen, het ras van de ‘Finsteren Saturn’ (kennelijk een tussenvorm van aap en Europeaan). Begeleidende tekst: ‘Von dem Punkte der Atlantische Zeit, wo Europäer und Indianer noch miteinander vereint waren, weiter zurückgehend, kommen wir in eine Zeit wo die Körper des Menschen noch verhältmäszig weich, von gallertatigen Dichtigkeit war. Da sehen wir wieder Wesen sich abzweigen und zurückbleiben. Diese Wesen entwickeln sich weiter, aber in absteigende Linie, und aus ihnen entsteht das Affengeseschlecht.Wir dürfen nicht sagen, der Mensch stamme vom Affen ab, sondern beide. Menschen und Affen, stammen von einere Form ab, die aber eine ganz andere Gestalt hatte als die Affen und heutigen Menschen. Die Abzweigung erfolgte von einem Punkte, wo diese Uniform die Möglichkeit hatte, einerseits aufsteigen zum Menschen und andreseits hinunterzufallen, zum Zerrbilde des Menschen zu werden’ (Cit. Rapport Commissie van Baarda, 411-412, bron illustratie http://www.anthroposophie.net/steiner/ga/bib_steiner_ga_100.htm).

Nu zal iedere rechtgeaarde antroposoof tegenwerpen ‘Maar Steiner spreekt hier over de geestelijke wereld, die hij met zijn vermogen tot ‘schouwen’ kon overzien. Dit heeft niets te maken met de hedendaagse materiële verschijningsvormen’ (en ja hoor, dat doet ook de Commissie van Baarda). Er is niemand die dit kan controleren, dus daarmee onttrekt deze aanschouwing zich aan elk werelds oordeel. Het zou kunnen. Maar misschien moeten we dan spreken van ‘astraal racisme’, ‘ether racisme’ of zelfs ‘kosmisch racisme’ (zoals Jan Willem de Groot doet). Wat doet het er toe? Ik zou als indiaan nog steeds niet staan te juichen, al bouwen ze tien Waldorf Schools in het reservaat. Lijkt me toch vreemd, opeens al die zendelingen die in het aardse bestaan géén racist zijn, maar des te meer op astraal niveau en dan op het genocidale af. Hele spirituele mensen, die antroposofen, vooral als je ze op een geestelijk dieper niveau leert kennen. En bovendien, de mens ontwikkelde zich tot zijn huidige vorm in de Atlantische periode? (zie bijv. het schema van Poppelbaum maar ook het hele hoofdstuk Onze Atlantische voorouders, uit de ‘Akashakroniek’, pp. 19-36). Dus het lijkt me dat ook dit argument van tafel is.
Bernd Hansen van de Flensburger Hefte heeft trouwens ook deze tekening en Steiners commentaar besproken en komt toch tot een ander oordeel dan de Commissie van Baarda (over de tekening): ‘Dat vervult ons tegenwoordig met afgrijzen, maar ook in 1907 heeft men al meer over de rijke Indiaanse cultuur die zich uitstrekte over het gehele continent geweten en heeft men meer kunnen weten dan Steiner kennelijk wist’ (Flensburger Hefte 41, geciteerd uit Jeurissen p. 16). Het is maar een bescheiden suggestie van iemand die weliswaar is opgegroeid in de tradities en rituelen van de Vrije School maar toch al jaren een buitenstaander, maar zou het niet raadzamer zijn voor de hedendaagse antroposofen om meer de koers van Hansen en Höfer te volgen, dan verkrampt te gaan ontkennen dat er sprake is van rassenleer?
Het is overigens wel toevallig dat Steiners bovenwereldse en geestelijke aanschouwingen geheel in overeenstemming zijn te brengen met het Eurpopese superioriteits denken en het bijbehorende racisme van die tijd (zelfs voor die tijd nog reactionair), een alternatieve evolutie theorie (van Ernst Haeckel, die het uiteindelijk niet gered heeft) en bovendien is het grootse deel letterlijk overgenomen van Helena Blavatsky. En om nu te zeggen dat uitsluitend Blavatsky en Steiner begrepen hebben hoe de wereld in elkaar zit en de rest van de mensheid niet, gaat ook wel wat ver, ik denk zelfs voor de meest rigide en geharnaste antroposoof. En bovendien, hebben antroposofen het patent op de waarheid, omdat ze een paar boeken van Rudolf Steiner hebben gelezen (de overgrote meerderheid overigens zelfs dat niet eens-’te moeilijk’) en daarmee ingewijd zijn in het meest Heerlijke gedachtegoed dat de mensheid heeft voortgebracht? Je mag hopen van niet, gezien de te bewonderen schrijfsels op het internetstekje ’zij hebben hun Illuminati en UFO’s, wij onze Ahriman’ de Brug. Het lijkt me tamelijk onheilspellend, met de nuancering dat men bij ‘de Brug’ echt gek is en meent ook van alles over de Holocaust te moeten melden (dat kan Steiner natuurlijk niet worden aangerekend en ik denk ook dat de meeste antroposofen hier oprecht van zouden walgen). Ook verwijt men bij de Brug de Nederlandse Antroposofische vereniging dat ze überhaupt een onderzoek door de Commissie van Baarda hebben laten doen en daarmee Steiner zouden hebben ‘gedesavoeëerd’: http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b48met/b48.htm#toek. Verder ontbrak het de Nederlandse antroposofen aan ‘Michaelische moed’ http://users.pandora.be/antroposofie/diabasis/b14eur.htm, die overigens met ‘Eurythmie oefeningen wel te verkrijgen is, omdat ‘in de visualisering van de klank Michael de vleugelslag van de Aartsengel zichtbaar wordt’. Dat de Belgische antroposofen wat radicaler zijn behoeft na al het voorgaande geen betoog meer. Misschien had het wel van echte ‘Michaelische Moed’ getuigd om te erkennen dat de antroposofie een serieus racisme probleem heeft, in navolging van Thomas Höfer, die daar wel toe in staat is.
Antroposofen zijn  geen superieure mensen en boven alle kritiek verheven, omdat ze een bepaald gedachtegoed aanhangen dat een zogenaamd afgerond model biedt voor hoe de kosmos in elkaar zit en wat de zin van het bestaan zou verklaren. In mijn ogen is het sektarisch (natte kabouters) en racistisch (de misplaatste triomfantelijke come-back van de kokende Ethiopiër) en ik zal ze niet snel iets toevertrouwen als hun enige waarheid en morele leidraad is: ‘we moeten geen persoonlijke sympathie of persoonlijk enthousiasme moeten meespelen, daar komt het niet op aan. Het komt slechts aan op wat besloten ligt in de grote wetmatigheden van het mensdom’, waarmee de genocide op de indianen wordt gerechtvaardigd, al zijn die Indianen slechts op ‘geestelijk niveau’ decadente aftakkingen van ons eigen Arische stamboek. En dat die zogenaamde grote wetmatigheden dan zijn gebaseerd op de helderziende openbaringen van één man die meende de waarheid in pacht te hebben.

De zaak lijkt me wel rond

Floris Schreve

Zie voor deel II, met een uitgebreide repliek op Paul Heldens tegenartikel ‘9/11Heikele Kwesties’

http://florisschreve.web-log.nl/mijn_hersenspinsels_onder/2008/09/antroposofie-ii.html

TrackBack

TrackBack URL van dit bericht:
http://beheerpagina.web-log.nl/t/trackback/309154/4690493

Hieronder vind je links naar weblogs die verwijzen naar §De antroposofie is racistisch en sektarisch:

Reacties

eerste bespreking van Michel Gastkemper, waarop het tegenartikel van Paul Heldens volgde:

Dankzij het weblog van Ramon De Jonghe, die hier al verschillende keren commentaar heeft geleverd, ben ik vandaag gestuit op het weblog van Floris Schreve uit Amsterdam. Een weblog bijhouden doet hij nog niet zo lang, sinds 11 mei van dit jaar, dus is hij bijna op hetzelfde moment gestart als ik. In een van zijn eerste pennenvruchten, en een heel lange ook (met een absurd lange titel trouwens), gaat hij uitgebreid in op een thema dat hier onlangs aan bod kwam, op donderdag 28 augustus 2008 in de bijdrage ‘Verwerking’, namelijk antroposofie en racisme. Dit is een eeuwig actueel thema, en dat blijft het ook, vooral als het niet goed benaderd wordt (door antroposofen bedoel ik). Dan worden altijd dezelfde bezwaren tegen antroposofie van stal gehaald, want als die niet afdoende weerlegd kunnen worden, dan blijven ze uiteraard geldig.

Het belangrijkste punt in het stuk van Floris Schreve is dat hij het onderzoeksrapport hekelt dat in 2000 is uitgebracht door de ‘Commissie antroposofie en het vraagstuk van de rassen’ onder leiding van Ted van Baarda. Wel een beetje laat misschien, maar dat maakt in wezen niet zo veel uit. Wat er wel toe doet, is de vraag of zijn argumenten steekhoudend zijn. Nu is dat niet zo eenvoudig uit te maken, dit is intussen een behoorlijk specialistisch onderwerp geworden. Belangrijk is daarom op te merken dat Floris Schreve op mij als volkomen integer overkomt, eerlijk onderzoekend en afwegend en zo tot een oordeel komend, ook al is dat in dit geval niet positief over antroposofie. Integendeel, zeer negatief, zou ik zeggen. Heeft hij gelijk, is dit iets om ernstig rekening mee te houden. Heeft hij ongelijk, moet dat duidelijk gemaakt kunnen worden. Dat lijkt mij een uiterst respectabele opgave.

Ook is het goed te weten dat zijn uitgangspunt ten opzichte van antroposofie, wegens de omstandigheden in zijn persoonlijk leven, positief is:


‘Ik heb me daar ook pas sinds de laatste jaren in verdiept. Ik ben er niet positiever over gaan denken, al heb ik dit bizarre gedachtegoed heel lang het voordeel van de twijfel gegeven. Ik ben er voor een gedeelte mee opgegroeid en heb zelf op de Vrije School gezeten (alleen lagere school, waar ik goede herinneringen aan heb). Thuis deden we aan de BD en we hadden een abonnement op de “Jonas”, een niet meer bestaand liberaal en gematigd antroposofisch tijdschrift en opinieblad. Toen er midden jaren negentig verhalen in de Volkskrant en de Groene Amsterdammer verschenen over racisme in het onderwijs op Vrije Scholen (de kwesties van de verontruste Vrije School ouders Angelique Oprinsen en Toos Jeurissen, die van de kant van de Antroposofische Vereniging in Nederland slechts op een muur van onwil en afwijzing stuitten) was ik aan een kant verrast, maar terugdenkend aan mijn eigen ervaringen, had ik toch het bange vermoeden dat het weleens waar zou kunnen zijn.’

Wat hem ook zeer voor me heeft ingenomen, is wat hij verder op zijn weblog schrijft. Met groot plezier heb ik zijn stukken gelezen over Irak en over Iraakse kunstenaars, over Edward Said en over de huidige indianen in Noord-Amerika. Hij weet waarover hij schrijft, met verstand van zaken en veel invoelingsvermogen. Een reden te meer om zijn artikel over antroposofie serieus te nemen. Ik laat hier een aantal gedeelten volgen, die een indruk geven, ook van zijn bevindingen. Het biedt meteen de mogelijkheid om de discussie die in Duitsland momenteel nog steeds gaande is, vanuit een Nederlandse optiek te benaderen, waar deze al vanaf de jaren tachtig speelde.

Een van de kwalijkste kanten van het rapport-Van Baarda, los van het feit dat men mijns inziens slechts probeert zoveel mogelijk Steiners reputatie op te schonen, zijn de scherpe verwijten aan het adres van verschillende critici, vooral ook naar degenen die in gesprek met de antroposofie willen blijven, als bijvoorbeeld Toos Jeurissen. Kritiek op Steiner heet vaak ‘oppervlakkig’ of er is verkeerd geciteerd, of zaken zijn uit hun verband gerukt. Laat ik met het verkeerd citeren beginnen. In het geval van Toos Jeurissen en Bram Moerland ben ik alle citaten nagegaan, voorzover het de literatuur betreft die ik ook bestudeerd heb. Ik heb géén enkele verkeerde bronvermelding of een verdraaiing van een citaat mogen aantreffen. Alles wat Jeurissen en Moerland aanhalen uit ‘De Volkszielen’, ‘De Akasha kroniek’ of (in het geval van Moerland) Blavatsky’s ‘De Geheime Leer’ is correct. Ik heb hier Max Heindels ‘De wereldbeschouwing der rozenkruisers’ buiten beschouwing gelaten, dus ben daar ook niet de verwijzingen van Bram Moerland nagegaan, maar voor het overige klopte alles. Als de Van Baarda-commissie met dit soort beschuldigingen komt en daarmee de integriteit van de critici in twijfel trekt moet ze ook met bewijzen komen. Daar is ze niet in geslaagd. Dit maakt het rapport er niet geloofwaardiger door, al lijkt het door de omvang en de vele geraadpleegde bronnen nog zo degelijk. Niet geloofwaardig en ook niet erg sympathiek. Dit geldt ook voor de behandeling van Jeurissen, die voor een korte brochure goed en degelijk werk heeft geleverd, binnen de Nederlandse context zelfs baanbrekend. Bovendien is Jeurissen al te zeer bereid de dialoog aan te gaan (doet ze ook met haar contact met de Flensburger Hefte). Qua bronnen leunt haar verhaal dan ook sterk op de publicaties van de Flensburger Hefte. Daarover meldt het Van Baarda-rapport niets. Het blijft dus onduidelijk of de onderzoekscommissie ook vraagtekens heeft bij het werk van deze kritische antroposofen in Duitsland. Het zou wel interessant zijn geweest om daar iets meer te van vernemen. Indirect wordt er zo wel gesuggereerd dat het werk van Thomas Höfer en Bernd Hansen ook gebaseerd is op selectief citeren en het uit hun verband halen van uitspraken van Rudolf Steiner, tenzij Jeurissen deze inmiddels vooraanstaande antroposofische nieuwlichters ook verkeerd citeert (daarover trouwens ook geen woord, het lijkt erop alsof dit onderwerp gemeden wordt). Maar Jeurissen krijgt dus de volle laag en over de Flensburger Hefte geen woord, terwijl meer dan de helft van haar betoog op hun bevindingen is gebaseerd. Maar dan nog, los van de Flensburger Hefte heeft ook Jeurissen een andere behandeling verdiend. Haar zorgen als direct betrokkene (ouder van kinderen op een vrije school) waren absoluut gerechtvaardigd en zij heeft voor haar bijdrage meer dan goed werk gedaan.

(...)

De Duitse rechter heeft vrij onlangs (2007) restricties en voorwaarden gesteld aan publicatie en verspreiding van ‘De Volkszielen’ (moet vanaf nu geannoteerd en met een inlegblad). Ook in Zwitserland is er op dit moment een zaak onder de rechter wat betreft antisemitisme in het werk van Steiner. Geeft toch een beetje een ander beeld dan wat de AViN [Antroposofische Vereniging in Nederland, MG] en de Commissie-Van Baarda ons voorschotelt. Het internationale debat vind ik overigens ook een gemiste kans van de Commissie-Van Baarda; dit is natuurlijk niet een kwestie die zich tot Nederland beperkt. Vooral in Duitsland wordt het debat veel intensiever gevoerd. Maar ook in Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten speelt deze kwestie, zowel de discussie als verschillende rechtzaken, die niet allemaal in het voordeel van de locale antroposofen en het werk van Rudolf Steiner hebben uitgepakt. Nu zijn de meeste van deze zaken van recenter datum dan het Van Baarda-rapport, maar toch, ook toen speelden deze kwesties ook in het buitenland, met name in Duitsland rond de kring van Thomas Höfer en de Flensburger Hefte waar vanuit overigens moedige en lovenswaardige pogingen zijn ondernomen om de antroposofie daadwerkelijk te zuiveren van racisme (in plaats van simpelweg te ontkennen dat er sprake is van rassenleer). Zoals verwoord in hun publicatie ‘Antroposophie und Rassismus’: ‘Onder de uitspraken van Steiner bevinden zich enkele die door niets meer te rechtvaardigen zijn en waar men zich consequent van zou moeten distantiëren. Wij zijn ons ervan bewust dat dit pijnlijk kan zijn, maar we menen dat het noodzakelijk is en dat het ook in de bedoeling lag van Steiner, die er immers telkens weer toe opgeroepen heeft zijn uitspraken te onderzoeken. Wij hebben niets anders gedaan dan aan deze oproep gehoor te geven.’ (geciteerd uit Jeurissen in de Groene Amsterdammer van 5-2-1997). Er is dus echt wel iets aan de hand met het antroposofische gedachtegoed.

Het gaat mij hier niet om alle juristerij, waar ik geen verstand van heb en voor mij ook niet zo belangrijk is. Persoonlijk ben ik op dat vlak een tamelijk radicale en hartstochtelijke libertinist dat ik vind dat zelfs ‘Mein Kampf’ niet verboden zou mogen worden, al zullen mijn juristen vrienden mij nu kunnen zeggen dat ik hier wellicht hele domme dingen uitkraam. Maar een wereld met boeken waar je je helemaal kapot aan kan ergeren, of zelfs gevaarlijke boeken, is interessanter dan zonder. Alles beter dan indexen, inquisities of censuur.

Ik zal later terugkomen op de Volkszielen maar ik ben in het algemeen tot de conclusie gekomen dat de antroposofie structureel racistisch is en als levensbeschouwing regelrecht bizar en sektarisch, hoe mooi en bijna ‘kloppend’ het theoretische bouwwerk ook door Steiner aan elkaar gepraat is. Dit gaat nadrukkelijk niet over mijn oude school, noch mijn leraren, aanhangers of enthousiastelingen die ik persoonlijk ken, veelal mee bevriend ben en waar bovendien geen onintelligente mensen tussen zitten, geen enkel misverstand, maar de leer zelf. Ik ben tot deze conclusie gekomen na enige studie naar het werk van Steiner, Blavatsky, sympathisanten, aanbidders, opportunisten, meelopers en goedpraters, regelrechte racisten en Holocaustontkenners (uit naam van Rudolf Steiner), krankzinnige fanatici en dolgedraaide extremisten die Ahriman op een foto menen te herkennen bij de aanslagen van 11 september, maar ook critici, waarvan de laatsten vaak beter op de hoogte bleken te zijn van de herkomst van bepaalde opvattingen of de historische wortels van de antroposofie dan de sofen zelf. Die staren zich in regel blind op hun grote roerganger. Hieronder mijn uitgebreide en uit de hand gelopen antwoord (voor mij de aanleiding en het excuus om alles een keer op te schrijven) op een hele simpele vraag, oorspronkelijk in een iets andere en veel kortere vorm elders geplaatst.

(...)

Bram Moerland toont mijn inziens overtuigend aan dat de Theosofie, zoals die door Blavatsky is geformuleerd (volgens haar door ‘Oosterse Meesters’ gedicteerd) niet zozeer Oosters is maar in een westerse mystieke traditie staat, gemengd met de Darwinistische Evolutie-leer, waardoor er in feite een soort ‘neo-religie’ is ontstaan, overigens een typisch negentiende eeuws fenomeen. Zo is de ‘val van de hogere geest in de lagere stof’ een westers gnostisch concept, dat vervolgens weer is vermengd met het net opgekomen Darwinisme (Moerland, p. 9). Voeg daarbij de westerse koloniale opvattingen over rassen bij, vermengd met een exotistisch sausje (’oriëntalistisch’ zou Edward Said het omschrijven, maw elementen die volgens de westerse perceptie typisch oosters zouden zijn) en je hebt de basisingrediënten van het theosofische gedachtegoed. Als je met Edward Said wilt schermen (wat de commissie-Van Baarda probeert) is dit de uitgelezen plaats en context. Het is dus een mengsel van typisch koloniaal racisme en exotisme vermengd met modieus spiritualisme en neo-gnosticisme. Eigenlijk heel negentiende eeuws, precies passend bij de mode van die tijd. Het is denk ik dan ook niet zo verwonderlijk dat juist toen racistische elementen werden vermengd met een soort gnostisch gedachtegoed. Steiner heeft zich dit gedachtegoed slechts eigen gemaakt, maar heeft het oosterse element weggezuiverd en het verder aangevuld met typisch Duitse romantische elementen. Een tamelijk prozaïsche, maar naar mijn mening waarschijnlijker verklaring dan dat het allemaal op een bovenzintuigelijke wijze zou zijn geopendbaard.

Hoewel Helena Blavatsky niet besproken wordt, zou zij perfect passen in de wereldberoemd geworden studie ‘The invention of tradition’ van de historici Eric Hobsbawm en Terence Ranger (Cambridge 1983). Zij beschrijven hoe in de diverse westerse koloniale rijken in de negentiende eeuw tradities en rituelen begonnen te ontwikkelen om de status quo te rechtvaardigen. Allerlei tradities werden letterlijk ‘uitgevonden’ om de heersende orde een plaats in de geschiedenis te geven. Overigens gold het zelfde voor de opkomende nationalistische onafhankelijkheidsbewegingen, ook zij ontwikkelden hun eigen ‘tradities’ en ‘geschiedenis’ om hun claims te rechtvaardigen. Blavatsky (en Steiner) putten op een eclectische manier uit verschillende religieuze en spirituele tradities, vermengden deze met toen modieuze ideeën over evolutie en rassen, om zichzelf ook historisch te rechtvaardigen. Zie overigens ook de multi-inzetbare Perzische Ahriman bij Steiner en diverse hedendaagse antroposofen. Zowel de theosofie als de antroposofie hangen aan elkaar van ‘invented traditions’, zowel wat betreft de leer als de ritus en beroepen zich daar ook permanent op om hun universele waarheidspretenties te rechtvaardigen.


Geplaatst door Michel Gastkemper op 23:00
Labels: esoterie, onderzoek, racisme, Steiner, weblogs
2 reacties:
barbara zei
das ist ein komischer blog, allerdings mit ausführlicher biografie und nur wenigen aber ellenlangen berichten.
diese indianische kunst ist irgendwie seltsam, ohne deinen beitrag hätte ich seinen bezug zur anhtroposophie nicht entdeckt.
warum er sich so viel mühe incl literaturzitate gibt, einen solch ellenlangen bericht über steiner und rassisums zu schreiben incl weltkarte, habe ich nicht entdecken können. solche literaturliste allein macht schon eine menge mühe.

7 september 2008 22:16
Anoniem zei
liebe Barbara,
lieber Michel Gastkemper

hab erst ein bißchen gesehen, nehme mir vor diesen Post, den link und den Zondag genau zu lesen um "op eigen kracht te onderkennen"
herzliche Grüsse!
Liesel

8 september 2008 17:14

Bewaard gebleven fragment van het tegenartikel van Paul Heldens '9/11 Heikele Kwesties', oorspronkelijk gepubliceerd op www.antrovista.com

Als dan ook nog een goudeerlijke oud-vrijeschoolleerling luisterend naar de naam Floris, maar die niets heeft met Blanchefleur, Rudolf Steiner en zijn leerlingen voor racistische idioten uitmaakt en een van die ‘idioten’ daar welwillend zijn oren naar laat hangen, krijg ik on-danks al mijn goede voornemens om vanwege een RSI niet meer te schrijven, hevige jeuk. Drie heikele thema’s binnen één week kan zelfs een zachtmoedig mens teveel worden. Tijd om even op het toetsenbord mijn jeuk weg te krabben. Die RSI loopt toch niet weg, die komt vanzelf wel terug.

“Op zaterdag 6 september 2008 bracht Michiel Gastkemper op zijn weblog het verhaal van een 35-jarige oud-vrijeschoolleerling en kunsthistoricus, die door zelfstandig onderzoek tot de kloeke conclusie is gekomen dat de antroposofie racistisch en sektarisch is. Punt uit. Gastkemper is duidelijk ingenomen met Felix Schreve, want zo heet de persoon in kwestie. En ik lees graag de informatieve en goed geschreven weblog van Michiel Gastkemper. Maar ook het beste paard laat wel eens een vijg vallen, nietwaar?
“Volkomen integer” en “eerlijk onderzoekend en afwegend” noemt Gastkemper het lange stuk van Schreve met de al even lange titel: “Geloof in kabouters, Atlantis, Volkszielen en Wortelrassen en pas op voor Dark Lord Ahriman, zwart-magische constructies, de Luciferi-sche Verleiding, overkokende kliersystemen en de ‘Finsteren Saturn’; Rudolf Steiner en de antroposofie”.
Nieuwsgierig geworden, heb ik mij de moeite getroost - zo mag ik dat wel noemen - om dat onderzoeksverhaal over antroposofie helemaal uit te lezen. Afgaand op de titel dacht ik eerst nog dat het om een hilarische column ging, maar dat bleek niet het geval. Zo ‘open minded’ Floris Schreve is als het gaat om allerlei interessante vormen van kunst over de hele wereld - zijn website is een kleine goudmijn op dit terrein -, zo kleingeestig wordt hij als het gaat om antroposofie. Een veel voorkomend verschijnsel; een mens zit vol tegenstrijdigheden.
Schrijvers van het Belgische tijdschrift voor antroposofie, De Brug, blijken in de ogen van Floris lachwekkend domme Belgen te zijn. Op grond van passages in de zogeheten volkeren-cyclus wordt Steiner door hem ontmaskerd als een overtuigd racist. Niks ‘slip of the tongue’, niks koloniale tijdgeest van destijds of andere slappe excuses. Geen wonder dat veel antroposofen zich tegenwoordig geen raad meer met Steiner weten, meent hij. De naar zijn mening halfslachtige benadering in de eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda, ziet hij als een voorbeeld van die verlegenheid.
Michiel Gastkemper is duidelijk gecharmeerd van de fermheid van Schreve’s denkwijze. Het is sowieso overal ‘recht voor je raap’ wat de klok slaat. De nuance zoeken, ‘that’s just boring man!’ Maar als een kwieke jonge hond mij tegen de broek aanpiest, ben ik toch niet zo charmant om te zeggen ‘dank u wel, ga gerust uw gang!’ Ik ben in zo’n geval meer van “hee joh, doe effe normaal zeg!’
Floris Schreve noemt zichzelf “agnost/atheïst”. Ieder zijn meug natuurlijk, maar die overtuiging valt moeilijk te rijmen met onbevangenheid als het om ‘bijgeloof in iets bovennatuurlijks’ gaat. Zijn lange tirade tegen de antroposofie is dan ook geheel in de stijl van Simpos, die linkse bikkels van de harde actie tegen discriminatie, fascisme en racisme. Simpos staat voor “Stichting Informatie over Maatschappelijke Problemen rond Occulte Stromingen”. Samen met de wat chiquere academici van de Stichting Skepsis vormen zij de ‘ghostbusters’ van elke New-Agestroming die door middel van slimme indoctrinatie onschuldige burgers van hun gezonde verstand berooft. De antroposofie valt vanzelfsprekend ook onder die kwalificatie. Wat de Vereniging tegen de Kwakzalverij is op het gebied van de gezondheidszorg, zijn Simpos en Skepsis op het gebied van de levensbeschouwing.
‘Floris Schreve blijkt zich erg thuis te voelen bij de geschriften van Toos Jeurissen, Bram Moerland en Simposman Jan Willem de Groot. Tegen het eind van zijn stuk bedankt hij Bram Moerland en de weduwe van August de Roode vriendelijk “voor het aanleveren van hun materiaal”.
Wijlen August de Roode was vader van een kind op de Vrije School Meppel medio jaren tachtig. Hij stuitte meer of minder toevallig op passages in het werk van Rudolf Steiner die hij erg discriminerend vond. Hij eiste van de schoolleiding opheldering. Dat liep in 1985 uit op een vreselijke rel en August de Roode nam zijn kind van school. Inmiddels had hij zijn licht opgestoken bij ‘pacifist’ Gjalt Zondergeld, die hem volledig inwijdde in de geheime fascistische trekjes van Steiner en zijn aanhangers. August de Roode werd in 1986 samen met Evert van der Tuin en Gjalt Zondergeld auteur van het boekje: “Antroposofisch racisme. Als de blonden uitsterven zouden de mensen steeds dommer worden”. Aangezien mijnheer de Roode bij leven een ‘donkergekleurde medemens uit Suriname’ was, betekende alleen al zijn medewerking aan die publicatie een luide aanklacht tegen Steiner die ieder normaal denkend mens moest overtuigen. De kunst van propaganda maken verstonden Gjalt Zondergeld en ook Bram Moerland altijd uitstekend. In dit opzicht hebben zij in 1995 ook Toos Jeurissen - een pseudoniem overigens - doeltreffend geadviseerd.
‘Antroposofisch racisme’, dat is naar mijn mening een contradictie in terminis. Precies dat feit maakt de hele kwestie zo heikel. Er staan in Steiners werk immers passages die nu vanzelfsprekend heel anders beleefd worden dan in de tijd, dat deze werden uitgesproken. Floris Schreve meent echter - en hij is bepaald niet de enige - dat antroposofie identiek is met racisme.
Floris Schreve schijnt niet bekend te zijn met of niet geïnteresseerd te zijn in de artikelen van bijvoorbeeld Fred Beekers, Mark Bischot, Mouringh Boeke, Dieter Brül, Edith de Clerq Zubli, Stephan Geuljans, Walter Heijder, Hans Peter van Manen, Maarten Ploeger, Arnold Sandhaus en Wim Veltman, waarin de feitelijke onjuistheden en de tendentieuze interpretatie van de gewraakte teksten van Rudolf Steiner worden belicht, die bij Toos Jeurissen, Bram Moerland, Gjalt Zondergeld e.a. schering en inslag zijn. Halve waarheden zijn verwoestender dan kloeke leugens. Dieter Brüll karakteriseerde deze geestesstroming daarom treffend als “de nieuwe reactionairen”.

Een viertal correcties op de beweringen van Floris Schreve wil ik de lezer niet onthouden.

Wat de kritiek van Schreve op “De volkzielen” betreft, vind ik het artikel van Hans Peter van Manen: “Rudolf Steiners visie op volken en rassen” in de bundel “Antroposofie ter discussie” nog altijd zeer ‘to the point’. Niettemin schijnt die bundel in antroposofische kringen inmiddels als hopeloos gedateerd te worden beschouwd. Maar elk nadeel heeft z’n voordeel: in de ‘ramsj’ zijn nog enkele exemplaren te koop.
Wat het vaak bekritiseerde citaat betreft, waarin Steiner spreekt over de invloed van ervaringen van de moeder tijdens de zwangerschap op het embryo, waarbij hij als voorbeeld het lezen van destijds in de mode zijnde ‘negerromans’ noemde, zie Lorenzo Ravagli: “Negerromane - was meinte Steiner wirklich?“. Der Europäer, jrg. 5, nr. 5, pag. 19-21, maart 2001.
Over de eindeloos herhaalde zogenaamde antisemitische uitlating van Steiner uit 1888 schreef Boris Bernstein in het tijdschrift Der Europäer recent een verhelderend artikel met de titel: “Apropos 44: Wie gegen Rudolf Steiner agitiert wird“. De uitgever van het tijdschrift, Perseus Verlag te Bazel, bracht dit jaar een herdruk uit van de boeiende studie van Karl Heyer: “Wie man gegen Rudolf Steiner kämpft“.
En wat het vermeende ‘jatten’ van Steiner bij andere, eeuwenoude geestesstromingen betreft, leze men het slot van de Voorwoorden van juni 1913 en januari 1925 in Steiners boek “De wetenschap van de geheimen der ziel”
Tot slot de hamvraag: welke vitale samenhang bestaat er tussen “De volkszielen” van Rudolf Steiner en de preventie van (staats)terrorisme? Als een epidemisch verschijnsel zie je op de Balkan, in Irak en in de Kaukasus immers niet langer meerdere volken, culturen en godsdiensten samenleven binnen één staatsvorm, maar elke etnisch-religieuze groep zijn eigen ministaatje opeisten in naam van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Het zionistische Israël, dat het nagenoeg onoplosbaar geworden Palestijnenvraagstuk voortbracht en daardoor aan de wieg stond van het Arabisch terrorisme, lijkt het prototype te zijn geworden voor een nieuw verdeel-en-heers-systeem, dat door George Bush senior op 11 september 1990 in de aanloop naar de z.g. Golfoorlog in 1991 in een rede voor het Amerikaanse Congres en de Senaat te samen, The New Order werd genoemd. Niet het zelfbeschikkingsrecht van het menselijke individu, maar het misleidende ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’ vormt de grondslag van die nieuwe wereldorde, die op zijn beurt de basis heeft gelegd voor de ‘botsende beschavingen’. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!”

literatuurverwijzingen Paul Heldens:
13 De weblog van Floris Schreve bevindt zich op het internetadres: http://florisschreve.blog-s.nl
14 Rudolf Steiner: “De volkeren van Europa”. Amsterdam 2006, Pentagon. (GA 121). Eerder verschenen onder de titel “De volkszielen”. Zeist 1980, Vrij Geestesleven.
15 “Antroposofie en het vraagstuk van de rassen. Eindrapportage van de onderzoekscommissie”. Zeist 2000, Antroposofische Vereniging in Nederland.
16 De website van Simpos en geestverwanten is: www.stelling.nl De digitale krant van Simpos heet “Kleintje muurkrant”.
17 De website van Skepsis: www.skepsis.nl. Het tijdschrift van deze stichting heet “Skepter”, een blad waarin scepsis tegen elke vorm van pseudo-wetenschap de scepter zwaait.
18 Die opheldering resulteerde in een speciale editie van de schoolkrant van de Vrije School Meppel in januari 1985.
19 Toos Jeurissen: “Uit de Vrije School geklapt. Over antroposofie en racisme; een stellingname”. Sittard 1996, Baalproducties.
20 Fred Beekers & Liesbeth Takken: “Anti-racisten intolerant. Of: symptoom van de moderne fraseologie”. Driegonaal, jrg. 13, nr. 1, pag. 19-22, voorjaar 1987.
21 Mark Bischot & Jan Luiten: “’t Kan anders, maar niet zo!”. Driegonaal, jrg. 11, nr. 4, pag. 10-14, winter 1985.
22 H.E.M. Boeke: “Rudolf Steiner en de gevaren van onze tijd”. Driegonaal, jrg. 14, nr. 2, pag. 13-14, zomer 1988.
23 Dieter Brül: “De nieuwe reactionairen – met bijzondere aandacht voor het verschijnsel Zondergeld”. Driego-naal, jrg. 12, nr. 1, pag. 6-15, voorjaar 1986.
24 Edith Boeke[-de Clerq Zubli]: “Opkomst van het mythische denken. Terug naar af?” Jonas jrg. 15, nr. 13, 15 februari 1985. Idem: “Antroposofie en mythisch denken”. Pag. 59-68 in: “Antroposofie ter discussie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven. Isbn: 90-6038-214-5.
25 Stephan Geuljans: “Antroposofie en darwinisme”. Driegonaal, jrg. ?, nr. 2, pag. ?, zomer 1996.
26 Walter Heijder: “Rudolf Steiner versus nationaal-socialisme”. Den Haag 1997, Vereniging voor Vrije Opvoed-kunst. Isbn: 90-76156-01-8.
27 Hans Peter van Manen: “Rudolf Steiners visie op de volken en rassen”. Pag. 46- in: “Antroposofie ter discus-sie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven.
28 Maarten Ploeger: “Afrekenen met discrimineren vraagt eerst om afrekenen met struisvogelpolitiek”. Jonas, jrg. 15, nr. 10, 4 januari 1985. Idem: “Racisme en antroposofie”. Pag. 37-45 in: “Antroposofie ter discussie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven.
29 Arnold Sandhaus: “De eenvoud van het geloof van doktor Verkuyl”. Driegonaal, jrg. 13, nr. 1, pag. 24-25, voorjaar 1987. Idem: “Het bruine denken van Frans van de Ven. Het karakter van fascistoïde propaganda”. Drie-gonaal, jrg. 14, nr. 2, pag. 11-13, zomer 1988. Idem: “Het nazisme waart nog steeds rond, maar waar?” Driego-naal, jrg. 15, nr. 3, pag. 21-23, herfst 1989. Idem: “Herhaling van dit bericht’. Driegonaal, jrg. 15, nr. 1, pag. 4, voorjaar 1989.
7

Geplaatst door: Floris Schreve | 11-10-08 om 20:40

eerste reactie Michel Gastkemper:http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/idioten.html

Geplaatst door: Floris Schreve | 11-10-08 om 20:32

zie voor een bespreking van dit artikel door Michiel Gastkemper, oud-redacteur van 'Motief', het blad van de Antroposofische Vereniging in Nederland, http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/heikel.html

discussie Michel Gastkemper, Ramon de Jonghe, Paul Heldens en ikzelf:

Michel,

Zie ik het nu wel goed, maar verwijst Paul Heldens ter rechtvaardigng van Steiners discriminerende uitspraken vrijwel uitsluitend naar antroposofische literatuur?

Ik had gehoopt dat de Duitse historicus Helmut Zander, die op het gebied van historisch onderzoek naar Steiner en de antroposofie als een autoriteit mag worden gezien, ook in het lijstje voor zou komen.

Dit lijkt weer hetzelfde verhaal als dat van de commissie Van Baarda te worden. Het waanidee dat alleen een select groepje antroposofen kan lezen en beoordelen, komt aanwaaien.

12 september 2008 18:51
Michel Gastkemper zei
Beste Ramon De Jonghe,
Niet alleen dat, maar hij geeft zelf niet één argument om de beweringen van Floris Schreve te ontkrachten, of je zou daartoe ‘passages die nu vanzelfsprekend heel anders beleefd worden dan in de tijd, dat deze werden uitgesproken’ moeten rekenen. Paul Heldens noemt wel een vracht aan (oude, voor het overgrote deel uit de jaren tachtig) literatuur van Nederlandse auteurs, maar het gaat hier vrijwel allemaal om tijdschriftartikelen. Van een die hij speciaal noemt als correctie op de beweringen van Floris Schreve die hij de lezer niet wil onthouden, het hoofdstuk van Hans Peter van Manen ‘Rudolf Steiners visie op volken en rassen’ in de bundel ‘Antroposofie ter discussie’, geeft hij geen ander argument dan dat hij dit nog altijd zeer ‘to the point’ vindt. Maar hij voegt er wel aan toe: ‘Niettemin schijnt die bundel in antroposofische kringen inmiddels als hopeloos gedateerd te worden beschouwd.’ Ja, dan wil je toch graag weten waarom.
Ik zou er geen enkel probleem mee hebben als Paul Heldens werkelijk in staat zou zijn om de kritiek te weerleggen die Floris Schreve vooral naar voren brengt naar aanleiding van ‘De volkszielen’, maar op deze manier zie ik dat voorlopig nog niet gebeuren. Op AntroVista verklaart Paul Heldens vandaag als reactie op mijn commentaar dat ik daar vanochtend gaf: ‘Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was.’ Ik kan hem geruststellen: dat gebeurt hier niet. Integendeel, ik zou graag een goed antwoord krijgen op de vraag die ik hier al twee keer heb opgeworpen. Zo schreef ik eergisteren over Floris Schreve: ‘Hij stelt namelijk dat de genoemde commissie haar werk niet goed heeft gedaan. De vraag is of hij daarin gelijk heeft of niet.’ En afgelopen zaterdag: ‘Wat er wel toe doet, is de vraag of zijn argumenten steekhoudend zijn.’ Als Paul Heldens vervolgens met behulp van een wervende banner direct op de homepage van AntroVista aandacht vraagt voor zijn artikel ‘9/11 Heikele kwesties’, dan vraag ik me af wat zijn ‘pertinente weigering om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan’ eigenlijk inhoudt. Die is voor mij op deze manier weinig overtuigend. Ik zou in ieder geval van hem, zoals ik hem tot nu toe ken, meer hebben verwacht.
Maar het kan zijn dat ik de artikelen die hij al op AntroVista heeft gepubliceerd er eerst nog eens op moet naslaan, misschien dat er daar al het nodige over te vinden is. Dat kan natuurlijk ook altijd nog.
Met vriendelijke groet,
Michel Gastkemper

Er schijnen nogal wat misverstanden te bestaan over de aard van antroposofie. Dat merk ik aan wat Paul Heldens te berde brengt inzake wat hij hier gelezen heeft over Floris Schreve. Antroposofie heeft de ambitie een geesteswetenschap te zijn. Als zij werkelijk een wetenschap is, dan hoeft men zich geen zorgen te maken wat deze of gene van de onderzoeksresultaten vindt. Die kunnen hooguit worden aangepast en bijgesteld, en eventueel ook bevestigd, vervangen of verworpen. Maar de wetenschap zelf wordt daarmee niet minder. Integendeel, iedereen werkt er zo aan mee om deze te vergroten en te vervolmaken. Die is niet afhankelijk van de sympathie of antipathie van wie dan ook voor de bevindingen ervan. Wat telt is de onomstotelijke waarheid van die wetenschap, die zo objectief mogelijk wordt weergegeven.

Bij antroposofie lijkt dit opeens niet meer te gelden. Waarom dan toch niet, vraag ik me af. Hebben antroposofen zelf wel voldoende notie van het feit dat antroposofie een geesteswetenschap is? Of voelen ze zich aangevallen als iemand de bevindingen ervan ter discussie stelt? Dan gaat het toch meer op een leer lijken. En dat is heel iets anders. Antroposofen en niemand anders zijn verantwoordelijk voor welke status antroposofie in de wereld heeft of krijgt. Het stemt niet erg hoopvol, als je kijkt hoe er bijvoorbeeld met het thema ‘racisme’ wordt omgegaan. Veelvuldig kun je een ontwijken en duiken waarnemen, maar weinig een staan voor antroposofie als wetenschap en in die zin het debat aangaan. Het zou veel verhelderends moeten kunnen brengen in recente debatten. Denk bijvoorbeeld aan het allochtonenvraagstuk. Ooit iemand als antroposoof hierin stelling zien nemen en voor zijn standpunt uitkomen? Geen wonder dat het ‘racismevraagstuk’ de antroposofie blijft achtervolgen. Men kent in de publieke opinie wat dit betreft weinig tot geen andere uitingen, dan de uitlatingen die door critici worden gedaan.

Terwijl ik dit aan het schrijven ben, plaatst Paul Heldens een nieuwe reactie op het bericht in de rubriek AntroBoulevard op AntroVista. Gisteren heb ik de eerste twee reacties hierop, van hem en van mij, weergegeven. Sindsdien zijn er vier nieuwe bijgekomen. Namelijk deze:

Ik kom er net weer achter dat een mens ook een vat vol ‘ad hominem’ kan zijn. Reactie van Ramon De Jonghe

Geachte heer Gastkemper, het spijt me als u bij mij slechts ‘denigrerende opmerkingen’ waarneemt. Ik ben niet geïnteresseerd in het beledigen of kwetsen van u of anderen en schrik van uw reactie. Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was. Dat is m.i. de reactionaire kant van zo’n enorm eerlijke discussie. In China is de ‘culturele revolutie’ godzijdank voorbij, nu in antroposofenland nog, zeg ik maar. Héél kort samengevat: ‘antroposofisch racisme’ is een contradictio in termini. Reactie van Paul Heldens

Beste Paul Heldens,
We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper

Beste Michiel Gastkemper,
Ik stel voor dat u zelf in uw weblog aan Floris Schreve uitlegt hoe dat zit met Steiners boek over de volkszielen en de Eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda. Dat vergt weliswaar veel studie vooraf, maar ik twijfel er niet aan dat het resultaat de moeite waard zal zijn. Ik zal uw antwoorden aan Floris met genoegen lezen! Reactie van Paul Heldens


Helaas bevestigt dit volledig wat ik aan het schrijven was. (Zou er dan toch sprake zijn van een zekere blindheid? Die vraag ga ik me toch stellen als ik zie met welke hardnekkigheid ik Michiel genoemd blijf worden... Of is dat tegen beter weten in?)


Typisch ook in dit opzicht is hoe het Opus Magnum van Helmut Zander, dat ruim een jaar geleden uitkwam, is ontvangen, speciaal in Nederland. Ik kan me niet heugen dat daar serieus aandacht is geschonken. In het ‘nieuwarchief’ op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland is alleen dit te vinden (een heel eind naar beneden scrollen, tot ongeveer halverwege, bij de datum van 14 oktober 2007):


‘In Duitsland is, vooral onder antroposofen veel te doen om het boek van historicus Helmut Zander “Anthroposophie in Deutschland. Theosophische Weltanschauung und Praxis 1884-1945”. Het is een omvangrijk werk in twee banden waarin Zander in 1800 pagina’s Rudolf Steiner en de antroposofie scherp tegen het licht houdt.

Zander plaatst Rudolf Steiner en zijn ideeën op kritische wijze in hun tijd en historische context. Steiners “geestelijke wereld” houdt Zander voor een onwetenschappelijke kennisbron en hij meent te kunnen aantonen dat Steiner alles heeft ontleend aan schriftelijke bronnen. Een andere basiskritiek van het boek is dat antroposofen te weinig kritisch zijn ten aanzien van Rudolf Steiner en zijn leer. Ze beschouwen hem te veel als een heilige. Zander hoopt dat zijn werk de antroposofen zal helpen om een kritischer houding te ontwikkelen ten aanzien van hun traditie en dat zij het goede van de antroposofie zullen behouden.’


Er worden drie links bijgevoegd, eentje naar een aankondiging op de website van het Duitse maandblad Info3, eentje naar een (slechte, alleen met Internet Explorer te openen) scan van twee artikelen uit het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’ en eentje naar dit pdf-document (Engelstalig): ‘In het laatste nummer van Anthroposophy Worldwide staat een artikel waarin Robin Schmidt en Bodo von Plato met elkaar in discussie gaan over Zanders boek.’ De eerste twee respectievelijk geschreven door Johannes Kiersch en Andreas Neider, bij de laatste (het interview op blz. 8 en 9) staat geen auteur vermeld. Ze zijn zeer verschillend van karakter.

Ik wil hier graag enkele uitspraken van Robin Schmidt aanhalen (‘from the Goetheanum’s research group on the cultural impulse’) omdat ik me daar het meest in kan vinden.

‘Helmut Zander writes about anthroposophy as a non-anthroposophist. He is interested in it as a purely historical phenomenon. (...) I find it quite challenging, for instance, to speak or write in a language that does justice to anthroposophy – makes clear what is important to me today – and is appropriate for current academic discourse at the same time.’

Wanneer Bodo von Plato deze stellige uitspraak doet: ‘anthroposophy is open, is public – or it is not anthroposophy’, reageert Robin Schmidt met:


‘Doesn’t openness also have an inner, esoteric aspect? There is no freedom if I entrench myself in my criticism or if I am caught up by enthusiastically and naively identifying myself with something. But avoiding these is not so easy. Openness is really a question of development.

Perhaps Rudolf Steiner has something to teach us here if we understand how he lived in his own time, and then see how anthroposophy might succeed today. In my view, Rudolf Steiner worked quite intensively with his own time and lived into its spirit. He tries to find the future-oriented, Michaelic impulses of his time and surround them with warmth so that people can find a connection to them.

The best way to recognize Rudolf Steiner historically might be found by looking at how he transformed his own time. There are always two levels for examining what we generally perceive today as the whole of anthroposophy: how it is colored by its own time, and what we find as Rudolf Steiner’s creative approach in taking things up and transforming them.’


Bodo von Plato noemt dit uitgangspunt extreem belangrijk:

‘The central question in this whole argument is: What is my relationship to the existence of the real spirit. The decision is made by whether I understand that the spirit is not just something I imagine – it has an active, present nature. It is a creative power, not simply an image.’

Resumerend zegt Robin Schmidt:


‘Helmut Zander goes against the grain. This reveals things that may seem uncomfortable. Much of what arises from his approach in interpretation is selective and it is also colored by his intentions. Even a quick reading will show that a lot is simply wrong, too. But that is an unavoidable part of academic life, and can’t be changed so quickly, even if we are conscious of it.

We know there will be another book on this theme. For instance, through this study I found that the influence of theosophy in the modern anthroposophical movement has remained largely unexplored. Anthroposophists are not the first to try approaching the theme of Christianity from a spiritual-scientific perspective. Nor are they the first who attempted to found schools based on a spiritual pedagogy, or to produce Mystery dramas on the stage. There are areas of theosophy that offered Rudolf Steiner a lot, things that he took up in his own way.

But that certainly does not mean anthroposophy is really theosophy under another name, as Helmut Zander assumes from the first page. If we think of anthroposophy as the core, then there is a context into which Rudolf Steiner stepped actively. Along with the theosophical context there were also the esoteric movements at the turn of the century – the Rosicrucians or Freemasons, for instance. And then there is a third circle where there was a great deal of activity – the infallibility dogma, the Kulturkampf [clash of cultures], and then there were the natural living movements for example, or the social problems at the turn of the century. It is really quite valuable to look at the origins of anthroposophy from these standpoints.’


Dit lijkt me het meest vruchtbare uitgangspunt om met antroposofie verder te komen.

Ik kreeg net een reactie van Ramon De Jonghe per mail. Hij legt zelf uit waarom. Ik laat deze reactie hier graag als een update (14.40 uur) van het bericht van vandaag volgen:

Ik heb drie keer geprobeerd om op je artikel ‘Idioten’ van 12 september een reactie te geven, maar blijkbaar wordt de reactie niet weergegeven. Het zou kunnen dat dat aan de lengte van de reactie ligt (is nogal lang) of omdat er zich een link in bevond. Ik stuur je daarom via deze weg de reactie.

Ik heb op mijn eigen website al aangegeven dat ik op het stuk van Schreve weinig tot niets kan afdingen. Ik heb de door jou geselecteerde fragmenten nog eens kritisch bekeken: volgens mij klopt Schreve zijn argumentatie. Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is: ‘het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog’.

Naar mijn aanvoelen is het begrip ‘racistisch vertoog’ meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen. Zelf zou ik gekozen hebben voor: ‘Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.’

Over je hier weergegeven reactie op Antrovista wil ik iets zeggen: ‘Beste Paul Heldens, We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper’

Ik kan me helemaal in je reactie vinden. Als ik het goed heb begrepen ben jij voor voortgaand onderzoek, zelfs als dat een bevinding van Steiner zou kunnen weerleggen? Lijkt me in ieder geval een betere manier om aan waarheidsvinding te doen dan er bij voorbaat van uit te gaan dat elk woord van Steiner sowieso een niet tijdsgebonden waarheid uitdrukt die dan ook niet meer hoeft te worden bijgewerkt om in een ander tijdsbestek te passen. Maar, laten blijken de waarheid in pacht te hebben trekt mensen aan die zich de moeite getroosten om dat ofwel hard te maken, of te ontkrachten. In die context begrijp ik eigenlijk de kritiek op Steiner en de antroposofie.

De racismekritiek op Steiner en de antroposofie is volgens mij dan ook slechts een voorwendsel om iets dat dieper zit naar boven te halen. Ik vermoed namelijk dat de aanhoudende kritiek op de antroposofische beweging veel te maken heeft met de verafgoding van Rudolf Steiner en de daaruit voortkomende afzondering van wat niet strookt met dat waar Steiner van overtuigd was. Nu is die afzondering op zich niet echt een probleem, want het hebben van een van het gangbare afwijkende visie en die standvastig proberen hard te maken is ook een vorm van afzondering. Het wordt wel een probleem wanneer die visie door haar aanhangers als superieur en zaligmakend wordt uitgedragen, waardoor mensen die die visie niet delen al vlug als onwetend, zelfs minderwaardig worden beschouwd. Er ontstaan twee kampen: de wetende en de onwetende mensen (of de goeden en de slechten, zo je wilt). Dan krijg je toestanden zoals onder andere niet ernstig willen discussiëren met iemand die zich bijvoorbeeld atheïst noemt (kan een atheïst niet helder denken?) of iemand die er een totaal andere visie op nahoudt.

Mij verwondert het dan ook niet dat er mensen opdagen die antroposofen, om verschillende redenen, met Steiners eigen boeken om de oren slaan. En wat overtuigt dan het meest? Dat is ondertussen al 25 jaar duidelijk; de grove uitspraken over andere rassen. ‘Zo heilig en alwetend was hij toch ook niet, wel?’ hoor ik zogenaamd onwetenden al roepen. En als we een aantal van die uitspraken eens onbevangen bekijken, zonder te beginnen over context of tijdsgeest of wat dan ook, dan lijkt me toch duidelijk dat die ‘not done’ zijn? Ze maken echter van Steiner nog geen racist, wat eigenlijk een andere discussie is dan die waarbij er commentaar op zijn uitspraken wordt gegeven. (Paul Heldens maakt dit onderscheid tussen de man en enkele van zijn uitspraken in zijn betoog op Antrovista blijkbaar niet.)

Toemaat: Strikt genomen is het zich in groep afzonderen van de rest van de samenleving op basis van afwijkende ideeën die men als superieur ervaart, waardoor men zich als groep gaat beschouwen als verheven boven rest van de wereld, sektarisme. Ik merk dat dit in de antroposofische beweging sterk aanwezig is, alhoewel er tal van antroposofische organisaties maatschappelijk actief zijn. Mentaal bevinden ze zich volgens mij in een glazen stolp. Er is in de maatschappij een hoge tolerantie voor sektarisme, in die zin dat geprobeerd wordt het woord sekte te vervangen door het begrip ‘Nieuwe religieuze beweging’. Volgens Wikipedia valt de antroposofie daaronder. http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_religies#Mystiek.


Ramon De Jonghe zei...
Het wetenschapplijk onderzoek van Helmut Zander naar de antroposofie, hoe goed of slecht dat onderzoek ook mag zijn, geeft de antroposofische beweging een enorme mogelijkheid: zich kritisch met zichzelf uiteen te zetten.

Doet de beweging dat niet en laat ze het onderzoek aan zich voorbijgaan, ziet het er niet goed uit: Zanders werk zal dan op academisch en maatschappelijk vlak namelijk als belangrijkste wetenschappelijke bron het beeld van de beweging gaan bepalen.

Iets om over na te denken.

13 september 2008 14:02


Floris Schreve zei...
Bericht voor Paul Heldens,

Geachte heer Heldens,

Toch dank voor het uitvoerige commentaar, al zijn we het (voorlopig) niet eens. Een opmerking, mijn naam is echt Floris Schreve (inderdaad van 'Floris ende Blanchefleur') en niet Felix Schreve. Felix is mijn neefje van bijna een jaar oud en die heeft hier werkelijk niets mee te maken. Dus als u dat zou willen corrigeren, ook in uw bijdrage op antrovista, heel graag.

bij voorbaat dank en uitvoerige reactie volgt,

vriendelijke groet,
Floris Schreve

PS er kon tot voor kort niet direct op mijn blog gereageerd worden. Ik heb het nu zo ingesteld dat dit wel kan. Dus voor commentaar, heel graag ook onder mijn blog.

13 september 2008 16:54


Herman Boswijk zei...
We weten allemaal uit ervaring dat er op internet erg veel onzin te vinden is. Niet alles verdient een serieuze reactie. Een wetenschapper of anderszins deskundige zal heus niet in discussie gaan met iemand die overduidelijk weinig tot niets van het onderwerp heeft begrepen. Dat vinden we vanzelfsprekend. Hij zou dat om didaktische of therapeutische redenen toch kunnen doen, maar het is aan hemzelf om te beoordelen of hij daar tijd en energie in wil steken. Niemand zal willen beweren dat hij verplicht is om zich 'kritisch met zichzelf uiteen te zetten' enkel op grond van duidelijk ondeskundige meningen.
De vraag is dan: hoe staat het met het artikel van Floris Schreve in dit opzicht? Paul Heldens maakt duidelijk dat naar zijn inzicht het artikel niets toevoegt aan de bekende epistels van De Groot, Moerland, Jeurissen enz. enz. Hij beperkt zijn reactie door te verwijzen naar literatuur die hierover al in de tachtiger en negentiger jaren is gepubliceerd. Deze artikelen en opstellen zijn niet op internet te vinden en dat is jammer. Misschien moet daar iets aan gedaan worden. Maar een deel van de literatuur die Floris heeft gebruikt staat daar ook niet en die heeft hij desondanks gevonden. De reacties van antroposofische zijde heeft hij niet boven water gekregen (in ieder geval verwijst hij er niet naar) en dat lijkt me een nalatigheid zijnerzijds. Bij de bibliotheek van de Antroposofische Vereniging is dit allemaal te vinden.
Michel en Ramon lijken het een interessant en serieus artikel te vinden, maar gaan daar verder niet inhoudelijk op in.

Michel, ik heb de indruk dat je er vooral op hoopt dat er vanuit antro-kringen inhoudelijk op de kwestie ingegaan zal worden, maar dat je dat zelf niet zal gaan doen en je daarom inhoudelijk op de vlakte houdt. Ik ben bang dat er, behalve van bv. Paul Heldens en ondergetekende, niet veel zal komen. We kunnen speculeren over de redenen daarvoor. Feit is dat, anders dan Ramon op zijn eigen weblog suggereert, het rapport van de Commissie pas tot stand kwam nadat de kwestie de landelijke media haalde, niet naar aanleding van het schotschrift van Toos J.

Ik heb zelf het artikel van Floris, net als Paul, helemaal gelezen, inclusief de verwijzingen (al eerder, via een link op de Simpos-website) en ben tot de conclusie gekomen dat het een erg slecht artikel is. Niet alleen worden er helemaal geen argumenten voor de al in de ondertitel geformuleerde conclusie aangevoerd, het is eenzijdig, het staat vol onbewezen beweringen, onjuistheden en tendentieuze kwalificaties. Maar ik zal dit binnenkort op het weblog van Floris zelf toelichten.
Voor de goede orde: ik beweer niet dat ik aan de goede bedoelingen van Floris twijfel; ik beweer alleen dat zijn inspanningen helaas tot een erg slecht artikel hebben geleid.

groetjes, Herman

13 september 2008 17:37


Michel Gastkemper zei...
Beste Herman,
Dank je voor je reactie!
Op je vraag ingaand, zal ik proberen mijn beweegredenen te schetsen. In mijn weblog ben ik bezig om de antroposofie in Nederland in kaart te brengen, uiteraard vanuit mijn blikveld. Niet per se uitputtend, maar toch wel zo dat je een beetje een overzicht kunt krijgen. Verschillende thema’s zijn hierbij al aan bod gekomen. Andere wachten nog op behandeling. Vaak heeft dit te maken met de tijdrovende research die nodig is om een bepaald onderwerp enigszins tot zijn recht te laten komen. Soms ook is er geen directe aanleiding om er aandacht aan te besteden, en gaat er iets anders, actuelers voor.
Een van die tijdrovende onderwerpen is uiteraard ‘racisme en antroposofie’. Zoals je zelf al constateert is daarover een grote hoeveelheid op internet te vinden, maar uit een heel bepaalde hoek. Vanuit antroposofische zijde staat daar heel weinig tegenover. Voor zover ik weet in boekvorm alleen het hier al vaker genoemde ‘Antroposofie ter discussie’ uit 1985 en het commissierapport uit 2000.
In Duitsland (of de Duitstalige gebieden) is dit heel anders. Maar zij hebben dan ook geen officieel door de Antroposofische Vereniging ondersteund commissierapport, zoals wij in Nederland. Dat durven zij daar niet aan. In Nederland zie je verder wat dit onderwerp betreft ook een grote vermoeidheid. ‘Moet dat nou weer, wat levert het op, alleen maar gezeur en gekift’, hoor je antroposofen denken.
Nu naar Floris Schreve. Het gaat mij er niet om om uit te maken of zij artikel goed of slecht is. Dat is van secundair belang. Ieder bedrijf weet dat het na vijf of zeven jaar weer opnieuw naar zichzelf moet kijken: hoe zit het met de eigen identiteit, met het eigen functioneren, wat is er in de tussentijd veranderd, ook bij onszelf, bijvoorbeeld doordat er nieuwe medewerkers bij zijn gekomen, wat we ons nu bewust moeten worden en in ons bedrijfssysteem moeten incorpereren, willen we in de stroom van de tijd blijven staan. Floris Schreve heeft de moeite genomen om ‘De volkszielen’ grondig te lezen en komt daarin bevreemdende zaken tegen. Door wie hij zich daarbij laat assisteren of influisteren doet niet ter zake, het gaat erom dat hij tot bepaalde vragen komt.
Tussen haakjes, juister is om te zeggen dat hij ‘Die Mission einzelner Volksseelen’ ter hand heeft genomen, de originele Duitse uitgave. De reden daartoe vind ik ronduit schandalig. Uitgeverij Pentagon brengt controversiële boeken zoals deze en ‘Uit de Akasha-kroniek’ uit, die door haar in hun Nederlandstalige versie gecensureerd worden. Daarmee maak je naar mijn mening de zaken alleen maar erger.
Floris Schreve constateert in feite alleen in dit boek, want dit gebruikt hij als zijn enige primaire bron (al het overige dat hij aandraagt is voor mij secundair), dat er een rassenleer bestaat. Vraag 1: klopt de samenvatting die hij van dit boek geeft? Vraag 2: kloppen vervolgens ook de conclusies die hij hieruit trekt? Dat zijn voor mij vragen die na zo’n acht jaar best wel eens weer opnieuw gesteld mogen worden. Zeker als degene die ze aandraagt het commissierapport dat hierover gaat als onvoldoende kwalificeert. Is de maatschappij op zo’n manier verder ontwikkeld, dat ik bepaalde zaken opnieuw moet bezien, herzien zelfs? Is er een blinde vlek die ik nog niet eerder heb gezien, maar die nu zichtbaar wordt? Kortom, onbevooroordeeld het onderwerp opnieuw in ogenschouw nemen.
Ik wil wel zeker deze vragen inhoudelijk zelf nagaan. Een gedegen reactie heb ik niet paraat, die kost tijd. Maar misschien heeft iemand anders die wel. Daar was ik heel nieuwsgierig naar. Er moeten in Nederland toch een paar antroposofen rondlopen die hier gefundeerd op kunnen antwoorden. Anders ben je als antroposofische beweging geen knip voor je neus waard. Of blijft het alleen bij afwachten en bij onraad in een hoekje duiken?
Het artikel van Floris Schreve is hiervoor de actuele aanleiding. Anders was ik in een later stadium zeker op dit onderwerp ingegaan. Nu ontbreekt mij afdoende voorbereiding. De vraag voor mij is ook of ik alleen sta. Of dat het leidt tot een categorische afwijzing, in de zin van: dat is toch allemaal al uitgemaakte zaak. Zo wordt er vaak ook op gereageerd.
Paul Heldens schrijft dat Floris Schreve vijfendertig is. Dat is Robin Schmidt ook, terwijl Rahel Uhlenhof negenentwintig jaar is (zij hebben allebei een in wezen positieve recensie van het boek van Helmut Zander geschreven). Dat zijn jonge mensen die wat hebben met antroposofie en voor een deel daar ook wat mee willen. Zij hebben er niks aan als iets al voor een uitgemaakte zaak wordt versleten. Voor hen geldt dat waarschijnlijk niet. Vermoedelijk willen zij deze zaken voor zichzelf uitzoeken. En wij dan niet, wij blijven lekker aan de kant staan? (Ik ben van jaargang 1960.) Daar voel ik dus niets voor.
Dat zijn zo mijn beweegredenen om het artikel van Floris Schreve als een soort casus aan te grijpen. Niets geen didactische of therapeutische redenen, of het zou om de Antroposofische Vereniging en antroposofische beweging zelf moeten gaan. Want daar ligt volgens mij het probleem.
Nu jij weer!
Met hartelijke groet,
Michel

13 september 2008 19:24


Ramon De Jonghe zei...
@Michel,

Ik zie dat je mijn reactie op het artikel ‘Idioten’ toegevoegd hebt aan dit artikel. Je hebt trouwens goed ingeschat dat die reactie beter op zijn plaats is onder dat stuk. Waarvoor dank aan de redactie.

Ik ben benieuwd of en hoe er wordt gereageerd en mensen zoals onder andere Paul Heldens, die op Antrovista nu toch vrij nadrukkelijk wordt uitgenodigd om met een argument te komen, de discussie inhoudelijk willen aangaan.

Ik heb trouwens gemaild met Floris Schreve om hem de suggestie te doen, dat als hij een diepgaande discussie wil, hij beter zijn blog open kan stellen voor reacties of eventueel (en daar wil ik desnoods wel tijd in steken) een afzonderlijk platform te creëren om over de racismekwestie in de antroposofie te discussiëren.

Wanneer het over het stuk van Schreve gaat, is zijn blog de meest aangewezen plaats. Dat stuk zou echter, zoals jij dat hebt gedaan, een handvat kunnen zijn om de discussie ruimer aan te pakken, bijvoorbeeld om naast andere artikelen te plaatsen. (Ik laat hier gewoon mijn gedachten even de vrije loop, hoor)

Het verbaast me trouwens iedere keer weer om te zien met welke eenvoud je op je blog bepaalde zaken in het licht weet te plaatsen. Ik heb in die korte periode vanaf ik je blog ben beginnen lezen tot nu al een en ander van je opgestoken (wat je misschien al is op gevallen tijdens het lezen van mijn blog).

Het is voor mij een openbaring dat in het Nederlandse taalgebied iemand van de antroposofische beweging over antroposofie gaat schrijven zonder de dringende behoefte te voelen om in de verdediging te gaan. Dat mag binnen de beweging in Nederland als een gat in de markt worden gezien!

Vriendelijke groet

Ramon

@Herman


Ik schreef eerder al op mijn eigen weblog dat ik me om de racismediscussie op zich niet zo druk maak. Ik ben er momenteel bij betrokken, doordat Floris Schreve uitgebreide reacties op mijn weblog plaatste en ik nu eenmaal het type mens ben die wat op zijn weg komt de nodige aandacht geeft. Dat is uit interesse in de medemens en ik neem die mens en zijn stem inderdaad serieus, zelfs als die stem een geluid zou voortbrengen dat ik niet graag hoor. Maar ik stop dan zeker geen bijenwas in mijn oren.

Je opmerking dat ik niet inhoudelijk op het stuk van Schreve inga, klopt niet. Enkele uren voor je reactie update Michel het bovenstaande artikel en plaatste daarin een reactie van mij, waarin ik een citaat van Schreve in twijfel trek en er iets anders voor in de plaats zet.

Citaat: Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is:

'het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog'

Naar mijn aanvoelen is het begrip 'racistisch vertoog' meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen.

Zelf zou ik gekozen hebben voor: 'Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.'

Het is niet veel, maar ik gaf al aan dat ik niet veel kan afdingen op het stuk. Aan de hand van wat ik (weliswaar al een vijftal jaar geleden) heb gelezen rond racisme binnen de antroposofische beweging (o.a. rapport Van Baarda) klopt Schreves argumentatie volgens mij. Ik hoop eigenlijk onderbouwde tegenargumenten te horen van degenen die het met Schreves stuk niet eens zijn. Zelf ga ik niet op zoek naar iets dat er volgens mij niet is. But, please yourself and surprise me.

Iets uitgebreider ben ik door het lezen van het artikel van Schreve ingegaan op het onderwerp racisme. Zie mijn site voor de artikelen ‘Steiner hat gesagt’ en ‘Vraagstuk II’ en reacties daarop: http://antroposofie.wordpress.com/2008/01/08/antroposofie-geen-schadelijke-sekte/#comment-138.

Ik kan trouwens je vaststelling dat wetenschappers of deskundigen niet in discussie zullen gaan met iemand die van het onderwerp niets heeft begrepen, niet onderschrijven. In Vlaanderen bijvoorbeeld is het zo dat erin het onderwijs tot op het hoogste beleidsniveau ouders (officieel) mee mogen discussiëren. De tijd dat alleen priesters konden lezen en schrijven, dus deskundig waren, is al even voorbij. En als we het over deskundigheid in een gesprek over antroposofie gaan hebben…Nu ja, je bent al op mijn site geweest, hé.

Vriendelijke groet

Ramon

14 september 2008 15:23


Floris Schreve zei...
Beste Michel, Ramon en Herman (en wellicht Paul Heldens als hij dit leest),

Voor het eerst dat ik hier uitgebreid reageer. In mijn stuk verwijs ik er maar heel summier naar, maar dit is volgens mij een buitengewoon heldere en compacte analyse van waar het allemaal om gaat. Het is van een zeker Jana Husman Husmann-Kastein van de Berlijnse Humboldt Universiteit. Alle 'rasmodellen' worden hier buitengewoon compact samengevat en uitgelegd met bronvermelding. Afgaand op wat ik gelezen heb, heb ik toch het idee dat dit zo'n beetje klopt. Het is te lezen op onder de volgende link:

http://www.religio.de/dialog/106/29_22-29.htm

Zo effectief is het bij mijn weten in Nederland nog nooit samengevat, niet door de 'pro's' en niet door de 'contra's'. Maar mochten jullie geinteresseerd zijn, ben heel benieuwd naar jullie mening,

vriendelijke groet,

Floris Schreve

14 september 2008 22:35


Michel Gastkemper zei...
Beste Floris Schreve,
Dank voor je reactie.
Over de bijdrage van Jana Husmann-Kastein, waar jij naar verwijst, is in de Duitstalige antroposofische wereld heel wat te doen geweest. Er bestaat ook een uitgebreidere versie van, als voordrachtsmanuscript, zoals dit is voorgedragen op een congres op 21 juli 2006 in Berlijn: http://www2.hu-berlin.de/gkgeschlecht/downloads/veranstalt/2006/Husmann-Kastein%20Vortrag%20HU%20210706.pdf.
Van dit congres met de titel ‘Kritische Reflexionen zur Anthroposophie’ is een uitgebreid verslag gemaakt door Detlef Hardorp, ‘Bildungspolitischer Sprecher der Waldorfschulen in Berlin-Brandenburg’ en dienovereenkomstig gekleurd: http://www.waldorf.net/html/aktuell/humboldt/index.html.
Dezelfde Detlef Hardorp schreef mede naar aanleiding hiervan op 1 september 2006 een opiniërend artikel in het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’, dat wordt uitgegeven door de Algemene Antroposofische Vereniging. Het richt zich dus tot antroposofen; het is op de website ‘Themen der Zeit’ van Michael Mentzel te vinden: http://www.themen-der-zeit.de/content/Unzeitgemaesses_Vokabular.92.0.html.
Heel interessant is de bijdrage van 4 december 2006 op het weblog van Nerone, die zich ook over het manuscript van Husmann-Kastein gebogen heeft. Hij krijgt onmiddellijk bijval van Michael Eggert (Egoisten). Het oordeel van deze twee mensen weegt voor mij zwaar; ik heb ze niet voor niets op mijn blogroll staan.
Tot slot nogmaals Detlef Hardorp, die een jaar geleden inging op een heikele kwestie in Duitsland waarbij Jana Husmann-Kastein ook betrokken was: http://www.waldorf.net/html/aktuell/indexierungsverfahren.htm.
Je ziet aan dit alles wel dat het mij beter lukt om secundaire literatuur op te voeren en bij te houden, dan primaire bronnen te bestuderen. Ik probeer me te beperken tot het Nederlandse taalgebied om het nog een beetje doenlijk te houden, maar dat is bijna onmogelijk, omdat veel met elkaar samenhangt over de grenzen heen. Dus vanuit de verte volg ik de discussies in het buitenland wel zo goed als ik kan, maar er direct een gefundeerd oordeel over geven, zoals je vraag is, kan ik (nog) niet.
Met vriendelijke groet,
Michel Gastkemper

15 september 2008 3:33


Michel Gastkemper zei...
Aha, ik zie dat ik de link naar de bijdrage bij Nerone ben vergeten. Dat is natuurlijk niet erg handig. Hier komt-ie alsnog: http://nerone.wordpress.com/2006/12/04/schwarz-weis-konstruktion/.

15 september 2008 3:38


Er schijnen nogal wat misverstanden te bestaan over de aard van antroposofie. Dat merk ik aan wat Paul Heldens te berde brengt inzake wat hij hier gelezen heeft over Floris Schreve. Antroposofie heeft de ambitie een geesteswetenschap te zijn. Als zij werkelijk een wetenschap is, dan hoeft men zich geen zorgen te maken wat deze of gene van de onderzoeksresultaten vindt. Die kunnen hooguit worden aangepast en bijgesteld, en eventueel ook bevestigd, vervangen of verworpen. Maar de wetenschap zelf wordt daarmee niet minder. Integendeel, iedereen werkt er zo aan mee om deze te vergroten en te vervolmaken. Die is niet afhankelijk van de sympathie of antipathie van wie dan ook voor de bevindingen ervan. Wat telt is de onomstotelijke waarheid van die wetenschap, die zo objectief mogelijk wordt weergegeven.Bij antroposofie lijkt dit opeens niet meer te gelden. Waarom dan toch niet, vraag ik me af. Hebben antroposofen zelf wel voldoende notie van het feit dat antroposofie een geesteswetenschap is? Of voelen ze zich aangevallen als iemand de bevindingen ervan ter discussie stelt? Dan gaat het toch meer op een leer lijken. En dat is heel iets anders. Antroposofen en niemand anders zijn verantwoordelijk voor welke status antroposofie in de wereld heeft of krijgt. Het stemt niet erg hoopvol, als je kijkt hoe er bijvoorbeeld met het thema ‘racisme’ wordt omgegaan. Veelvuldig kun je een ontwijken en duiken waarnemen, maar weinig een staan voor antroposofie als wetenschap en in die zin het debat aangaan. Het zou veel verhelderends moeten kunnen brengen in recente debatten. Denk bijvoorbeeld aan het allochtonenvraagstuk. Ooit iemand als antroposoof hierin stelling zien nemen en voor zijn standpunt uitkomen? Geen wonder dat het ‘racismevraagstuk’ de antroposofie blijft achtervolgen. Men kent in de publieke opinie wat dit betreft weinig tot geen andere uitingen, dan de uitlatingen die door critici worden gedaan.Terwijl ik dit aan het schrijven ben, plaatst Paul Heldens een nieuwe reactie op het bericht in de rubriek AntroBoulevard op AntroVista. Gisteren heb ik de eerste twee reacties hierop, van hem en van mij, weergegeven. Sindsdien zijn er vier nieuwe bijgekomen. Namelijk deze:Ik kom er net weer achter dat een mens ook een vat vol ‘ad hominem’ kan zijn. Reactie van Ramon De JongheGeachte heer Gastkemper, het spijt me als u bij mij slechts ‘denigrerende opmerkingen’ waarneemt. Ik ben niet geïnteresseerd in het beledigen of kwetsen van u of anderen en schrik van uw reactie. Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was. Dat is m.i. de reactionaire kant van zo’n enorm eerlijke discussie. In China is de ‘culturele revolutie’ godzijdank voorbij, nu in antroposofenland nog, zeg ik maar. Héél kort samengevat: ‘antroposofisch racisme’ is een contradictio in termini. Reactie van Paul Heldens

Beste Paul Heldens,
We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper

Beste Michiel Gastkemper,
Ik stel voor dat u zelf in uw weblog aan Floris Schreve uitlegt hoe dat zit met Steiners boek over de volkszielen en de Eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda. Dat vergt weliswaar veel studie vooraf, maar ik twijfel er niet aan dat het resultaat de moeite waard zal zijn. Ik zal uw antwoorden aan Floris met genoegen lezen! Reactie van Paul Heldens

Helaas bevestigt dit volledig wat ik aan het schrijven was. (Zou er dan toch sprake zijn van een zekere blindheid? Die vraag ga ik me toch stellen als ik zie met welke hardnekkigheid ik Michiel genoemd blijf worden... Of is dat tegen beter weten in?)Typisch ook in dit opzicht is hoe het Opus Magnum van Helmut Zander, dat ruim een jaar geleden uitkwam, is ontvangen, speciaal in Nederland. Ik kan me niet heugen dat daar serieus aandacht is geschonken. In het ‘nieuwarchief’ op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland is alleen dit te vinden (een heel eind naar beneden scrollen, tot ongeveer halverwege, bij de datum van 14 oktober 2007):‘In Duitsland is, vooral onder antroposofen veel te doen om het boek van historicus Helmut Zander “Anthroposophie in Deutschland. Theosophische Weltanschauung und Praxis 1884-1945”. Het is een omvangrijk werk in twee banden waarin Zander in 1800 pagina’s Rudolf Steiner en de antroposofie scherp tegen het licht houdt. Zander plaatst Rudolf Steiner en zijn ideeën op kritische wijze in hun tijd en historische context. Steiners “geestelijke wereld” houdt Zander voor een onwetenschappelijke kennisbron en hij meent te kunnen aantonen dat Steiner alles heeft ontleend aan schriftelijke bronnen. Een andere basiskritiek van het boek is dat antroposofen te weinig kritisch zijn ten aanzien van Rudolf Steiner en zijn leer. Ze beschouwen hem te veel als een heilige. Zander hoopt dat zijn werk de antroposofen zal helpen om een kritischer houding te ontwikkelen ten aanzien van hun traditie en dat zij het goede van de antroposofie zullen behouden.’Er worden drie links bijgevoegd, eentje naar een aankondiging op de website van het Duitse maandblad Info3, eentje naar een (slechte, alleen met Internet Explorer te openen) scan van twee artikelen uit het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’ en eentje naar dit pdf-document (Engelstalig): ‘In het laatste nummer van Anthroposophy Worldwide staat een artikel waarin Robin Schmidt en Bodo von Plato met elkaar in discussie gaan over Zanders boek.’ De eerste twee respectievelijk geschreven door Johannes Kiersch en Andreas Neider, bij de laatste (het interview op blz. 8 en 9) staat geen auteur vermeld. Ze zijn zeer verschillend van karakter.Ik wil hier graag enkele uitspraken van Robin Schmidt aanhalen (‘from the Goetheanum’s research group on the cultural impulse’) omdat ik me daar het meest in kan vinden.‘Helmut Zander writes about anthroposophy as a non-anthroposophist. He is interested in it as a purely historical phenomenon. (...) I find it quite challenging, for instance, to speak or write in a language that does justice to anthroposophy – makes clear what is important to me today – and is appropriate for current academic discourse at the same time.’Wanneer Bodo von Plato deze stellige uitspraak doet: ‘anthroposophy is open, is public – or it is not anthroposophy’, reageert Robin Schmidt met:‘Doesn’t openness also have an inner, esoteric aspect? There is no freedom if I entrench myself in my criticism or if I am caught up by enthusiastically and naively identifying myself with something. But avoiding these is not so easy. Openness is really a question of development.Perhaps Rudolf Steiner has something to teach us here if we understand how he lived in his own time, and then see how anthroposophy might succeed today. In my view, Rudolf Steiner worked quite intensively with his own time and lived into its spirit. He tries to find the future-oriented, Michaelic impulses of his time and surround them with warmth so that people can find a connection to them.The best way to recognize Rudolf Steiner historically might be found by looking at how he transformed his own time. There are always two levels for examining what we generally perceive today as the whole of anthroposophy: how it is colored by its own time, and what we find as Rudolf Steiner’s creative approach in taking things up and transforming them.’Bodo von Plato noemt dit uitgangspunt extreem belangrijk:‘The central question in this whole argument is: What is my relationship to the existence of the real spirit. The decision is made by whether I understand that the spirit is not just something I imagine – it has an active, present nature. It is a creative power, not simply an image.’Resumerend zegt Robin Schmidt:‘Helmut Zander goes against the grain. This reveals things that may seem uncomfortable. Much of what arises from his approach in interpretation is selective and it is also colored by his intentions. Even a quick reading will show that a lot is simply wrong, too. But that is an unavoidable part of academic life, and can’t be changed so quickly, even if we are conscious of it.We know there will be another book on this theme. For instance, through this study I found that the influence of theosophy in the modern anthroposophical movement has remained largely unexplored. Anthroposophists are not the first to try approaching the theme of Christianity from a spiritual-scientific perspective. Nor are they the first who attempted to found schools based on a spiritual pedagogy, or to produce Mystery dramas on the stage. There are areas of theosophy that offered Rudolf Steiner a lot, things that he took up in his own way.But that certainly does not mean anthroposophy is really theosophy under another name, as Helmut Zander assumes from the first page. If we think of anthroposophy as the core, then there is a context into which Rudolf Steiner stepped actively. Along with the theosophical context there were also the esoteric movements at the turn of the century – the Rosicrucians or Freemasons, for instance. And then there is a third circle where there was a great deal of activity – the infallibility dogma, the Kulturkampf [clash of cultures], and then there were the natural living movements for example, or the social problems at the turn of the century. It is really quite valuable to look at the origins of anthroposophy from these standpoints.’Dit lijkt me het meest vruchtbare uitgangspunt om met antroposofie verder te komen.
Ik kreeg net een reactie van Ramon De Jonghe per mail. Hij legt zelf uit waarom. Ik laat deze reactie hier graag als een update (14.40 uur) van het bericht van vandaag volgen:Ik heb drie keer geprobeerd om op je artikel ‘Idioten’ van 12 september een reactie te geven, maar blijkbaar wordt de reactie niet weergegeven. Het zou kunnen dat dat aan de lengte van de reactie ligt (is nogal lang) of omdat er zich een link in bevond. Ik stuur je daarom via deze weg de reactie.Ik heb op mijn eigen website al aangegeven dat ik op het stuk van Schreve weinig tot niets kan afdingen. Ik heb de door jou geselecteerde fragmenten nog eens kritisch bekeken: volgens mij klopt Schreve zijn argumentatie. Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is: ‘het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog’.Naar mijn aanvoelen is het begrip ‘racistisch vertoog’ meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen. Zelf zou ik gekozen hebben voor: ‘Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.’Over je hier weergegeven reactie op Antrovista wil ik iets zeggen: ‘Beste Paul Heldens, We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper’Ik kan me helemaal in je reactie vinden. Als ik het goed heb begrepen ben jij voor voortgaand onderzoek, zelfs als dat een bevinding van Steiner zou kunnen weerleggen? Lijkt me in ieder geval een betere manier om aan waarheidsvinding te doen dan er bij voorbaat van uit te gaan dat elk woord van Steiner sowieso een niet tijdsgebonden waarheid uitdrukt die dan ook niet meer hoeft te worden bijgewerkt om in een ander tijdsbestek te passen. Maar, laten blijken de waarheid in pacht te hebben trekt mensen aan die zich de moeite getroosten om dat ofwel hard te maken, of te ontkrachten. In die context begrijp ik eigenlijk de kritiek op Steiner en de antroposofie.De racismekritiek op Steiner en de antroposofie is volgens mij dan ook slechts een voorwendsel om iets dat dieper zit naar boven te halen. Ik vermoed namelijk dat de aanhoudende kritiek op de antroposofische beweging veel te maken heeft met de verafgoding van Rudolf Steiner en de daaruit voortkomende afzondering van wat niet strookt met dat waar Steiner van overtuigd was. Nu is die afzondering op zich niet echt een probleem, want het hebben van een van het gangbare afwijkende visie en die standvastig proberen hard te maken is ook een vorm van afzondering. Het wordt wel een probleem wanneer die visie door haar aanhangers als superieur en zaligmakend wordt uitgedragen, waardoor mensen die die visie niet delen al vlug als onwetend, zelfs minderwaardig worden beschouwd. Er ontstaan twee kampen: de wetende en de onwetende mensen (of de goeden en de slechten, zo je wilt). Dan krijg je toestanden zoals onder andere niet ernstig willen discussiëren met iemand die zich bijvoorbeeld atheïst noemt (kan een atheïst niet helder denken?) of iemand die er een totaal andere visie op nahoudt. Mij verwondert het dan ook niet dat er mensen opdagen die antroposofen, om verschillende redenen, met Steiners eigen boeken om de oren slaan. En wat overtuigt dan het meest? Dat is ondertussen al 25 jaar duidelijk; de grove uitspraken over andere rassen. ‘Zo heilig en alwetend was hij toch ook niet, wel?’ hoor ik zogenaamd onwetenden al roepen. En als we een aantal van die uitspraken eens onbevangen bekijken, zonder te beginnen over context of tijdsgeest of wat dan ook, dan lijkt me toch duidelijk dat die ‘not done’ zijn? Ze maken echter van Steiner nog geen racist, wat eigenlijk een andere discussie is dan die waarbij er commentaar op zijn uitspraken wordt gegeven. (Paul Heldens maakt dit onderscheid tussen de man en enkele van zijn uitspraken in zijn betoog op Antrovista blijkbaar niet.)Toemaat: Strikt genomen is het zich in groep afzonderen van de rest van de samenleving op basis van afwijkende ideeën die men als superieur ervaart, waardoor men zich als groep gaat beschouwen als verheven boven rest van de wereld, sektarisme. Ik merk dat dit in de antroposofische beweging sterk aanwezig is, alhoewel er tal van antroposofische organisaties maatschappelijk actief zijn. Mentaal bevinden ze zich volgens mij in een glazen stolp. Er is in de maatschappij een hoge tolerantie voor sektarisme, in die zin dat geprobeerd wordt het woord sekte te vervangen door het begrip ‘Nieuwe religieuze beweging’. Volgens Wikipedia valt de antroposofie daaronder. http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_religies#Mystiek.

geplaatst door Michel Gastkemper op 13-sep-2008 om 13:28

reactie Ramon de Jonghe (http://antroposofie.wordpress.com/2008/09/16/eerst-blazendan-aftocht/#comment-163)

Eerst blazen…dan aftocht
16 september 2008 — Antroposofia
Vorige week vroeg ik me in mijn bericht van 10 september af waar de antroposofen zitten als over racisme bij Rudolf Steiner en de antroposofie wordt gediscussieerd. Wel, op de weblog van Michel Gastkemper, onder andere redacteur van de Rudolf Steiner Vertalingen, kreeg ik alvast een antwoord op die vraag.

Michel schrijft bijna dagelijks over antroposofie en haar werkgebieden, waarbij hij kritische vraagstukken niet uit de weg gaat. Zo weidde hij vanaf 6 september tot nu maar liefst 5 artikelen aan de door Floris Schreve aangekaarte racismekwestie in de antroposofie (ook op deze site). Op een gegeven moment kwam vanuit antroposofische hoek zelfs een zeer uitgebreide reactie van Paul Heldens, die op Antrovista een 8 pagina’s lang betoog hield, waarbij zowel Gastkemper als Schreve stevige kritiek kregen te verduren, maar op het artikel van Schreve niet met argumenten werd ingegaan. Heldens artikel is na enig gediscussieer ondertussen verwijderd.

Eerder hadden Floris Scheve, Michel Gastkemper en ikzelf naar aanleiding van Heldens artikel gereageerd op Antrovista, waarbij de een al nadrukkelijker dan de ander, liet blijken dat enige argumentatie niet zou misstaan. Daaraan werd gevolg gegeven, maar niet op de manier waarop gehoopt werd. Gisteren, 15 september, liet Michel Gastkemper middels zijn blog weten dat de discussie rond het artikel van Schreve ‘onderbroken’ werd. Op Antrovista werd de discussie gesloten. Ik geef hieronder dat deel van de discussie weer dat ook op de weblog van Michel Gastkemper terug is te vinden.

Discussie op Antrovista

AntroBlog
We hebben hier, in de AntroBoulevard, te maken met wat vingeroefeningen – maar een échte AntroBlog is een maand of drie geleden opgestart door Michel Gastkemper, o.a. redacteur van de reeks Rudolf Steiner Werken en Voordrachten en voormalig redacteur van Motief.
Sinds 8 mei blogt Michel met een hoge frequentie en met een brede penvoering: van half werk houdt hij niet!
Zijn blogspot heet ‘Antroposofie in de pers’. Daarmee heeft hij een welomschreven terrein gekozen, maar dat terrein is uitgestrekt. Vandaar, en dat is aantrekkelijk, dat u op zijn blogspot een scala aan onderwerpen voorbij ziet trekken.
“In dit weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos” – zo luidt zijn ‘beginselverklaring’.
Vandaag meldt Michel dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij weer ten strijde is getrokken tegen de artsen die meewerkten aan het NCRV tv-programma ‘Uitgedokterd’.

‘Ik lees met genoegen de weblog van Gastkemper, want goed geschreven en informatief. Heikel vind ik niettemin dat hij zich op zaterdag 6 september laat inpakken door een zekere Floris Schreve, die zijn collega’s van De Brug als domme Belgen weglacht en Steiner als overtuigd racist ontmaskerd. Met dank aan Toos Jeurissen, Bram Moerland en Simpos-grootheid Jan Willem. Glimlachend kijkt Michiel Gastkemper toe en beweert dat het wel goed zit met die aardige knaap, een goudeerlijke oud-vrijeschoolleerling die boeiend over Irakese en Indiaanse kunst schrijft… De mens is een vat vol tegenstrijdigheden, nietwaar?’ Reactie van Paul Heldens
‘Een mens kun je herkennen aan zijn argumenten. Wat zijn de argumenten die hij aanneemt of verwerpt, of moet hij zijn toevlucht nemen tot denigrerende opmerkingen?’ Reactie van Michel Gastkemper
Ik kom er net weer achter dat een mens ook een vat vol ‘ad hominem’ kan zijn. Reactie van Ramon De Jonghe
Geachte heer Gastkemper, het spijt me als u bij mij slechts ‘denigrerende opmerkingen’ waarneemt. Ik ben niet geïnteresseerd in het beledigen of kwetsen van u of anderen en schrik van uw reactie. Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was. Dat is m.i. de reactionaire kant van zo’n enorm eerlijke discussie. In China is de ‘culturele revolutie’ godzijdank voorbij, nu in antroposofenland nog, zeg ik maar. Héél kort samengevat: ‘antroposofisch racisme’ is een contradictio in termini. Reactie van Paul Heldens
Beste Paul Heldens,
We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper
Beste Michiel Gastkemper,
Ik stel voor dat u zelf in uw weblog aan Floris Schreve uitlegt hoe dat zit met Steiners boek over de volkszielen en de Eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda. Dat vergt weliswaar veel studie vooraf, maar ik twijfel er niet aan dat het resultaat de moeite waard zal zijn. Ik zal uw antwoorden aan Floris met genoegen lezen! Reactie van Paul Heldens
Ik heb het laatste bericht ‘Idioten’ (12/09) op de weblog Van Michel Gastkemper gelezen. Hij haalt enkele argumenten van Schreve aan, waarbij er maar één is waarbij ik twijfel, namelijk ‘het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog’. Ik betwijfel sterk dat het een racistisch vertoog is in de gangbare betekenis van het woord; Die is toch haat spuien naar andere rassen? Zelf verkies ik: ‘Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.’ Het is wel tekenend dat men zich in de antroposofische beweging wat dit onderwerp betreft, steeds probeert te drukken. Reactie van Ramon De Jonghe
Beste Paul Heldens,
Hm… met alle respect, maar wat u schrijft komt niet erg sterk op mij over. U heeft eergisteren op deze site een uitvoerig artikel geplaatst met de titel ‘9/11 Heikele kwesties’. Hierin uit u stevige kritiek, onder meer op mij. Maar nu het er op aankomt omdat ik bij u doorvraag, lijkt het erop dat u geen thuis geeft en zich terugtrekt. Of zie ik dat soms verkeerd? Ondertussen probeer ik aan uw verlangen tegemoet te komen. Daartoe heb ik vandaag een nieuwe bijdrage over dit thema, met de titel ‘Misverstand’, op mijn weblog geplaatst. Reactie van Michel Gastkemper
Misschien vergis ik me, maar alhoewel er een lijvig rapport van meer dan 700 pagina’s over het steineriaanse racismevraagstuk is verschenen, lijkt dit vraagstuk nog verre van opgelost. Er blijven steeds maar mensen op te dagen die een andere oplossing vinden en die vaak ook nog weten te beargumenteren. Nu leren we op de steinerschool dat bijvoorbeeld wanneer wordt gevraagd wat 10 is, dat dat niet alleen 5+5 is, maar ook 4+6 enz… Behoren verschillende oplossingen als het om Steiners werk gaat niet tot de mogelijkheden? En zo ja, moeten die dan niet allemaal op juistheid gecontroleerd worden? Of zeggen we eenvoudigweg: 2+2=4, kous af? Reactie van Ramon De Jonghe
Beste Paul Heldens,
Nu u zo’n uitvoerige reactie heeft geschreven op mijn beschouwing over de antroposofie, zou ik u willen vragen ook direct op mijn eigen blog te reageren. Lijkt me ook praktisch dat wij direct met elkaar communiceren en niet via/via. De url naar mijn artikel is http://florisschreve.blog-s.nl/2008/05/11/geloof-in-kabouters-atlantis-volkszielen-en-wortelrassen-en-pas-op-voor-dark-lord-ahriman-zwart-
magische-constructies-en-de-luciferische-verleiding-rudolf-steiner-en-de-antroposofie/#comments (ook voor geïnteresseerden, nu er een banner is geplaatst naar commentaar op mijn stuk, maar niet naar mijn stuk zelf). Overigens heet ik Floris Schreve en niet Felix Schreve, vriendelijke groet, Floris Schreve. Reactie van Floris Schreve
Naar aanleiding van zeven jaar “9/11” heb ik enkele dagen geleden een artikel gepubliceerd over “heikele kwesties”. De reacties hierop waren zodanig, dat mijn artikel contraproductief heeft uitgepakt. Daarom heb ik de webmaster gevraagd het artikel van de site te verwijderen. Ik wens de heren Michel Gastkemper en Floris Schreve van harte succes met de voortzetting van hun weblog. Reactie van Paul Heldens
En deze discussie is hiermee gesloten. (We kunnen niet steeds maar op dezelfde trom blijven slaan.) Reactie van De Webmaster
Het lijkt erop dat (voorlopig) het deksel op het potje blijft.

Ramon DJV

De verdeeldheid over de rassenkwestie

Laat een reactie achter

Laatste reacties

februari 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
Mijn foto

Laatst bijgewerkte weblogs

Blog powered by TypePad
web-log.nl, powered by TypePad